Nieuws uit wetenschappelijk onderzoek:

Welvaartsziekten bestaan niet. Ziektelast door welvaartsziekten laag in landen met een hoog inkomen.


Donderdag, 24 april 2014. | Lees verder...

Behoort u tot die mensen die denken dat chronische ziekten vaker voorkomen in rijke landen? Ik was daar altijd van overtuigd. Chronische ziekten worden immers vaak welvaartsziekten genoemd.
Ik heb voor 170 landen het inkomen per hoofd v.d. bevolking gelinkt aan de ziektelast door welvaartsziekten. Een hoog inkomen per hoofd v.d. bevolking is significant in verband te brengen met een lage ziektelast door welvaartsziekten. Dit effect bleef overeind nadat ik rekening hield met het % mensen met obesitas in de verschillende landen.


Opzet onderzoek: Ecologisch onderzoek.

|Bron: 5 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Omega-3 vetten en het cholesterol. Deel 1. Visolie laat het cholesterol niet dalen.


Maandag, 17 februari 2014. | Lees verder...

Het gebruik van visolie wordt in verband gebracht met allerlei gunstige effecten op de gezondheid. Het zou vooral gezond zijn voor het hart. Daarom wordt vaak aangenomen dat visolie dan wel een gunstig effect zal hebben op het cholesterol. Het meest "recente" literatuuroverzicht over dit onderwerp stamt al weer uit 2006. In het onderzoek keken wetenschappers naar bestaande onderzoeken over het effect van visolie op het cholesterol, de triglyceriden en enkele andere bloedwaarden.
Visolie bleek een gunstig effect te hebben op het HDL-cholesterol en de triglyceriden en tegelijkertijd een ongunstig effect te hebben op het LDL-cholesterol. Het gebruik van visolie is niet in verband gebracht met een gunstig effect op het CRP (een maat voor laaggradige ontstekingsreacties), nuchtere bloedglucoses en het HbA1c.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Balk EM. Effects of omega-3 fatty acids on serum markers of cardiovascular disease risk: a systematic review. Atherosclerosis. 2006 Nov;189(1):19-30. Link.|


Paleo voeding: Is consumptie van tarwe een belangrijke oorzaak van onze welvaartsziekten?


Zondag, 2 februari 2014. | Lees verder...

Een belangrijke stroming binnen de huidige voedingswereld raadt ons af om brood en andere tarweproducten te eten. Het menselijk lichaam zou evolutionair niet zijn aangepast aan de consumptie van tarwe en gebruik ervan zou het risico op onze huidige welvaartsziekten (chronische ziekten) sterk verhogen. Als die theorie klopt, is het aannemelijk dat chronische ziekten beduidend minder vaak voorkomen in landen waar bijna geen tarwe wordt geconsumeerd dan in landen waar veel tarwe wordt geconsumeerd. In mijn analyse heb ik alle landen betrokken die daar beschikbare informatie over hadden [1, 2]. De analyse laat zien dat chronische ziekten niet vaker voorkomen in landen waarin zeer veel tarwe wordt geconsumeerd (400-500 gram per dag) dan in landen waarin dagelijks niet meer dan een theelepel tarwe wordt gebruikt (4-5 gram per dag).


Opzet onderzoek: ecologisch onderzoek.

|Bronnen:
[1] FAOSTAT. Food and Agriculture Organization of the United Nations. Beschikbaar op: Link.
[2] WHO. Disease and injury country estimates, 2008: By sex by country. Beschikbaar op: Link.|


Reageren op mijn artikelen?


Zondag, 2 februari 2014.

Vanaf nu kunt u reageren op de artikelen die ik schrijf. De artikelen op deze site zijn ook te lezen op mijn nieuwe voedingsblog: Link..



Voedingscentrum: Het "juiste broodbeleg bij een verhoogd triglyceridengehalte".
Deel 3. Alle vette soorten broodbeleg zijn gunstiger voor uw triglyceriden dan de magere varianten.


Dinsdag, 20 augustus 2013. | Lees verder...

Zoals ik in deel 2 aangaf, zijn de adviezen die het Voedingscentrum geeft om de verhouding totaal/HDL-cholesterol te verbeteren feitelijk onjuist. Volgens het Voedingscentrum dienen we hiervoor magere soorten vleeswaren + kaas of zoet beleg te gebruiken. Volgens de wetenschappelijke bronvermelding die het Voedingscentrum zelf gebruikt, kun je beter pindakaas, chocolade pasta en volvette soorten vleeswaren + kaas gebruiken om de verhouding totaal/HDL-cholesterol te verbeteren.
Om een verhoogd triglyceriden gehalte te verlagen, geeft het Voedingscentrum hetzelfde advies: kies magere soorten vleeswaren en kaas. Wederom wordt dit tegengesproken door de wetenschappelijke bronvermelding van het Voedingscentrum. Deze laat duidelijk zien dat de triglyceriden gehaltes dalen naarmate je kiest voor meer vetten in je voeding. Zowel voor het cholesterol als voor de triglyceriden kun je dus beter kiezen voor pindakaas, chocolade pasta en volvette soorten vleeswaren + kaas.


|Bronnen: 7 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Voedingscentrum: Het "juiste broodbeleg bij een verhoogd cholesterolgehalte".
Deel 2. Chocolade pasta en pindakaas zijn beter voor uw cholesterol dan magere vleeswaren en kaassoorten.


Vrijdag, 26 juli 2013. | Lees verder...

Zoals ik in deel 1 aangaf, zijn de adviezen die het Voedingscentrum geeft om het cholesterol te verlagen niet logisch en waarschijnlijk onjuist. In deel 2 heb ik een feitelijke berekening gemaakt van effecten van verschillende soorten broodbeleg op het cholesterol. Hierbij heb ik rekening gehouden met het gegeven dat verschillende vetzuren ook daadwerkelijk voor verschillende effecten zorgen.
Het resultaat zal voor velen verbazingwekkend zijn: volgens het Voedingscentrum dienen we effecten op het cholesterol te beoordelen door naar de verhouding totaal/HDL-cholesterol te kijken. Soorten broodbeleg met het meest gunstige effect hebben op het cholesterol zijn dan pindakaas en chocolade pasta. Producten die we van het Voedingscentrum echt niet mogen gebruiken. Naast de pindakaas en chocolade pasta zijn de vette soorten vleeswaren en kaassoorten beter voor het cholesterol dan de magere varianten. Het is daarom onbegrijpelijk dat ons Nederlandse adviesorgaan er voor kiest te adviseren juist de magere soorten vleeswaren en kaassoorten te gebruiken.


|Bronnen: 6 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Voedingscentrum: Het "juiste broodbeleg bij een verhoogd cholesterolgehalte".
Deel 1. Vette soorten broodbeleg bevatten ook onverzadigd vet.


Dinsdag, 23 juli 2013. | Lees verder...

Het Voedingscentrum raadt ons aan om 30+ kaas en avocado's op het brood te doen. Tegelijkertijd wordt geadviseerd zo weinig mogelijk worst, rauwe ham, pindakaas, hazelnootpasta en chocoladepasta te gebruiken. De adviezen zijn gebaseerd op de hoeveelheden verzadigd vet in de producten en dienen ervoor te zorgen dat het cholesterol verbetert [1]. Op basis van eenvoudige logica zijn deze adviezen echter onzinnig: 30+ kaas en avocado's bevatten per standaard portie meer verzadigd vet dan worst, rauwe ham, pindakaas, hazelnootpasta en chocoladepasta.
Buiten verzadigd vet bevatten voedingsmiddelen ook onverzadigd vet wat gunstig is voor het cholesterol [2]. De verhoudingen verzadigd vet/ onverzadigd vet in pindakaas, hazelnootpasta en chocoladepasta zijn gunstiger dan in achterham en 30+ kaas. Als gevolg hiervan zijn pindakaas, hazelnootpasta en chocoladepasta waarschijnlijk gunstiger voor het cholesterol dan achterham en 30+ kaas. Toch wordt ons verteld dat we vooral moeten kiezen voor achterham, 30+ kaas en avocado's op het brood. Pindakaas, hazelnootpasta en chocoladepasta zouden slechts bij uitzondering geconsumeerd moeten worden.


|Bronnen:
[1] Voedingsadviezen bij een verhoogd cholesterolgehalte. 2011, Stichting Voedingscentrum Nederland, Den Haag. Link.
[2] Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Geraadpleegd op 22 juli 2013. Link.|


Linolzuur en hart- en vaatziekten. Deel 2: Geen duidelijk bewijs dat linolzuur gunstig is voor het cholesterol.


Zondag, 17 februari 2013. | Lees verder...

De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft in 2009 een gezondheidsclaim over het effect van linolzuur positief beoordeeld [1]. Zonder enige vorm van twijfel kon worden geconcludeerd dat linolzuur het cholesterolgehalte verlaagt. Het bewijs voor een dergelijk effect was geleverd door 2 wetenschappelijke publicaties.
Eén van deze publicaties was een overzichtsartikel van bestaande onderzoeken [2]. Hierin is echter niet gekeken wat de invloed van linolzuur is op het cholesterolgehalte. Er werd gekeken hoe het cholesterol verandert indien de inname van koolhydraten wordt verlaagd en tegelijkertijd de inname van linolzuur in combinatie met alfa-linoleenzuur stijgt. Om te "bewijzen" dat linolzuur en alfa-linoleenzuur een vergelijkbaar effect hebben, verwijst de EFSA naar een 2e publicatie. Dit betreft een klein interventie onderzoekje waarin is gekeken of het cholesterol verandert bij een verandering in de inname van linolzuur en alfa-linoleenzuur [3]. Uit dit onderzoekje blijkt echter dat alfa-linoleenzuur gunstig zou zijn voor het cholesterol, terwijl geen effect werd gevonden bij een verandering in de inname van linolzuur. In beide publicaties die de EFSA gebruikt als onderbouwing staat nergens beschreven dat linolzuur daadwerkelijk gunstig was voor het cholesterol.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gecontroleerd onderzoek.

|Bronnen:
[1] EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies (NDA); Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to linoleic acid and maintenance of normal blood cholesterol concentrations (ID 489) pursuant to Article 13(1) of Regulation (EC) No 1924/2006 on request from the European Commission. EFSA Journal 2009; 7(9):1276. [12 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2009.1276. Beschikbaar op: Link.
[2] Mensink RP et al. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1146-55. Link.
[3] Goyens PL et al. The dietary alpha-linolenic acid to linoleic acid ratio does not affect the serum lipoprotein profile in humans. J Nutr. 2005 Dec;135(12):2799-804. Link.|


Linolzuur en hart- en vaatziekten. Deel 1: Becel en het Voedingscentrum


Maandag, 11 februari 2013. | Lees verder...

Deze week meldde het NOS-nieuws dat Omega-6 mogelijk ongezond is. Dat zou een vervelend gevolg kunnen hebben voor het gebruik van margarines/halvarines in ons land. Deze zijn namelijk rijk aan linolzuur, wat het voornaamste Omega-6 vetzuur in ons dieet is. Het Voedingscentrum haastte zich met een reactie dat halvarine met linolzuur prima op onze boterham kan. Het onderzoek waar de NOS aan refereert, zou dus niet relevant zijn. Dit onderzoek is echter een overzichtsartikel van gerandomiseerd onderzoek. Een type onderzoek dat - over het algemeen - wordt gezien als zeer betrouwbaar. Omdat resultaten uit dit type onderzoek zomaar van tafel worden geveegd, zou je mogen verwachten dat het Voedingscentrum zelf komt met overtuigend bewijs dat linolzuur het risico op coronaire hartziekten juist zou verlagen. Dat gebeurt echter niet.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: 5 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Lage/matige consumptie van alcohol verlaagt het risico op hart- en vaatziekten. Ook bij mensen met overgewicht!


Maandag, 10 december 2012. | Lees verder...

Vandaag meldden de media dat alcohol toch niet zo gezond zou zij voor het hart. Vooral voor mensen met overgewicht [1]. Deze conclusie is gebaseerd op het resultaat uit 1 onderzoek bij slechts 2.603 deelnemers [2]. De resultaten uit het onderzoek geven echter helemaal geen duidelijke aanwijzing dat het effect van alcohol afwijkt bij mensen met overgewicht.
Een overzichtsartikel van 21 bestaande onderzoeken met bijna 1,2 miljoen deelnemers laat heel andere effecten zien: Matige consumptie van alcohol verlaagt het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten met 25% [3]. Zelfs zeer lage consumptie (1 glas per week tot 1 glas per dag) laat al een sterk beschermend effect zien.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.184.956 personen.

|Bronnen:
[1] Nu.nl. Alcohol toch niet zo gezond voor het hart. 10 december 2012. Link.
[2] Lobstein T. Alcohol: No cardio-protective benefit for overweight adults? DOI: 10.1111/j.1753-6405.2012.00958.x. Link.
[3] Ronksley PE. Association of alcohol consumption with selected cardiovascular disease outcomes: a systematic review and meta-analysis. BMJ. 2011 Feb 22;342:d671. doi: 10.1136/bmj.d671. Link.|


Onderzoek bij proefdieren voorspelt effecten bij mensen in minder dan 50% van de gevallen.


Donderdag, 6 december 2012. | Lees verder...

Een gangbare gedachte is dat veel belangrijke medische ontdekkingen uit de afgelopen eeuw gebaseerd zijn op onderzoek bij proefdieren. En dat effecten bij proefdieren geëxtrapoleerd kunnen worden naar effecten bij mensen.
Dit lijkt echter niet helemaal waar te zijn. Resultaten bij proefdieren zijn vaak tegenstrijdig en afhankelijk van het type dier dat is gebruikt. Het lijkt erop dat effecten bij proefdieren in minder dan 50% van de gevallen een betrouwbaar beeld vormen voor effecten bij mensen. Na succesvol onderzoek bij proefdieren en in cellijnen, komt slechts 8% van de medicijnen op de markt.


Opzet onderzoek: informatieve review.

|Bron: 13 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Vegetariërs leven niet langer dan niet-vegetariërs.


Woensdag, 17 oktober 2012. | Lees verder...

Gisteren meldden de media dat vegetariërs langer zouden leven dan niet-vegetariërs. Dit was gebaseerd op vroege resultaten van een onderzoek bij Zevende-dags Adventisten in Californië. Hierbij zijn vegetariërs in de onderzoeksgroep echter vergeleken met gewone burgers buiten deze groep. Als vlees eters in dit soort onderzoeksgroepen worden vergeleken met burgers buiten deze onderzoeken, blijkt echter dat deze een vergelijkbaar risico hebben op vroegtijdig overlijden, als de vegetariërs.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.

|Bron: 14 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Plantensterolen en het cholesterol. Deel 2: plantensterolen in het bloed worden niet in verband gebracht met een verlaagd risico op hart- en vaatziekten.


Zaterdag, 18 augustus 2012. | Lees verder...

Tot nu toe is geen onderzoek gedaan naar de relatie tussen de inname van plantensterolen en het ontstaan van hart- en vaatziekten. Maar er is wel onderzoek gedaan naar de relatie tussen plantensterolen in het bloed en het risico op hart- en vaatziekten. Een groep wetenschappers zocht in de literatuur naar bestaand onderzoek over dit onderwerp. Ze vonden 15 onderzoeken.
De resultaten uit de verschillende onderzoeken werden op een hoop gegooid. Hieruit volgden 8 analyses. In niet één van deze analyses werd een significant beschermend effect van plantensterolen gevonden tegen het risico op hart- en vaatziekten.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van verschillende soorten onderzoek. | Onderzochte groep: 11.182 personen.

|Bron: Genser B. Plant sterols and cardiovascular disease: a systematic review and meta-analysis. Eur Heart J. 2012 Feb;33(4):444-51. Link.|


Plantensterolen en het cholesterol. Deel 1: Becel pro activ.


Donderdag, 14 juni 2012. | Lees verder...

Becel pro-activ is bekend omdat het plantensterolen bevat. Plantensterolen laten het "slechte" LDL-cholesterol dalen. Volgens Unilever zou Becel pro activ het risico op hart- en vaatziekten kunnen laten dalen (1). Volgens Foodwatch zou er geen bewijs zijn voor een beschermend effect. Het risico zou zelfs kunnen stijgen (2). Zowel Unilever als Foodwatch verwijzen naar de de European Food Safety Authority (EFSA) om hun standpunt te onderbouwen (3).
Indien we kijken naar het rapport van de EFSA waarin uitspraken worden gedaan over plantensterolen, zien we dat er geen studies zouden zijn die laten zien dat plantensterolen het risico op hartziekten beïnvloeden (4).


|Bronnen:
1) Verlaagdcholesterol.nl. Becel pro.activ in het nieuws. Link.
2) Foodwatch.nl. Becel Pro-activ niet heilzaam, maar 'hartverscheurend'. 1 juni 2012. Link.
3) EFSA. Scientific Opinion on the substantiation of a health claim related to 3 g/day plant stanols as plant stanol esters and lowering blood LDL-cholesterol and reduced risk of (coronary) heart disease pursuant to Article 14 of Regulation (EC) No 1924/2006. 16 mei 2012. Link.
4) EFSA. Plant Sterols and Blood Cholesterol - Scientific substantiation of a health claim related to plant sterols and lower/reduced blood cholesterol and reduced risk of (coronary) heart disease pursuant to Article 14 of Regulation (EC) No 1924/2006[1]. 21 augustus 2008. Link.|


Drinken van alcohol verhoogt het risico op leverkanker. Maar stoppen met het drinken van alcohol verhoogt dit risico nog veel meer.


Dinsdag, 22 mei 2012. | Lees verder...

Het gebruik van alcohol wordt wel in verband gebracht met een verhoogd risico op leverkanker. Per 10 ml alcohol (+/- 1 alcoholische drank) zou het risico met 10% stijgen (1). Het lijkt logisch dat mensen die stoppen met het drinken van alcohol een lager risico op leverkanker hebben dan huidige drinkers. Maar is dat ook zo? Wetenschappers probeerden hier een antwoord op te geven. Ze zochten in de bestaande literatuur naar onderzoek dat hier antwoord op zou kunnen geven (2). Er werden 4 artikelen gevonden over 6 groepen mensen.
Vreemd genoeg bleek dat ex-drinkers een veel hoger risico op leverkanker hadden dan huidige drinkers. Dit risico steeg met honderden procenten.

Opmerking van de auteur: Ik weet dat het publiceren van dit soort informatie me niet door iedereen in dank afgenomen zal worden. Toch zal ik er voor blijven kiezen om ook informatie te publiceren die maatschappelijk gevoelig ligt. Wetenschappelijk onderzoek is er om de mens te dienen en niet om gebruikt te worden om mensen te betuttelen.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.

|Bronnen:
1) World Cancer Research Fund / American Institute for Cancer Research. Food, Nutrition, Physical Activity, and the Prevention of Cancer: a Global Perspective. Washington DC: AICR, 2007. Link.
2) Heckley GA. How the risk of liver cancer changes after alcohol cessation: a review and meta-analysis of the current literature. BMC Cancer. 2011 Oct 13;11:446. Link.|


Witte rijst verhoogt mogelijk het risico op diabetes type 2 bij vrouwen.


Woensdag, 2 mei 2012. | Lees verder...

Witte rijst heeft over het algemeen een hogere glycemische index dan zilvervliesrijst. Voeding met een hoge glycemische index is in het verleden in verband gebracht met een verhoogd risico op diabetes type 2.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar bestaand onderzoek over het effect van witte rijst op deze vorm van diabetes. Ze vonden resultaten uit 6 verschillende onderzoeken waarin 13.284 deelnemers diabetes kregen. Vrouwen met een hoge consumptie van witte rijst hadden een significant hoger risico op diabetes dan vrouwen met een lage consumptie (+ 46%). Bij mannen werd geen effect gevonden (+ 8% risico).


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 352,384 personen.

|Bron: Hu EA. White rice consumption and risk of type 2 diabetes: meta-analysis and systematic review. BMJ. 2012 Mar 15;344:e1454. doi: 10.1136/bmj.e1454. Link.|


Vitamine D3 verlaagt misschien het risico op vroegtijdig overlijden. Vitamine D2 verhoogt dit risico mogelijk bij mensen met een vitamine D tekort.


Zondag, 22 april 2012. | Lees verder...

Wetenschappers wilden duidelijkheid over het effect van vitamine D op de levensduur omdat onderzoeken verschillende resultaten laten zien. Ze keken in de wetenschappelijke literatuur naar bestaand onderzoek over dit effect. Ze vonden 50 gerandomiseerde onderzoeken waaraan 94.148 personen hadden deelgenomen.
Het gebruik van vitamine D3 supplementen verlaagde het risico op vroegtijdig overlijden significant met 6%. Dit effect was sterker bij doseringen van minder dan 800 IE per dag. Er werd geen algeheel beschermend effect gevonden uit supplementen met andere vormen van vitamine D. Opvallend is het gegeven dat vitamine D2 het risico op vroegtijdig overlijden significant verhoogde (+ 20%) bij mensen met een vitamine D tekort. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar mogelijke bijwerkingen. Het is onbekend of langdurig gebruik hetzelfde effect geeft als kortdurend gebruik.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 94.148 personen.

|Bron: Bjelakovic G. Vitamin D supplementation for prevention of mortality in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2011 Jul 6;(7):CD007470 Link.|


Supplementen met antioxidanten hebben geen positief effect op de levensduur. Vitamine A en beta caroteen verhogen mogelijk het risico op vroegtijdig overlijden.


Donderdag, 12 april 2012. | Lees verder...

Vier jaar geleden is een literatuuroverzicht gepubliceerd waarin onderzoekers lieten zien dat het gebruik van supplementen met antioxidanten mogelijk het risico op vroegtijdig overlijden zou kunnen verhogen (1). Dezelfde onderzoekers publiceerden deze resultaten nog een keer nadat resultaten uit recenter gepubliceerde onderzoeken zijn meegenomen (2).
Er werden 78 gerandomiseerde onderzoeken gevonden waaraan 296.707 personen deelnamen. Het gebruik van supplementen met antioxidanten verhoogde het risico op vroegtijdig overlijden minimaal (+ 3%). Toen alleen werd gekeken naar onderzoeken met een betrouwbare opzet, bleek dat zowel beta caroteen (+ 6%) als vitamine A (+ 11%) het risico op vroegtijdig overlijden significant verhoogde. Selenium en vitamine C en E hadden geen significant effect op de levensduur.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerdonderzoek. | Onderzochte groep: 296.707 personen.

|Bron:
1) Bjelakovic G. Antioxidant supplements for prevention of mortality in healthy participants and patients with various diseases. Cochrane Database Syst Rev. 2008 Apr 16;(2):CD007176. Link.
2) Bjelakovic G. Antioxidant supplements for prevention of mortality in healthy participants and patients with various diseases. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Mar 14;3:CD007176. Link.|


Genetisch gemanipuleerde maïs en soja verhogen misschien het risico op lever- en nierziekten bij proefdieren. Effecten bij mensen zijn totaal niet onderzocht.


Maandag, 2 april 2012. | Lees verder...

De veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen wordt vaak onderzocht door te kijken naar mogelijke negatieve effecten op bloedwaarden van proefdieren, na langdurige consumptie van het voedingsmiddel. Er is totaal geen onderzoek gedaan naar de veiligheid van genetisch gemanipuleerde gewassen bij mensen, dus effecten bij proefdieren zijn de enige aanwijzing voor eventuele bijwerkingen.
Na zoeken in de literatuur vonden onderzoekers 12 wetenschappelijke studies naar het effect van genetisch gemanipuleerde maïs en soja op bloedwaarden van proefdieren. Consumptie van dit soort soja en maïs werd in verband gebracht met verstoorde leverwaarden van vrouwelijke proefdieren en verstoorde nierwaarden van mannelijke proefdieren. Het is nu de vraag welk effect genetisch gemanipuleerde gewassen zullen hebben op het menselijk lichaam. Maar zonder onderzoek bij mensen kun je in ieder geval niet concluderen dat het veilig is voor mensen.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van experimenteel onderzoek bij proefdieren.

|Bron: Séralini GE. Genetically modified crops safety assessments: present limits and possible improvements. Environmental Sciences Europe 2011, 23:10. doi:10.1186/2190-4715-23-10. Link.|


Matige consumptie van alcohol verlaagt het risico op vroegtijdig overlijden.


Donderdag, 29 maart 2012. | Lees verder...

Het is vrij algemeen bekend dat matige consumptie van alcohol het risico op hartziekten verlaagt. Aan de andere kant laten nieuwsberichten geregeld zien dat hogere consumptie van alcohol het risico op kanker verhoogt. We kunnen ons dan afvragen bij hoeveel glazen per dag de positieve effecten worden overtroffen door de negatieve effecten. Dit kan het best onderzocht worden door te kijken naar het totale risico op overlijden.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar bestaand onderzoek over het effect van alcohol op het risico op vroegtijdig overlijden. Ze vonden 34 onderzoeken waaraan meer dan 1 miljoen personen hadden deelgenomen. Lage tot matige consumptie van alcohol bleek het risico op vroegtijdig overlijden te kunnen verlagen. Het sterkste effect werd gevonden bij lage consumptie. 0,5 tot 1 glas per dag verlaagde het risico met 17% bij mannen en 0,5 glas per dag verlaagde het risico met 18% bij vrouwen. Het beschermende effect bleef bij mannen bewaard tot 3,5 glas per dag en bij vrouwen tot 2 glazen per dag. Hogere consumptie liet het risico op vroegtijdig overlijden langzaam stijgen.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.015.835 personen.

|Bron: Di Castelnuovo A. Alcohol dosing and total mortality in men and women: an updated meta-analysis of 34 prospective studies. Arch Intern Med. 2006 Dec 11-25;166(22):2437-45. Link.|


Transvetten uit geharde plantaardige oliën verhogen misschien het risico op hartziekten. Transvetten uit zuivel en vlees lijken dit niet te doen.


Dinsdag, 20 maart 2012. | Lees verder...

Transvetten lijken een negatief effect te hebben op het cholesterol. Maar het is niet duidelijk of transvetten daadwerkelijk het risico op hart- en vaatziekten verhogen. Tevens is het niet duidelijk of er een verschil in effect is tussen transvet uit geharde plantaardige oliën en transvetten uit zuivel of vlees.
Ik heb in de wetenschappelijke literatuur gezocht naar prospectief onderzoek over het effect van transvetten op het risico op hart- en vaatziekten. In totaal vond ik 13 artikelen. Er zijn aanwijzingen dat transvet uit geharde plantaardige oliën het risico op hartziekten verhoogt, maar deze aanwijzingen zijn er niet voor inname van transvet uit zuivel en vlees. Het is onzeker wat het effect van transvetten is op het risico op een beroerte. En het is onduidelijk of hoge consumptie van transvetten zich vertaalt in een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (alle typen gecombineerd).


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.

|Bron: 13 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Matige consumptie van alcohol verlaagt mogelijk het risico op nierkanker


Zondag, 18 maart 2012. | Lees verder...

Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds waarschuwt dat het drinken van alcohol het risico op verschillende vormen van kanker verhoogt (1). Maar er zijn ook aanwijzingen dan het risico op andere vormen van kanker zou kunnen dalen door licht/matig gebruik van alcohol. Wetenschappers zochten in de wetenschappelijke literatuur naar prospectief onderzoek over het effect van alcohol op het risico op nierkanker (2). Ze vonden resultaten uit 16 onderzoeken waarin 3.032 personen deze vorm van kanker kregen.
Gebruikers van alcohol hadden een significant 20% verlaagd risico op nierkanker. Deelnemers die minder dan 1 drankje per dag gebruikten hadden een 11% verlaagd risico. En deelnemers die 1 tot minder dan 4 drankjes per dag gebruikten hadden een 26% verlaagd risico op deze ziekte. Zware drinkers hadden geen verlaagd risico.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 4.612.395 personen.

|Bronnen:
1) Wereld Kanker Onderzoek Fonds. Alcohol en kanker. Geraadpleegd op 17 maart 2012, van: Link.
2) Bellocco R. Alcohol drinking and risk of renal cell carcinoma: results of a meta-analysis. Ann Oncol. 2012 Mar 7. [Epub ahead of print]. Link.|


Van rood vlees ga je eerder dood. In ieder geval als je in Amerika woont.


Vrijdag, 16 maart 2012. | Lees verder...

Een paar dagen geleden lieten nieuwsberichten zien dat hoge consumptie van rood vlees (lams-, rund-, en varkensvlees) de levensduur zou verkorten. Dit effect lijkt niet veroorzaakt te zijn doordat de vleeseters een ongezonder leven zouden leiden. Rood vlees verhoogde het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten en kanker.
Ook andere grote onderzoeksgroepen waarin bijna 100.000 personen overleden, laten zien dat rood vlees mogelijk het risico op vroegtijdig overlijden verhoogt. Maar tot nu toe vonden bijna alle onderzoeken in Amerika plaats. Het is onbekend of dit effect ook wordt gevonden in Europa.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 706.534 personen.

|Bron: 4 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Nieuws: Vitamine E verlaagt mogelijk het risico op terugkeren van blaaskanker.


Dinsdag, 13 maart 2012. | Lees verder...

Onderzoek uit het verleden laat zien dat het gebruik van een vitamine E supplement het risico op kanker niet verlaagd. Het gebruik van antioxidanten in het algemeen bleek zelfs het risico op blaaskanker te verhogen (1). Maar het effect van vitamine E was niet onderzocht bij personen met bestaande blaaskanker.
Wetenschappers onderzochten een groep van 46 patiënten die waren behandeld voor blaaskanker (2). Een deel van de deelnemers kreeg dagelijks 400 I.E. vitamine E in de vorm van een supplement. De controle groep kreeg een placebo. Na 4 jaar bleek dat patiënten die vitamine E hadden gebruikt, een 47% lager risico op het terugkeren van blaaskanker hadden.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 46 personen.

|Bronnen:
1) Myung SK. Effects of antioxidant supplements on cancer prevention: meta-analysis of randomized controlled trials. Ann Oncol. 2010 Jan;21(1):166-79. Link.
2) Mazdak H. Vitamin E reduces superficial bladder cancer recurrence: a randomized controlled trial. Int J Prev Med. 2012 Feb;3(2):110-5. Link.|


Verhoogt consumptie van melk het risico op problemen met de slijmvorming?


Zondag, 11 maart 2012. | Lees verder...

Personen met astma wordt soms afgeraden om melk de drinken. Dit zou de symptomen van astma verhogen door een verhoogde slijmvorming. Ik heb in de wetenschappelijke literatuur gezocht naar onderzoek over het effect van melk op problemen met de slijmvorming.
Er lijkt geen bewijs te zijn dat melk problemen met de slijmvorming verhoogt. Personen die "geloven" dat melk de slijmvorming verhoogt, rapporteren vaker dat ze last hebben van slijm na het drinken van melk dan personen die hier niet in geloven. Wat verder opvalt is dat tot nu toe zeer weinig onderzoek is gedaan naar dit onderwerp. In het bijzonder bij mensen met bestaande aandoeningen van de ademhalingswegen, zoals astma, COPD en longkanker. Verregaande conclusies over dit onderwerp kunnen dan ook niet worden getrokken.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van beschikbaar onderzoek.

|Bron: 6 verschillende artikelen. Zie het complete stuk voor referenties.|


Volkoren graanproducten verlagen mogelijk het risico op darmkanker. Er is geen bewijs gevonden voor een effect van vezels uit groenten en fruit.


Donderdag, 8 maart 2012. | Lees verder...

Onderzoek uit het verleden liet zien dat vezels het risico op darmkanker zouden kunnen voorkomen. Maar er werden tegenstrijdige resultaten gevonden en tot nu toe was niet geheel duidelijk of alle soorten vezels hetzelfde effect gaven. Wetenschappers gooiden de resultaten uit alle beschikbare prospectieve onderzoeken op een hoop.
Hieruit bleek dat vezels het risico op darmkanker verlagen. Per 10 gram vezels daalde het risico met 10%. Vezels uit ontbijtgranen gaven een vergelijkbaar effect, maar er werd geen bewijs gevonden voor een effect van vezels uit groenten, fruit en peulvruchten. Het sterkste effect werd gevonden door consumptie van volkoren graanproducten. Voor iedere 90 gram volkoren graanproducten die per dag werd gegeten, daalde het risico op darmkanker met 17%.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 774.806 personen.

|Bron: Aune D et al. Dietary fibre, whole grains, and risk of colorectal cancer: systematic review and dose-response meta-analysis of prospective studies. BMJ. 2011 Nov 10;343:d6617. doi: 10.1136/bmj.d6617. Link.|


Sterfte aan hartziekten en beroertes het hoogst in landen met de laagste consumptie van verzadigd vet.


Vrijdag, 2 maart 2012. | Lees verder...

Onderzoek uit het verleden liet zien dat de hoogste sterftecijfers door hartziekten voorkwamen in de landen met de hoogste consumptie van verzadigd vet (1). Sinds 1977 is echter niet meer gekeken of dit effect nog steeds wordt gevonden.
In 2008 heeft de Britse Hartstichting een rapport gepubliceerd met beschikbare cijfers over de landelijke consumptie van verzadigd vet enerzijds, en het risico op overlijden aan hartziekten en beroertes anderzijds (2). Deze cijfers hoefde ik alleen maar aan elkaar te linken.
Resultaat: De hoogste sterftecijfers aan hartziekten en beroertes kunnen worden gevonden in landen met de laagste inname van verzadigd vet. Dit effect geldt voor zowel mannen als vrouwen.


Opzet onderzoek: ecologisch onderzoek.

|Bronnen:
1) Artaud-Wild SM et al. Differences in coronary mortality can be explained by differences in cholesterol and saturated fat intakes in 40 countries but not in France and Finland. A paradox. Circulation. 1993 Dec;88(6):2771-9. Link.
2) Allender S et al. European cardiovascular disease statistics 2008 edition. Link.|


Volg me op mijn nieuwe blog: roberthoenselaar.blogspot.com


Donderdag, 1 maart 2012.

Sinds een paar jaar publiceer ik wetenschappelijke informatie op voedingengezondheid.com. Maar zelf vind ik dat de site een paar beperkingen heeft:

  • Berichten zijn vaak heel kort. Aan de andere kant publiceer ik soms teksten die te veel informatie bevatten.
  • Ik beperk mezelf door alleen wetenschappelijk nieuws te publiceren.
  • Mensen kunnen niet reageren op mijn brichten.

Zelf meng ik me graag in discussies op internet forums. Daarom ben ik nu een blog begonnen waarop discussie mogelijk is over de inhoud van de informatie die ik verstrek.
Dit kunt u op roberthoenselaar.blogspot.com verwachten:

  • Korte berichten waarbij ik mijn best zal blijven doen om de wetenschappelijke literatuur zo duidelijk mogelijk te beschrijven.
  • Ook resultaten uit ouder onderzoek worden bekeken. Hierdoor heb ik de keuze uit veel meer onderwerpen en kan ik bestaande misverstanden over (on)gezonde voeding bespreken.
  • Sommige berichten op mijn blog zijn al besproken op voedingengezondheid.com. Dit keer worden ze echter in hapklare brokken gepresenteerd en kunt u een reactie geven.

  • |Mijn blog: Link.
    Mijn Engelstalige blog: Link.
    Volg me op twitter: Link.|


Nieuws: Effect van melk op het risico op prostaatkanker lijkt te verschillen van het effect van melk op de progressie van prostaatkanker.


Donderdag, 16 februari 2012.

Consumptie van magere melk wordt soms in verband gebracht met een verhoogd risico op prostaatkanker (1, 2). Terwijl volle melk niet in verband wordt gebracht met een verhoogd risico (1) en soms zelfs met een verlaagd risico op prostaatkanker (2). Maar wat doet melk met je als je al prostaatkanker hebt? Wetenschappers keker naar de consumptie van melk bij 3.918 mannen met bestaande prostaatkanker. Tussen 1986 en 2008 overleden 229 mannen aan prostaatkanker en kregen 69 andere mannen metastasen.
De totale consumptie van zuivel werd niet in verband gebracht met het verdere verloop van de ziekte. Vreemd genoeg hadden mannen met hoge consumptie van volle melk een verhoogd risico op overlijden aan prostaatkanker of metastasen (+ 115%), terwijl hoge consumptie van magere melk dit risico juist verlaagde (- 38%).


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 3.918 personen.

|Bronnen:
1) Park Y. Calcium, dairy foods, and risk of incident and fatal prostate cancer: the NIH-AARP Diet and Health Study. Am J Epidemiol. 2007 Dec 1;166(11):1270-9. Link.
2) Park SY. Calcium, vitamin D, and dairy product intake and prostate cancer risk: the Multiethnic Cohort Study. Am J Epidemiol. 2007 Dec 1;166(11):1259-69. Link.
3) Pettersson A. Milk and Dairy Consumption among Men with Prostate Cancer and Risk of Metastases and Prostate Cancer Death. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2012 Feb 10. [Epub ahead of print] Link.|


Omega-3 vetzuren verbeteren het korte termijngeheugen alleen bij personen met een milde achteruitgang van de cognitieve functies.


Vrijdag, 10 februari 2012.

Hogere innames van omega-3 vetzuren zijn gelinkt aan een verlaagd risico op afname van het cognitieve functioneren, maar resultaten uit gerandomiseerde interventie studies zijn niet consistent. Wetenschappers gooiden daarom de resultaten van alle studies op een hoop. Ze vonden 10 gerandomiseerde onderzoeken.
De inname van omega-3 vetzuren was niet in zijn algemeenheid gelinkt aan de cognitieve functies, of aan het korte termijn geheugen. Gezonde personen en personen met Alzheimer ondervonden geen positieve effecten. Maar er was ook een groep personen die leden aan een milde vorm van cognitieve achteruitgang (geen dementie!). Binnen deze groep zorgde inname van omega-3 vetzuren voor een verbetering van het korte termijngeheugen. Ook de aandachtsspanne en de verwerkingssnelheid van informatie verbeterden.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 1.746 personen.

|Bron: Mazereeuw G. Effects of omega-3 fatty acids on cognitive performance: a meta-analysis. Neurobiol Aging. 2012 Feb 3. [Epub ahead of print] Link.|


Gebruik van zoetstoffen bij personen met obesitas of diabetes type 2.


Maandag, 6 februari 2012.

Een groep wetenschappers wilde weten wat de effecten zijn van de verschillende zoetstoffen op metabole complicaties bij obesitas of diabetes type 2. Hiervoor zochten ze in de bestaande literatuur naar gerandomiseerd onderzoek. Er werden 53 relevante onderzoeken gevonden.
Bij patiënten met diabetes, verlaagde de consumptie van fructose het glucose in het bloed, vergeleken met de consumptie van glucose (- 4,81 mmol/L). Effecten van calorie arme zoetstoffen waren onduidelijk. Bij patiënten met obesitas, verlaagde het gebruik van calorie arme zoetstoffen de energie inname met 250-500 kcal./dag, vergeleken met consumptie van suiker. Maar dit was gebaseerd op slechts 2 onderzoeken die 10 weken of korter duurden.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 1.126 personen.

|Bron: Wiebe N. A systematic review on the effect of sweeteners on glycemic response and clinically relevant outcomes. BMC Med. 2011 Nov 17;9(1):123. [Epub ahead of print] Link.|


Effecten van cacao of chocolade op het cholesterol en de bloeddruk.


Maandag, 6 februari 2012.

Er is al veel gepubliceerd over mogelijke effecten van cacao of chocolade op het hart. Wetenschappers vonden in de literatuur de resultaten van 42 gerandomiseerde onderzoeken naar effecten van cacao of chocolade op de gezondheid van het hart. De resultaten hiervan werden op een hoop gegooid. De onderzoeken duurden tot maximaal 18 weken.
Chocolade of cacao verlaagde de ongevoeligheid voor insuline met 33%. Er was een verhoogde bloeddoorstroming door uitzetten van de bloedvaten bij chronische (+ 1,34%) en acute (+ 3,19%) consumptie. De diastolische bloeddruk nam af (- 1,6 mm Hg). Het goede cholesterol steeg enigszins (+ 0,03 mmol/L) en het slechte cholesterol daalde enigszins (- 0,07 mmol/L).
Een kwaliteitsbepaling van de onderzoeken liet zien dat sommige onderzoeken wel wat te wensen over lieten. Het zou dus zomaar kunnen zijn dat sommige positieve effecten zouden afzwakken als bepaalde uitkomsten systematischer werden beschreven.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 1.297 personen.

|Bron: Hooper L. Effects of chocolate, cocoa, and flavan-3-ols on cardiovascular health: a systematic review and meta-analysis of randomized trials. Am J Clin Nutr. 2012 Feb 1. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Hoge consumptie van alcohol verhoogt mogelijk het risico op dikke darmkanker bij personen met een familiegeschiedenis van dit type kanker.


Donderdag, 2 februari 2012.

In 2 van de langstlopende Amerikaanse onderzoeksgroepen, werd gekeken naar het effect van alcohol op het ontstaan van dikke darmkanker. De deelnemende mannen en vrouwen vulden iedere 4 jaar een vragenlijst in over hun gebruikelijke voeding. De vrouwen werden gedurende 26 jaar gevolgd. De mannelijke onderzoeksgroep is 6 jaar jonger. Over deze periode kregen 1.094 vrouwen en 707 mannen kanker van de dikke darm.
Hoge consumptie van alcohol (30 g of meer per dag) verhoogde het risico op dikke darmkanker met 102% bij personen met een familiegeschiedenis van darmkanker. Bij personen zonder familiegeschiedenis, steeg het risico niet significant (+ 23%).


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 135.151 personen.

|Bron: Alcohol consumption and the risk of colon cancer by family history of colorectal cancer. Cho E. Am J Clin Nutr. 2012 Feb;95(2):413-9. Link.|


Algenolie verhoogt het cholesterol. Effect op hartziekten is onzeker.


Donderdag, 2 februari 2012.

DHA en EPA zijn 2 typen olie die in vis voorkomen. En die in verband worden gebracht met een lager risico op hartziekten. Tegenwoordig is er plantaardige omega-3 olie op op basis van algen op de markt die ook DHA bevat. Wetenschappers zochten in de literatuur naar bestaand onderzoek over het effect van DHA uit algenolie op het cholesterol. Ze vonden 11 gerandomiseerde onderzoeken waaraan in totaal 485 personen mee hadden gedaan. Gemiddeld werd 1,86 g olie per dag gebruikt.
Het gebruik van algenolie zorgde voor een significante afname van het gehalte aan triglyceriden (-0,20 mmol/L). En voor en significante toename van zowel het "goede" HDL-cholesterol (+ 0,07 mmol/L) als "slechte" LDL-cholesterol (+ 0,23 mmol/L). Er is nog geen onderzoek gedaan naar het effect van algenolie op het daadwerkelijke ontstaan van hartziekten.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 485 gezonde personen.

|Bron: Bernstein AM. A Meta-Analysis Shows That Docosahexaenoic Acid from Algal Oil Reduces Serum Triglycerides and Increases HDL-Cholesterol and LDL-Cholesterol in Persons without Coronary Heart Disease. J Nutr. 2012 Jan;142(1):99-104. Link.|


Het volgen van een dieet verlaagt mogelijk het "slechte" LDL-cholesterol. Sporten lijkt dit niet te doen.


Maandag, 30 januari 2012.

In het verleden hebben studies tegenstrijdige conclusies getrokken over effecten van het dieet, sporten, of de combinatie van beiden op het cholesterol. Een groep onderzoekers besloot daarom de bestaande gegevens uit gerandomiseerd onderzoek op een hoop te gooien. Na te hebben gezocht in de wetenschappelijke literatuur, vonden de onderzoekers 6 studies die 4 weken of langer duurden.
Het onderzoek liet zien dat het volgen van een dieet - al dan niet in combinatie met sporten - leidde tot een significante afname van de gehaltes aan triglyceriden, totaal cholesterol en "slecht" LDL-cholesterol. Mensen die sportten hadden alleen een verlaagd gehalte aan triglyceriden. Er werden geen significante effecten gevonden op het "goede" HDL-cholesterol.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 788 personen.

|Bron: Kelley GA. Comparison of aerobic exercise, diet or both on lipids and lipoproteins in adults: A meta-analysis of randomized controlled trials. Clin Nutr. 2011 Dec 9. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Consumptie van thee verlaagt mogelijk het risico op overlijden bij bejaarde Chinese mannen.


Zaterdag, 28 januari 2012.

Het effect van de consumptie van thee op de gezondheid is zelden onderzocht bij bejaarden. In China werd gekeken wat de gevolgen op de gezondheid zijn van de dagelijkse consumptie van thee.
Mannen die (bijna) dagelijks thee dronken hadden een 10-20% verlaagd risico op overlijden gedurende de loop van het onderzoek, vergeleken met mannen die zelden thee dronken. Bij vrouwen werd dit effect niet gevonden. Hoge consumptie van thee werd ook in verband gebracht met een afname van de cognitieve achteruitgang en het risico op hart- en vaatziekten.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 32.606 personen.

|Bron: Qiu L. Associations between frequency of tea consumption and health and mortality: evidence from old Chinese. Br J Nutr. 2012 Jan 16:1-12. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Nitrosaminen en heemijzer in de voeding lijken niet in verband te staan met het risico op prostaatkanker.


Zaterdag, 28 januari 2012.

De EPIC studie is het grootste onderzoek over de relatie tussen voeding en kanker in Europa tot nu toe. Bij 139.005 mannen in 8 Europese landen werd gekeken naar de gebruikelijke voeding. Vervolgens werd gekeken of dit in verband stond met het risico op prostaatkanker 10 jaar later.
In deze periode kregen 4.606 mannen prostaatkanker. Mannen met hoge inname van nitrosaminen en heemijzer via de voeding exact hetzelfde risico op prostaatkanker als mannen met lage inname.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 139.005 mannen.

|Bron: Jakszyn P. Nitrosamines and heme iron and risk of prostate cancer in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC). Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2012 Jan 17. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Zwanger? Drinken van 2 of meer glazen alcohol tijdens de eerste 4 maanden van de zwangerschap kan de kans op overlijden van de foetus misschien verhogen.


Vrijdag, 27 januari 2012.

Een grote groep Deense vrouwen werd gevraagd naar het gebruikelijke voedingspatroon tijdens het 1e trimester van de zwangerschap. Er werd o.a. gekeken naar de consumptie van alcohol en koffie.
Bij vrouwen die 2-3,5 alcoholische dranken per week gebruikten tijdens de eerste 12 weken van de zwangerschap, steeg de kans op foetale sterfte met 66%. Bij vrouwen die 4 of meer glazen alcohol per week dronken, steeg de kans op sterven van de foetus met 182%. Deze effecten werden iets zwakker in week 13-16 van de zwangerschap. En na 16 weken werd geen effect meer gevonden.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 92.719 vrouwen.

|Bron: Andersen AM. Moderate alcohol intake during pregnancy and risk of fetal death. Int J Epidemiol. 2012 Jan 9. [Epub ahead of print] Link.|


Robert Hoenselaar over verzadigd vet, het cholesterol en hartziekten. Deel 1: Mijn discussie via de wetenschappelijke literatuur.


Vrijdag, 27 Januari 2012. | Lees verder...

Een groep van 13 wetenschappers heeft een aantal maanden geleden een artikel gepubliceerd om uit te leggen waarom het van belang is om de inname van verzadigd vet te beperken om zodoende het risico op hartziekten te beperken. Mijn reactie op hun verhaal is ook gepubliceerd. Vanuit wetenschappelijk perspectief, rammelt het verhaal van de wetenschappers aan alle kanten. Deel 2 volgt.



Orale inname van vitamine B12 (cobalamine) lijkt een goede manier om een tekort hieraan op te heffen.


Donderdag, 17 november 2011.

Een vitamine B12 deficiëntie komt geregeld voor bij ouderen (> 15%). Vaak worden injecties met vitamine B12 gebruikt om het tekort op te heffen, maar er wordt nu ook gekeken naar alternatieve manieren om deze vitamine toe te dienen. Wetenschappers zochten in de wetenschappelijke literatuur naar studies over het effect van orale inname van cobalamine bij ouderen.
Ze vonden 3 gerandomiseerde en 5 prospectieve studies. De resultaten hiervan laten zien dat behandeling met orale vitamine B12 een adequate manier is om tekorten op te heffen. Dit effect was vooral duidelijk toen werd gekeken naar verbeteringen van serum vitamine B12 waarden , hemoglobine, en de hoeveelheid rode bloedcellen + onrijpe rode bloedcelen.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd + prospectief onderzoek.

|Bron: Andrès E. Efficacy of oral cobalamin (vitamin B12) therapy. Expert Opin Pharmacother. 2010 Feb;11(2):249-56. Link.|


CLA supplementen zorgen mogelijk voor een kleine afname van lichaamsvet.


Woensdag, 16 november 2011.

Het gebruik van CLA supplementen wordt in verband gebracht met gewichtsverlies. Wetenschappers wilden kijken naar de lange termijn effecten van CLA. In de beschikbare literatuur vonden ze 15 gerandomiseerde onderzoeken waarin gedurende 6 maanden of langer CLA werd gebruikt. Slechts 7 van deze onderzoeken werden gebruikt.
Meta-analyse van de resultaten liet zien dat CLA zorgde voor een gewichtsafname van 0,7 kg en een verlies van vetmassa van 1,33 kg. Maar omdat het effect klein is, twijfelen de wetenschappers aan de klinische relevantie van deze resultaten.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: personen.

|Bron: Onakpoya IJ. The efficacy of long-term conjugated linoleic acid (CLA) supplementation on body composition in overweight and obese individuals: a systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials. Eur J Nutr. 2011 Oct 12. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Vitamine D verlaagt het risico op influenza niet en verlengt de duur van de ziekte misschien zelfs.


Woensdag, 16 november 2011.

Een tekort aan vitamine D is in verband gebracht met verschillende ziekten, waaronder influenza. Wetenschappers wilden weten of supplementatie met vitamine D van invloed is op het risico op- en de ernst van influenza-achtige ziekten. Daarom stuurden ze een vragenlijst aan deelnemers van lopende klinische onderzoeken naar het gebruik van vitamine D supplementen. In deze studies kregen 289 personen vitamine D (1.111-6.800 IE/dag) en 280 personen een placebo.
Influenza-achtige symptomen werden beschreven door 38 personen in de vitamine D groep en door 42 personen in de placebo groep. Dit verschil was niet significant.
Van deze personen voldeden 25 personen in de vitamine D groep en 26 personen in de placebo groep aan de klinische criteria voor influenza. En in deze subgroep duurde de ziekte significant langer bij gebruikers van vitamine D (7 dagen) dan bij gebruikers van het placebo (4 dagen).

Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 569 personen.

|Bron: Jorde H. Vitamin D supplementation did not prevent influenza-like illness as diagnosed retrospectively by questionnaires in subjects participating in randomized clinical trials. Scand J Infect Dis. 2011 Oct 25. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Erfelijke darmkanker in de familie? Aspirine verlaagt mogelijk het risico op het krijgen van deze ziekte.


Dinsdag 15 november 2011.

Een aantal jaar geleden is een onderzoek opgezet om te kijken naar het effect van aspirine gebruik bij personen met het "Lynch syndroom", een vorm van erfelijke darmkanker. 861 deelnemers slikten per dag 600 mg aspirine of een placebo.
Na 55,7 maanden hadden 48 personen darmkanker gekregen. Degenen die aspirine slikten bleken een significant verlaagd risico op darmkanker te hebben (- 44%). De wetenschappers geven aan dat meer onderzoek nodig is om de optimale dosering te vinden en om te kijken hoe lang dit supplement dient te worden gebruikt.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 861 personen.

|Bron: Burn J. Long-term effect of aspirin on cancer risk in carriers of hereditary colorectal cancer: an analysis from the CAPP2 randomised controlled trial. Lancet. 2011 Oct 27. [Epub ahead of print] Link.|


Matige consumptie van koffie verlaagt mogelijk het risico op een beroerte.


Dinsdag 15 november 2011.

Consumptie van koffie wordt inconsistent in verband gebracht met het risico op een beroerte. Wetenschappers gooiden de resultaten van de verschillende beschikbare prospectieve studies op een hoop en keken toen naar het effect. Ze vonden 11 studies waaraan bijna een half miljoen mensen deelnamen en waarin 10.003 personen een beroerte kregen.
Mensen met een matige consumptie van koffie bleken een verlaagd risico te hebben op een beroerte. Vergeleken met personen die geen koffie drinken, hadden personen die 2 kopjes koffie (- 14%), 3-4 kopjes koffie (- 17%), en 6 kopjes koffie (- 13%) per dag dronken, een significant verlaagd risico op een beroerte. Bij 8 kopjes koffie per dag daalde het risico ook, maar dit effect was niet significant (- 7%).


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 479.689 personen.

|Bron: Larsson SC. Coffee Consumption and Risk of Stroke: A Dose-Response Meta-Analysis of Prospective Studies. Am J Epidemiol. 2011 Nov 1;174(9):993-1001. Link.|


Consumptie van melk zorgt mogelijk voor langere mensen.


Dinsdag 15 november 2011.

In het verleden zijn correlaties gevonden tussen de landelijke zuivel consumptie en de lichaamslengte. Maar resultaten uit dit soort studies wijzen niet noodzakelijk op een causaal verband. Een Nederlandse onderzoeker gebruikte daarom de resultaten van gecontroleerd onderzoek en keek naar het effect van zuivel op de lichaamsgroei. Twaalf studies konden worden gebruikt.
Een meta analyse van de resultaten uit deze studies laat zien dat het grootste effect werd bereikt door de consumptie van melk. Iedere 245 ml melk per dag zorgde voor een jaarlijkse groei van 0,4 cm.
De auteur wijst er op dat veel van de geïncludeerde studies beperkingen hadden in de opzet van het onderzoek en dat dit van invloed is op de kwaliteit van het bewijs.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gecontrolleerd onderzoek.

|Bron: de Beer H. Dairy products and physical stature: A systematic review and meta-analysis of controlled trials. Econ Hum Biol. 2011 Aug 17. [Epub ahead of print] Link.|


Mix van glucose-polymeren, fructose, en eiwitten verhoogt het uithoudingsverhogen het meest.


Vrijdag 26 augustus 2011.

Er is zeer veel onderzoek gedaan naar het effect van koolhydraat supplementatie op het uithoudingsvermogen. Voor het eerst gooiden wetenschappers alle resultaten uit deze onderzoeken op een hoop. Ze vonden 73 gerandomiseerde onderzoeken die aan hun criteria voldeden.
Supplementen met koolhydraten lieten een matige (+ 2%) tot sterkere (+ 6%) verbetering van de prestaties zien. De beste resultaten werden behaald met een 3-10% koolhydraat-plus-eiwit drank die 0,7 g/kg glucose polymeren (bijv. zetmeel), 0,2 g/kg fructose, en 0,2 g/kg eiwitten bevatte.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Vandenbogaerde TJ. Effects of acute carbohydrate supplementation on endurance performance: a meta-analysis. Sports Med. 2011 Sep 1;41(9):773-92. doi: 10.2165/11590520-000000000-00000. Link.|


Hebben vitamine D supplementen een beschermend effect bij kankerpatiënten?


Vrijdag 26 augustus 2011.

Lagere serumwaarden van vitamine D zijn in verband gebracht met een slechte prognose van borstkanker, dikke darmkanker, prostaatkanker, en melanomen. Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van vitamine D supplementatie op de levensduur bij kankerpatiënten. Ze vonden 3 gerandomiseerde onderzoeken over patiënten met prostaatkanker in een vergevorderd stadium.
Vitamine D supplementatie had geen significant effect op de levensduur bij deze patiënten (+ 7%).


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Buttigliero C. Prognostic Role of Vitamin D Status and Efficacy of Vitamin D Supplementation in Cancer Patients: A Systematic Review. Oncologist. 2011 Aug 11. [Epub ahead of print] Link.|


Geen effect van antioxidanten op het risico op huidkanker.


Vrijdag 26 augustus 2011.

Wetenschappers zochten in de literatuur naar gerandomiseerd onderzoek over het effect van antioxidanten op het risico op huidkanker. Ze vonden 10 onderzoeken.
Behandeling met vitamines of supplementen met antioxidanten liet geen beschermend effect zien tegen huidkanker (- 2%). De resultaten waren vergelijkbaar voor primaire preventie (- 2%) en secundaire preventie (- 3%). Verder werden geen beschermende effecten gevonden van de verschillende typen antioxidanten of tegen bepaalde vormen van huidkanker.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Chang YJ. Effects of Vitamin Treatment or Supplements with Purported Antioxidant Properties on Skin Cancer Prevention: A Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. Dermatology. 2011 Aug 16. [Epub ahead of print] Link.|


Martijn Katan over verzadigd vet in relatie tot cholesterol & hart- en vaatziekten.


Zondag, 12 Augustus 2011. | Lees verder...

Professor Doctor Martijn Katan is een van de meest vooraanstaande Nederlandse voedingswetenschappers. De media vraagt geregeld naar zijn mening over nieuw onderzoek betreffende de relatie tussen voeding en de gezondheid.
Dit jaar heeft het Deense parlement ingestemd met een belasting op producten waar verzadigd vet in zit. Aan de hand van dit gegeven neemt dhr. Katan een zeer duidelijke stelling in over de effecten van verzadigd vet op het cholesterol en het risico op hartinfarcten. Van iemand in zijn positie zou je verwachten dat hij zijn stelling wetenschappelijk goed kan onderbouwen, maar is dat ook zo?



Advies tot beperking van de inname van zout/natrium bij hartfalen gerechtvaardigd?


Dinsdag, 2 augustus 2011. | Lees verder...

Resultaten van een recente meta-analyse laten zien dat beperking van de zoutinname bij personen met hartfalen het risico op overlijden significant verhoogde (+ 159%). Andere wetenschappers hebben deze resultaten bekritiseerd doordat zij stellen dat de combinatie van diuretica (plaspillen) met een beperking van de zoutinname, zou leiden tot een zouttekort en daardoor tot een slechtere prognose. Daarmee zeggen zij dat de zoutbeperking gepaard zou moeten gaan met een verminderde toediening van diuretica.
Nederlandse richtlijnen voor patiënten met hartfalen adviseren een algemene beperking van de inname van zout (natrium) ondanks het gegeven dat zij bevestigen dat er geen onderzoek is dat dit advies ondersteunt. In de richtlijnen wordt niet benoemd dat een zoutbeperking gepaard zou moeten gaan met een verminderde toediening van diuretica.



Dieetadvies leidt tot een tijdelijke en kleine afname van het gewicht.


Dinsdag, 2 augustus 2011.

Zelf ben ik een diëtist in opleiding en wanneer ik met de diverse diëtisten spreek, zijn ze allemaal vol lof over hun persoonlijke methoden om cliënten te helpen bij de behandeling van overgewicht. Zowel op de korte als op de lange termijn. Gelukkig is er nog de wetenschap die de daadwerkelijke effecten van dieetadvies op gewichtsverlies probeert vast te leggen.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar gerandomiseerd onderzoek over de effecten van dieetadvies op het gewicht. Ze vonden 46 onderzoeken waarin mensen met overgewicht gedurende minimaal 16 weken op een dieetadvies werden gezet met gewichtsverlies als doel.
De maximale afname van de BMI na 12 maanden bedroeg - 1,9 BMI-punt. In de periode van 3 tot 12 maanden op een dieet, bedroeg de gemiddelde afname van de BMI 0,1 BMI-punt (dat is ongeveer 3 ons gewichtsverlies per maand). Na stopzetten van het dieet steeg de BMI met 0,02-0,03 BMI-punt tijdens de onderhoudsfase.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Dansinger ML. Meta-analysis: the effect of dietary counseling for weight loss. Ann Intern Med. 2007 Jul 3;147(1):41-50. Link.|


Nieuws: Is variëren met de kleuren van groenten en fruit goed voor de gezondheid, of is dit een fabeltje?


Woensdag, 22 juni 2011.

Het is tegenwoordig "hip" om voor de gezondheid zoveel mogelijk te variëren met de kleuren van groenten en fruit. Tot nu toe was echter nog helemaal niet onderzocht of variatie op kleur van invloed is op het risico op chronische ziekten. Nederlandse wetenschappers keken bij 20.069 mannen en vrouwen hoe de consumptie van groenten en fruit in relatie stond tot de kans op hartziekten. Na 10 jaar hadden 245 personen hartziekten gekregen.
Er werd geen effect gevonden door consumptie van het totaal van de 4 onderzochte kleuren groenten en fruit. Ook hadden de specifieke kleurgroepen apart geen effect op hartziekten, behalve diep oranje fruit en groenten. Deze groep verlaagde het risico op hartziekten met 26%. Wortels leverden de sterkste bijdrage aan de groep en deze verlaagden het risico op hartziekten met 32%.


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 20.069 personen.

|Bron: Oude Griep LM. Colours of fruit and vegetables and 10-year incidence of CHD. Br J Nutr. 2011 Jun 8:1-8. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Na een operatie verlaagt het gebruik van een supplement met kurkuma/geelwortel mogelijk de pijn en vermindert het de vermoeidheid.


Maandag, 20 juni 2011.

Wetenschappers onderzochten de effectiviteit van geelwortel (ook wel kurkuma of koenjit genoemd) als pijnstiller. Bij 50 patiënten moest de galblaas worden verwijderd via een kijkoperatie. Ze deden mee aan een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek waarbij ze kurkuma kregen voorgeschreven of een placebo. De patiënten werd gevraagd om tot 3 weken na de operatie een dagboek bij te houden. Hierin moesten ze opschrijven of er bijwerkingen optraden en hoe ze pijn en vermoeidheid ervaarden.
Er waren geen patiënten die zich terugtrokken uit de studie en er traden geen bijwerkingen op. Patiënten die geelwortel gebruikten ervaarden in veel mindere mate pijn en ze gebruikten veel minder pijnstillers. Tevens voelden de gebruikers van geelwortel zich minder vermoeid. Alle effecten waren extreem significant (P = 0.000).


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 50 personen.

|Bron: Agarwal KA. Efficacy of turmeric (curcumin) in pain and postoperative fatigue after laparoscopic cholecystectomy: a double-blind, randomized placebo-controlled study. Surg Endosc. 2011 Jun 14. [Epub ahead of print] Link.|


Geen wetenschappelijk bewijs dat vitamine D beschermt tegen hart- en vaatziekten.


Zondag, 19 juni 2011.

Verschillende studies vonden effecten van serum vitamine D waarden op de bloeddruk en hartziekten. Maar hoe supplementatie met vitamine D van invloed is op hart- en vaatziekten is nog niet geheel duidelijk. Wetenschappers zochten in de literatuur naar gerandomiseerd onderzoek over de effecten van vitamine D op hart- en vaatziekten. Ze vonden 51 onderzoeken.
Vitamine D zorgde voor een zwak en niet-significant verlaagd risico op overlijden (- 4%). Maar er werd geen effect gevonden op het risico op een hartinfarct (+ 2%) of een beroerte (+ 5%). Ook werden geen effecten gevonden op het cholesterol of de bloeddruk.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd. | Onderzochte groep: personen.

|Bron: Elamin MB. Vitamin D and Cardiovascular Outcomes: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Clin Endocrinol Metab. 2011 Jun 15. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Lange termijn gebruik van whey eiwit verlaagt mogelijk de middelomtrek, vergeleken met soja eiwit of koolhydraten.


Zondag, 19 juni 2011.

Er bestaat een klein aantal onderzoeken waarin is gekeken naar het verschil in effect tussen verschillende soorten eiwitten op training of de lichaamssamenstelling. Maar veel onderzoeksgroepen bestaan uit minder dan 30 personen en vaak wordt slechts gekeken naar effecten op zeer korte termijn. Wetenschappers onderzochten het effect van 56 gram a) whey eiwit, b) soja eiwit, of c) koolhydraten per dag. Deze supplementen werden verdeeld over 2 porties per dag en als drank geconsumeerd. Deelnemers aan het onderzoek waren 90 personen met overgewicht of obesitas die verder vrij waren om te eten volgens hun eigen voedingspatroon.
Na 23 weken werd geen verschil in effect op het lichaamsgewicht of de lichaamssamenstelling gevonden tussen de groep die soja eiwit gebruikte en de andere groepen. Maar het lichaamsgewicht (- 1,8 kg) en de vetmassa (- 2,3 kg) waren lager bij de gebruikers van whey eiwit dan bij gebruikers van koolhydraten. De vetvrije massa verschilde niet tussen de groepen, maar de middelomtrek was significant lager bij de gebruikers van whey eiwit dan bij de andere groepen.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 90 personen.

|Bron: Baer DJ. Whey Protein but Not Soy Protein Supplementation Alters Body Weight and Composition in Free-Living Overweight and Obese Adults. J Nutr. 2011 Jun 15. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Verlaagt matige consumptie van alcohol het risico op een longontsteking?


Zondag, 12 juni 2011.

Bij een groep gezonde Deense mannen en vrouwen werd gekeken naar effecten uit consumptie van alcohol op het risico op een longontsteking. Van 47.167 personen kregen 1.091 mannen en 944 vrouwen een longontsteking in de periode dat de groep werd gevolgd.
Mannen die geen alcohol dronken hadden een 49% verhoogd risico op een longontsteking, vergeleken met mannen die 1-6 drankjes per week namen. Mannen met zeer hoge consumptie (≥ 50 consumpties/week) hadden een verhoogd risico. Vrouwen die geen alcohol dronken hadden een niet-significant 26% verhoogd risico op een longontsteking, vergeleken met vrouwen die 1-6 drankjes per week namen. En het risico op een longontsteking steeg niet, ongeacht de geconsumeerde hoeveelheid alcohol.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 47.167 personen.

|Bron: Kornum JB. Alcohol drinking and risk of subsequent hospitalisation with pneumonia. Eur Respir J. 2011 Jun 9. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Een supplement met quercetine lijkt geen effect te hebben op het lichaamsgewicht en de lichaamssamenstelling.


Maandag, 6 juni 2011.

Aan flavonoïden worden allerlei gezondheids eigenschappen toegeschreven. Een van de bekendere flavonoïden wordt quercetine genoemd. Onderzoek in cellijnen en dieren laat zien dat quercetine van invloed is op vetcellen en op het basaal metabolisme. Maar het is nog niet duidelijk of deze stof ook van invloed is op het lichaamsgewicht en de lichaamssamenstelling bij mensen. Om dit te onderzoeken werden 941 volwassenen gerandomiseerd naar 500 mg quercetine per dag, 1.000 mg quercetine per dag, of een placebo. Aan de quercetine werden vitamin B3 en C toegevoegd. De supplementen werden 2x daags genomen over een periode van 12 weken.
Na deze 12 weken werden geen verschillen in effecten gevonden tussen de 3 onderzoeksgroepen. Ook bij personen met overgewicht en obesitas werden geen effecten gevonden.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 941 personen.

|Bron: Knab AM. Quercetin with vitamin C and niacin does not affect body mass or composition. Appl Physiol Nutr Metab. 2011 Jun;36(3):331-8. Link.|


Nieuws: Zonlicht beschermt mogelijk tegen bepaalde typen kanker, maar dit lijkt niet te komen door vitamine D.


Maandag, 6 juni 2011.

In 1995-96 werd bij 121.216 Amerikaanse vrouwen gekeken naar de blootstelling aan zonlicht. In 2007 werd gekeken of dit in verband kon worden gebracht met 3 typen kanker. In deze periode hadden 629 vrouwen non-hodgkin's lymfoom gekregen, 119 vrouwen kregen multipel myeloom en 38 vrouwen kregen de ziekte van Hodgkin.
Vrouwen met de hoogste blootstelling aan zonlicht hadden een sterk verlaagd risico op non-hodgkin's lymfoom (- 42%) en op multipel myeloom (- 43%). Deze effecten werden niet beïnvloed door gevoeligheid voor zonlicht, of ras/ethniciteit. Consumptie van vitamin D werd niet in verband gebracht met deze ziekten. Hieruit concludeerden de onderzoekers dat de bescherming van zonlicht tegen de genoemde typen kanker onafhankelijk van vitamine D gebeurt.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 121.216 vrouwen.

|Bron: Chang ET. Adulthood residential ultraviolet radiation, sun sensitivity, dietary vitamin D, and risk of lymphoid malignancies in the California Teachers Study. Blood. 2011 May 26. [Epub ahead of print] Link.|


Geen bewijs dat consumptie van vis het risico op kanker beïnvloedt.


Maandag, 23 Mei 2011. | Lees verder...

Vis bevat giftige stoffen zoals dioxines, die in verband worden gebracht met een verhoogd risico op kanker. Maar vis zou ook stoffen kunnen bevatten die het risico op kanker mogelijk kunnen verlagen. Of consumptie van vis het risico op kanker daadwerkelijk beïnvloedt, is nog niet helemaal duidelijk. Beschikbare literatuuroverzichten laten zien dat het risico op specifieke kankersoorten niet negatief wordt beïnvloedt door consumptie van vis, maar tot nu toe was er geen literatuuroverzicht wat keek naar het effect op kanker in zijn totaliteit (alle typen gecombineerd). Dat laatste heb ik nu gedaan. Ik vond 19 artikelen die informatie gaven over 16 verschillende onderzoeksgroepen. De meeste artikelen lieten zien dat er geen effecten werden gemeten, ongeacht de geconsumeerde hoeveelheid.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.


Bewijs voor een beschermend effect van vis tegen hart- en vaatziekten is zwak. Er zijn geen aanwijzingen dat consumptie van vette vis een ander effect geeft dan niet-vette vis.


Donderdag, 12 Mei 2011. | Lees verder...

Literatuuroverzichten uit het verleden laten consistent zien dat de consumptie van vis het risico op hartziekten verlaagt. Maar studies waarin geen effect werd gevonden van vis consumptie op hartziekten werden in verhouding vaker buitengesloten uit deze literatuuroverzichten, dan studies waarin wel een beschermend effect werd gevonden. Indien we kijken naar alle beschikbare studies zien we dat in slechts 10 van de 37 onderzoeksgroepen een significant beschermend effect is gevonden van vis consumptie tegen hartziekten. En 6 v.d. 10 keer was dit ook nog in slechts een deel van de onderzoeksgroep.
Vis consumptie beschermt mogelijk tegen het risico op een beroerte, maar dit effect is alleen gevonden bij vrouwen, en de kracht van het beschermende effect is lang niet zo sterk als door het Voedingscentrum wordt gesuggereerd. Verder valt op dat, voor zowel hartziekten als beroertes, er meer aanwijzingen zijn voor een mogelijk beschermend effect in Amerikaanse, en Aziatische populaties, dan in Europese populaties.
Ondanks het gegeven dat wordt aangeraden om (deels-)vette vis te consumeren, waren er tot nu toe geen literatuuroverzichten die systematische hebben gekeken naar effecten uit consumptie van vette- en niet vette vis soorten op hart- en vaatziekten. Indien we kijken naar resultaten uit de beschikbare prospectieve studies, zien we dat er geen aanwijzingen zijn dat vette vis een ander effect heeft op hart- en vaatziekten dan niet vette vis.
Het Voedingscentrum stelt dat personen die een verhoogd risico hebben op hart- en vaatziekten, baat kunnen hebben bij een hogere consumptie van vis dan 2 porties per week. Maar resultaten uit prospectief onderzoek geven hier geen aanwijzing voor.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.


Vis en hart- en vaatziekten: Het Amerikaanse Voedingscentrum leest geen wetenschappelijke literatuur, of begrijpt de inhoud daarvan niet!


Zaterdag, 7 mei 2011. | Lees verder...

In 2010 presenteerde het Amerikaanse Voedingscentrum (USDA) haar rapport betreffende de richtlijnen voor gezonde voeding. Resultaten uit dit rapport dragen ook bij tot de adviezen van het Nederlandse Voedingscentrum. De USDA raadt aan om 2 porties vis per week te eten omdat dit zou kunnen bijdragen aan een verlaagde kans op fatale hartziekten. Als onderbouwing voor dit advies wordt o.a. gerefereerd aan resultaten van 10 prospectieve studies. En hierin zou een consistent beschermend effect tegen hart- en vaatziekten zijn gevonden uit consumptie van vette vis. De consumptie van vette vis is echter slechts onderzocht in 3 van deze 10 studies, en in niet één studie kon een significant beschermend effect worden gevonden bij consumptie van de aanbevolen hoeveelheid.
Tien van de tien keer fout vind ik wel èrg slordig!



Hoge inname van zout en het risico op hart- en vaatziekten. Toch een verhoogd risico?


Vrijdag, 6 mei 2011.

"Te veel zout eten heeft geen invloed op het hart". Dit bericht werd deze week de wereld in gekopt (1). De conclusie is gebaseerd op een recente publicatie in het Amerikaanse tijdschrift 'JAMA' (2). De auteurs van deze publicatie waren wetenschappers die keken naar de link tussen zout uitscheiding in de urine en het het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten binnen de periode van 7,9 jaren die daarop volgden. Hieruit bleek dat mensen die weinig zout uitscheidden een 56% hoger risico hadden op overlijden aan hart- en vaatziekten dan mensen die veel zout uitscheidden.
Dit resultaat is interessant, maar ook niet meer dan dat. De onderzoeksgroep bestond namelijk uit 3.681 personen, dit is volgens wetenschappelijke begrippen een zeer kleine onderzoeksgroep. En er overleden slechts 84 personen aan hart- en vaatziekten. Een belangrijkere bijdrage aan dit onderzoek werd geleverd in 2009. Toen publiceerden wetenschappers een literatuuroverzicht van prospectief onderzoek waarin de effecten werden beschreven van zout inname op het risico op beroertes en hart- en vaatziekten (3). Ze vonden 13 studies. In totaal kregen 5.161 personen hart- en vaatziekten, en hoge zout inname verhoogde het risico hierop met 14%. Ook kregen 5.346 personen een beroerte, en hoge zout inname verhoogde het risico hierop met 23%.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 154.282 personen.

|Bronnen:
1) Te veel zout heeft geen invloed op hart. Nu.nl. Geraadpleegd op 6 mei, 2011. Link.
2) Stolarz-Skrzypek K. Fatal and Nonfatal Outcomes, Incidence of Hypertension, and Blood Pressure Changes in Relation to Urinary Sodium Excretion. JAMA. 2011; 305:177785. Link.
3) Strazzullo P. Salt intake, stroke, and cardiovascular disease: meta-analysis of prospective studies. BMJ. 2009 Nov 24;339:b4567. doi: 10.1136/bmj.b4567. Link.|


Nieuws: Krachttraining bij ouderen. Timing inname eiwit is mogelijk niet belangrijk. Ook soort eiwit lijkt niet van invloed.


Donderdag, 5 mei 2011.

Wetenschappers wilden weten of er een verschil is in de mate van eiwitsynthese in de spieren van ouderen na inname van whey eiwit of caseïne, na een zware krachttraining. Verder wilden ze weten of de timing van inname van caseïne belangrijk is. 24 ouderen (gem. leeftijd 68 jaar) werden gerandomiseerd naar een van de 4 onderzoeksgroepen: caseïne inname voor de training, caseïne inname direct na de training, whey eiwit inname direct na de training, of een controle drank zonder calorieën. Na de training werd de mate van spiereiwit synthese gemeten gedurende 6 uur na de training.
Er werd geen verschil in eiwitsynthese gevonden tussen inname van caseïne of whey eiwit na de training. Ook werd geen verschil gevonden tussen caseïne inname voor de training en caseïne inname na de training.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 24 oudere mannen en vrouwen.

|Bron: Dideriksen KJ. Stimulation of muscle protein synthesis by whey and caseinate ingestion after resistance exercise in elderly individuals. Scand J Med Sci Sports. 2011 Apr 28. doi: 10.1111/j.1600-0838.2011.01318.x. Link.|


Nieuws: Matige consumptie van alcohol verhoogt het risico op kanker niet! Stoppen met het drinken van alcohol verhoogt het risico op kanker misschien zelfs.


Woensdag, 4 mei 2011. | Lees verder...

Resultaten van een zeer grote Europese onderzoeksgroep laten zien dat zowel matige als hoge consumptie van alcohol het risico op kanker verhogen. Indien je echter kijkt naar een andere publicatie over deze zelfde onderzoeksgroep, zie je dat de conclusie niet terecht is: Matige consumptie van alcohol verlaagde het risico op kanker zelfs minimaal. Resultaten van andere onderzoeksgroepen laten ook consistent zien dat matige consumptie van alcohol (≤ 2 glazen/dag voor mannen en ≤ 1 glas/dag voor vrouwen) geen verhoogd risico op kanker geeft. Net als stoppen met het gebruik van aspirine, lijkt het erop dat ook stoppen met het gebruik van alcohol de kans op chronische ziekten zou kunnen verhogen. Advies om te stoppen met het gebruik van alcohol zou daarom wel eens niet de effecten kunnen geven die men verwacht/hoopt.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 109.118 mannen en 254.870 vrouwen personen.


Nieuws: Extra inname van aminozuren vóór en tijdens een marathon heeft mogelijk geen effect op spierschade en spierpijn.


Donderdag 21 april 2011.

28 ervaren mannelijke lopers van een ultra-marathon werden ingedeeld in 2 groepen. De interventiegroep kreeg een totaal van 52,5 g aminozuren voor aanvang van- en gedurende een 100 km ultra-marathon. De andere groep diende als controle groep. Beide groepen waren vrij om tijdens de marathon voedsel en vloeistof te halen bij van een van de 17 hulpstations.
De atleten in de interventiegroep consumeerden iets meer vloeistof tijdens de marathon. Atleten in de interventiegroep consumeerden significant meer eiwitten vergeleken met de controle groep (79,9 tegen 26,7 g). De onderzoekers van het artikel stellen dat de energie inname, het energie verbruik, en de energiebalans niet verschilden tussen de twee groepen. Inderdaad werden geen significante verschillen gevonden, maar de energie inname van de interventiegroep was substantieel hoger (3.311 tegen 2.590 kcal.). Tevens lag de koolhydraat inname van de interventiegroep substantieel hoger (756 tegen 609 g).
De consumptie van aminozuren had geen invloed op het subjectieve gevoel van spierpijn. Ook werd geen effect gevonden op de hoeveelheid spierschade, gemeten via creatine kinase, ureum, en myoglobine.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 27 personen.

|Bron: Knechtle B. No effect of short-term amino acid supplementation on variables related to skeletal muscle damage in 100 km ultra-runners - a randomized controlled trial. J Int Sports Nutr. 2011 Apr 7;8(1):6. Link.|


Inname van zuivel en het risico op borstkanker.


Donderdag 21 april 2011.

Wetenschappers zochten in de literatuur naar prospectief onderzoek over de relatie tussen zuivel consumptie en borstkanker. Ze vonden 18 studies waarin in totaal 24.187 vrouwen borstkanker kregen. Deze studies lieten tegenstrijdige resultaten zien, maar toen alle resultaten bij elkaar werden opgeteld werd een significant beschermend effect gevonden door inname van zuivel (- 15%). Een klein beschermend effect werd ook gevonden door inname van melk, maar dit effect was niet significant (- 9%). De beschermende effecten waren iets sterker voor magere zuivelprocucten dan voor de volvette varianten.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.063.471 personen.

|Bron: Dong JY. Dairy consumption and risk of breast cancer: a meta-analysis of prospective cohort studies. Breast Cancer Res Treat. 2011 Mar 27. [Epub ahead of print] Link.|


Koffie verlaagt mogelijk het risico op alvleesklierkanker bij mannen.


Donderdag, 31 maart 2011.

Sommige voedingsmiddelen worden in verband gebracht met bepaalde typen kanker. Maar er zijn weinig voedingsmiddelen die in verband worden gebracht met alvleesklierkanker. Wetenschappers zochten in de literatuur naar prospectieve studies over het effect van koffie drinken op het risico op alvleesklierkanker. Er werden 14 studies gevonden waarin 1,496 personen alvleesklierkanker kregen.
Elke mate van koffie consumptie verlaagde het risico op alvleesklierkanker significant. Het risico daalde met 14% bij lage/matige consumptie, met 18% bij regelmatige consumptie, en met 32% bij hoge consumptie. Het beschermende effect bleef beperkt tot mannen, terwijl geen effect werd gevonden bij vrouwen.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 671,080 personen.

|Bron: Dong J. Coffee drinking and pancreatic cancer risk: A meta-analysis of cohort studies. World J Gastroenterol. 2011 Mar 7;17(9):1204-10. Link.|


Nieuws: Inname van kwik en het risico op hart- en vaatziekten.


Zondag, 27 maart 2011.

De inname van methylkwik, via de consumptie van vis, is in verband gebracht met een potentieel verhoogd risico op hart- en vaatziekten, maar het bewijs is tegenstrijdig. De inname van vis zou dit effect ook kunnen beïnvloeden. Van een grote groep Amerikaanse mannen en vrouwen zijn afgeknipte teennagels opgeslagen. Vervolgens is gekeken naar de concentratie methylkwik in de teennagels en deze is in verband gebracht met het daaropvolgende risico op hart- en vaatziekten.
Personen met hogere concentraties van methylkwik hadden geen verhoogd risico op hartziekten (- 15%), beroertes (- 14%) of totale hart en vaatziekten (- 15%). Het "beschermende" effect tegen hart- en vaatziekten was zelfs bijna significant (P = 0.06).
Sommige effect zijn nu eenmaal onverwachts. En toch ga ik u niet aanraden om kwik in te nemen. Ook de consumptie van mensenlijke teennagels lijkt me niet aan te raden.


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 51.529 mannen en 121.700 vrouwen.

|Bron: Mozaffarian D. Mercury exposure and risk of cardiovascular disease in two U.S. cohorts. N Engl J Med. 2011 Mar 24;364(12):1116-25. Link.|


Nieuws: Rauwe groenten en fruit en de kans op een beroerte.


Zondag, 27 maart 2011.

Vorig jaar werd een studie gepubliceerd die liet zien dat hoge consumptie van groenten en fruit het risico op hartziekten verlaagde in een Nederlandse populatie. Hierbij werd geen verschil in effect gevonden tussen rauwe, en bewerkte groenten en fruit (1). In deze zelfde populatie werd nu gekeken naar het effect op het risico op een beroerte (2).
Hoge consumptie van groenten en fruit of bewerkte groenten en fruit werd niet in verband gebracht met het risico op een beroerte. Maar een hoge consumptie van rauwe groenten en fruit verlaagde het risico op een beroerte met 30%, alhoewel het effect niet significant was (P = 0.07). Rauwe groenten verlaagden het risico op een herseninfarct (- 50%), en rauw fruit verlaagde het risico op een hersenbloeding (- 47%).


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 20.069 personen.

|Bronnen:
1) Oude Griep LM. Raw and processed fruit and vegetable consumption and 10-year coronary heart disease incidence in a population-based cohort study in the Netherlands. PLoS One. 2010 Oct 25;5(10):e13609. Link.
2) Griep LO. Raw and processed fruit and vegetable consumption and 10-year stroke incidence in a population-based cohort study in the Netherlands. Eur J Clin Nutr. 2011 Mar 23. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Eiwit en diabetes. Is er een verschil tussen dierlijke en plantaardige eiwitten?


Zondag, 20 maart 2011. | Lees verder...

Deze week lieten de media zien dat een eiwitrijk dieet het risico op diabetes zou verhogen. Elke 10 gram eiwit per dag, zou het risico op diabetes met 16% verhogen. En dit effect zou voornamelijk veroorzaakt worden door dierlijke eiwitten.
Een nadere analyse van deze gegevens laat zien dat een berekening op basis van continue inname (per 10 g/dag) een verhoogd risico liet zien, maar dat geen significante effecten werden gevonden door personen met hoge consumptie van eiwitten te vergelijken met personen met lage consumptie. Tevens bleek het verhoogde risico beperkt tot personen met een slank/normaal gewicht (BMI < 25).


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 38.094 personen.


Nieuws: Fytinezuur/fytaat, volkoren graanproducten, en het risico op een heupfractuur.


Donderdag, 17 maart 2011.

Fytinezuur/fytaat komt vooral voor in onbewerkte graanproducten en peulvruchten. Deze stof wordt wetenschappelijk in verband gebracht met een slechtere opname van ijzer, zink, en calcium (1). In theorie zou fytinezuur daarom kunnen zorgen voor een verhoogd risico op gezondheidsproblemen als gevolg van tekorten aan de genoemde mineralen, zoals een verhoogd risico op botbreuken door verlaagde inname van calcium.
29.192 Amerikaanse vrouwen werden gevolgd over een periode van 18 jaar (2). In deze periode kregen 1,451 vrouwen een heupfractuur. Vrouwen met een hoge consumptie van volkoren graanproducten bleken een significant verlaagd risico op een heupfractuur te hebben, vergeleken met vrouwen met een lage consumptie.


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 29.192 vrouwen van 55-69 jaar.

|Bronnen:
1) Gibson RS. A review of phytate, iron, zinc, and calcium concentrations in plant-based complementary foods used in low-income countries and implications for bioavailability. Food Nutr Bull. 2010 Jun;31(2 Suppl):S134-46. Link.
2) Jacobs DR Jr. Whole grain intake, incident hip fracture and presumed frailty in the Iowa Women's Health Study. Br J Nutr. 2010 Nov;104(10):1537-43. Link.|


Nieuws: Consumptie van wijn verhoogt mogelijk de cognitieve functies van bejaarden.


Woensdag, 16 maart 2011.

Matige consumptie van alcohol wordt in verband gebracht met betere cognitieve functies. Maar slechts weinig studies hebben hierbij rekening gehouden met cognitieve functies in het verleden. In 1936 werd gekeken naar het IQ van een groep kinderen van 11 jaar oud.
Matig-hoge consumptie van alcohol (> 2 drankjes/dag) werd in verband gebracht met betere prestaties en cognitieve testen bij zowel mannen als vrouwen, vergeleken met lagere- of geen consumptie van alcohol. Nadat rekening werd gehouden met het IQ in de kindertijd, werden veel van deze verbanden zwakker. Maar consumptie van alcohol bleek het geheugen, en de verbale capaciteiten van vrouwen te verbeteren. Deze vrouwen bleken vooral wijn te drinken. Bij mannen hadden niet alle alcoholische dranken hetzelfde effect. Wijn en sherry-port werden in verband gebracht met betere verbale functies, maar bier werd in verband gebracht met slechtere verbale functies. Gedistilleerde dranken werden in verband gebracht met een beter geheugen. Alle effecten waren klein, en het is niet duidelijk in hoeverre deze klinisch relevant zijn.


Onderzochte groep: 922 personen.

|Bron: Corley J. Alcohol intake and cognitive abilities in old age: The Lothian Birth Cohort 1936 study. Neuropsychology. 2011 Mar;25(2):166-75. Link.|


Consumptie van sterke drank verhoogt het risico op baarmoederslijmvlieskanker. Consumptie van wijn en bier hebben geen effect.


Woensdag, 16 maart 2011.

Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van alcohol consumptie op het risico op baarmoederslijmvlieskanker. Ze vonden 6 prospectieve en 14 patiënt-controle onderzoeken.
De consumptie van alcohol had geen significant effect op het risico op deze vorm van kanker in zowel prospectief- (+ 4%) als patiënt-controle (- 11%) onderzoek. Toen werd gekeken naar verschillende vormen van alcohol, vonden de wetenschappers een verhoogd risico door het drinken van sterke drank (+ 22%), maar geen effect door consumptie van bier of wijn.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief en patiënt-controle onderzoek.

|Bron: Sun Q. Alcohol consumption and the risk of endometrial cancer: a meta-analysis. Asia Pac J Clin Nutr. 2011;20(1):125-33. Link.|


Nieuws: Matig-hoge consumptie van sterke drank verhoogt mogelijk het risico op overlijden aan alvleesklierkanker.


Woensdag, 16 maart 2011.

Meer dan 1 miljoen Amerikanen werden gevolgd over een periode van 24 jaar. In deze periode overleden 6.847 personen aan alvleesklierkanker. Matig-hoge consumptie van alcohol verhoogde het risico op overlijden aan alvleesklierkanker. Bij consumptie van 3 drankjes per dag of meer, steeg de kans met 36% voor niet-rokers, en met 16% voor rokers/ex-rokers. Een significant verhoogd risico werd gevonden door consumptie van sterke drank (+ 32%), maar niet door consumptie van bier (+ 8%) of wijn (+ 9%).


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.030.467 personen.

|Bron: Gapstur SM. Association of alcohol intake with pancreatic cancer mortality in never smokers. Arch Intern Med. 2011 Mar 14;171(5):444-51. Link.|


Nieuws: Koffie en de kans op een beroerte.


Woensdag, 16 maart 2011.

34.670 Zweedse vrouwen werden gevolgd over een periode van 10 jaar. In deze periode kregen 1.680 vrouwen een beroerte. De consumptie van koffie bleek het risico op een beroerte te verlagen. Het risico daalde met 22% bij de consumptie van 1-2 kopjes per dag, en dit effect bleef gelijk bij hogere consumptie.


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 34.670 vrouwen.

|Bron: Larsson SC. Coffee Consumption and Risk of Stroke in Women. Stroke. 2011 Mar 10. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Multivitamines, kanker en hart- en vaatziekten.


Woensdag, 2 maart 2011.

Veel mensen gebruiken een multivitamine/mineralen supplement. Maar het effect van deze supplementen op het voorkomen van chronische ziekten of het risico op overlijden is nog onduidelijk. Een grote Amerikaanse onderzoeksgroep werd gevolgd over de periode van 11 jaar. Gedurende deze periode overleden 28.851 personen.
Het gebruik van een multivitamine supplement had geen significant effect op het risico op overlijden bij mannen (+ 7%) of vrouwen (- 4%). Ook werd geen effect gevonden op de kans op overlijden aan hart- en vaatziekten of kanker. Tevens werd geen effect gevonden op het risico op kanker, of specifieke vormen van kanker zoals longkanker, darmkanker, prostaatkanker, en borstkanker.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 182.099 personen.

|Bron: Park SY. Multivitamin Use and the Risk of Mortality and Cancer Incidence: The Multiethnic Cohort Study. Am J Epidemiol. 2011 Feb 22. [Epub ahead of print] Link.|


Nieuws: Vezels uit graanproducten verlagen mogelijk het risico op overlijden.


Woensdag, 2 maart 2011.

Consumptie van vezels wordt wel in verband gebracht met het risico op bepaalde ziekten, zoals hartziekten en diabetes. Maar het is nog niet duidelijk of dit ook van invloed is op de totale levensduur. Een van de grootste onderzoeksgroepen ooit (388.122 Amerikaanse mannen en vrouwen) werd gevolgd over een periode van 9 jaar. In deze periode stierven 20.126 mannen en 11.330 vrouwen.
Een hoge consumptie van vezels verlaagde het risico op overlijden binnen deze periode. Het risico daalde significant met 22% voor zowel mannen als vrouwen. Bij mannen daalde het risico met iedere toegenomen inname van vezels. Bij vrouwen werd geen verschil in effect gevonden tussen gemiddelde inname (17,0 g per dag) en hoge inname (20,1 of 25,8 g per dag).
Hoge consumptie van vezels uit groenten verlaagde het risico op overlijden minimaal (- 5% voor zowel mannen als vrouwen). Vezels uit fruit hadden geen effect. En vezels uit bonen verlaagden het risico alleen bij vrouwen (- 13%). Het sterkste beschermende effect werd gevonden door hoge consumptie van vezels uit graanproducten (- 23% voor mannen en - 19% voor vrouwen). Vezels uit granen verlaagden het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten, kanker, infectieziekten, en aandoeningen van de ademhalingswegen.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 219.123 mannen en 168.999 vrouwen.

|Bron: Park Y. Dietary Fiber Intake and Mortality in the NIH-AARP Diet and Health Study. Arch Intern Med. 2011 Feb 14. [Epub ahead of print] Link.|


Open brief aan Het voedingscentrum. Betreffende: verzadigd vet in relatie tot hart- en vaatziekten.


Dinsdag, 22 Februari 2011. | Lees verder...

Geacht Voedingscentrum,

Ik heb in de wetenschappelijke literatuur gezocht naar onderzoeken over de relatie tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Op mijn internetsite heb ik de resultaten van deze onderzoeken uitvoerig beschreven. Vervolgens heb ik gekeken of conclusies en aanbevelingen van 4 wetenschappelijke adviesorganen (Institute of Medicine. 2005; USDA/USDHHS. 2010; EFSA. 2010; Voedingscentrum. 2008) zijn gebaseerd op de beschikbare resultaten uit de literatuur.

Een korte samenvatting van mijn conclusies, ziet er als volgt uit:

  • Een samenvatting van de resultaten uit prospectief cohort onderzoek laat zien dat er geen aanwijzingen zijn dat verzadigd vet het risico op totale hart- en vaatziekten, hartziekten, en beroertes beïnvloedt. Zeer lage consumptie van verzadigd vet, verhoogt mogelijk zelfs het risico op de meest voorkomende vorm van een hersenbloeding: het intracerebrale hematoom.
  • Beide Amerikaanse adviesorganen (Institute of Medicine. 2005; USDA/USDHHS. 2010) geven de resultaten uit prospectief cohort onderzoek onjuist weer.
  • In niet één enkel gerandomiseerd interventie onderzoek waarin verzadigd vet is vervangen door meervoudig onverzadigd vet, kunnen de effecten op hart- en vaatziekten eenduidig worden toegeschreven aan verzadigd vet. Tevens bleken veranderingen in het serum cholesterol - die zijn veroorzaakt door veranderingen in de vetinname - het daarop volgende risico op hart- en vaatziekten niet te kunnen voorspellen.
  • Een analyse van de validiteit van de genoemde 4 adviesorganen, laat zien dat alle adviesorganen de meerderheid van resultaten uit gerandomiseerde- en prospectieve cohort onderzoeken negeren. Effecten van verzadigd vet op het 'goede' HDL-cholesterol worden systematisch genegeerd. En werkelijke resultaten zoals deze zijn gepresenteerd in de wetenschappelijke literatuur zijn in 2 rapporten "aangepast" om op overtuigende wijze "aan te tonen" dat verzadigd vet het risico op hart- een vaatziekten verhoogt.
  • Gerandomiseerd onderzoek laat zien dat zelfs boter, margarine, en mayonaise nog beter zijn voor de verhouding totaal:HDL cholesterol, dan koolhydraten.
  • Prospectief onderzoek laat zien dat er geen bewijs is dat vetten uit vlees en zuivel het risico op hart- en vaatziekten verhogen.
  • In 5 van de 6 beschikbare prospectieve onderzoeken bleek boter beter te zijn voor het hart dan margarine.

Een uitgebreide analyse van de resultaten die tot deze conclusies leidden, vind U op mijn internetsites:
Hoenselaar R. Advies voedingscentrum onjuist: geen bewijs effect verzadigd vet op hart- en vaatziekten. Voedingengezondheid.com. Beschikbaar op: Link . Geraadpleegd op: 22 februari, 2011.
Hoenselaar R. Dietary fat, dietary cholesterol, and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Beschikbaar op: Link . Geraadpleegd op: 22 februari, 2011.

Mijn vragen zijn als volgt:

  • Wat vindt u van mijn conclusies? Denkt u dat er conclusies tussen zitten die door andere resultaten uit de wetenschappelijke literatuur onderuit gehaald kunnen worden?
  • Waarom neemt u de resultaten uit de wetenschappelijke literatuur, zoals ik deze hierboven heb weergegeven, niet mee in uw conclusies of adviezen?
  • U baseert uw adviezen mede op de conclusies van de overige, genoemde adviesorganen. Was U op hoogte van het feit dat beide Amerikaanse adviesorganen, de resultaten uit prospectief onderzoek verdraaien? Wat vindt u nu nog van de betrouwbaarheid van de genoemde rapporten?
  • Vind u nu nog steeds dat er overtuigend bewijs is, dat verzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten verhoogt?

Graag hoor ik van U.

Hoogachtend, R. Hoenselaar


Opzet onderzoek: (Literatuuroverzichten van) gerandomiseerd + prospectief onderzoek.


Nieuws: Vervangen van volvette kaas door magere kaas verhoogt mogelijk het risico op overlijden. Vervangen van volle melk door magere/halfvolle melk heeft geen effect.


Zaterdag, 12 Februari 2011. | Lees verder...

De "Netherlands Cohort Study" is het grootste Nederlandse onderzoek over de relatie tussen voeding en de gezondheid ooit. Er deden 120.852 mannen en vrouwen aan mee. Onlangs is gepubliceerd wat de effecten van zuivelconsumptie zijn op het risico op overlijden en hart- en vaatziekten binnen deze onderzoeksgroep.
In de abstract (samenvatting) van het artikel valt te lezen dat er weinig - en meestal zwakke - significante effecten gevonden zijn. Boter en vet uit zuivelproducten verhoogden de kans op overlijden aan hartziekten, en de totale kans op overlijden bij vrouwen. Volvette gefermenteerde melkproducten (zoals yoghurt en kwark) beschermden tegen overlijden aan een beroerte, en de totale kans op overlijden bij zowel mannen als vrouwen.
De samenvatting suggereert dat het vervangen van volle melk door magere/halfvolle melk, en het vervangen van volvette kaas door magere kaas, het risico op overlijden zal verlagen bij vrouwen. Maar het vervangen van volle melk door magere/halfvolle melk had geen effect op het risico op overlijden, en het vervangen van volvette kaas door magere kaas verhoogt het risico op overlijden zelfs.


Opzet onderzoek: prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 120.852 personen.


Voedingscentrum: Vitamine D supplementen zorgen voor sterke botten. Of toch niet?


Woensdag, 29 december 2010. | Lees verder...

Het Voedingscentrum adviseert specifieke bevolkingsgroepen, zoals ouderen en kinderen, om vitamine D supplementen te gebruiken voor "sterke botten". Dit advies wordt echter niet ondersteunt door wetenschappelijk onderzoek. De Gezondheidsraad liet in 2008 zien dat het gebruik van vitamine D supplementen alleen hielp indien hier calcium aan werd toegevoegd. Ook recenter onderzoek laat zien dat het gebruik van vitamine D supplementen de kans op botbreuken en heupfracturen niet verlaagt zonder toegevoegde calcium.