Nieuws:
Calciumpillen verhogen de kans op een hartinfarct.
Dinsdag, 24 augustus 2010.
Wetenschappers wilden weten wat het effect is van calciumpillen op hart- en vaatziekten. Hiervoor zochten ze in de literatuur naar gerandomiseerd,
placebo-gecontroleerd onderzoek. Ze vonden 15 studies die aan hun criteria voldeden.
Calciumpillen verhoogden de kans op een hartinfarct significant (+ 31%). Niet-significant verhoogde risico's werden gevonden voor de kans op een beroerte
(+ 20%), en de kans op overlijden (+ 9%). De onderzoekers wijzen erop dat calciumpillen de kans op botbreuken nauwelijks verlagen. Ze berekenden dat voor
iedere 26 botbreuken die worden voorkomen door calciumpillen, er 14 personen een hartinfarct krijgen, 10 een beroerte krijgen, en 13 personen overlijden.
Verder stellen ze dat het positieve effect tegen botbreuken niet opweegt tegen het waarschijnlijke negatieve effect op hart- en vaatziekten, gepaard met
een mogelijk verhoogde kans op een heupfractuur.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 11.921 personen.
|Bron: Bolland MJ. Effect of calcium supplements on risk of myocardial infarction and cardiovascular events: meta-analysis. BMJ. 2010 Jul 29;341:c3691. doi: 10.1136/bmj.c3691. Link.|
Consumptie van vet is mogelijk niet van invloed op de kans op darmkanker.
Dinsdag, 24 augustus 2010.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van vetconsumptie op de kans op darmkanker. Ze vonden 13 studies waaraan
459.910 personen meededen en waarin 3.635 personen darmkanker kregen.
Er werd geen effect gevonden van de consumptie van vet op het risico op darmkanker. Dit gebrek aan effect werd consistent gevonden in verschillende subgroepen
(bij mannen & vrouwen, maar ook bij dikke darmkanker & endeldarmkanker). Zowel dierlijk vet als plantaardig vet had geen effect.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 459.910 personen.
|Bron: Liu L. Is dietary fat associated with the risk of colorectal cancer? A meta-analysis of 13 prospective cohort studies. Eur J Nutr. 2010 Aug 10. [Epub ahead of print] Link.|
Zorgt cholesterol uit het dieet voor meer spiermassa bij krachttraining?
Woensdag, 4 augustus 2010.
Op het moment is er weinig bekend over effecten van het dieet op de spiermassa bij krachttraining. 49 oudere mannen en vrouwen kregen gedurende 2 weken
voorlichting over voeding. Daarna werden ze onderworpen aan 12 weken krachttraining op hoge intensiteit. Hierbij gebruikten ze een eiwitsupplement na de krachttraining.
De hoeveelheid cholesterol uit het dieet werd in direct verband gebracht met de winst in spiermassa en dit effect was onafhankelijk van onderlinge verschillen in
eiwitinname. Cholesterol uit het dieet stond niet in verband met serum cholesterol.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 49 personen.
|Bron: Riechman SE. Statins and dietary and serum cholesterol are associated with increased lean mass following resistance training. J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2007 Oct;62(10):1164-71. Link.|
Samenstelling van het dieet heeft invloed op de lichaamssamenstelling na krachttraining.
Vrijdag, 23 juli 2010.
16 ongetrainde vrouwen met overgewicht deden 10 weken aan krachttraining. Hierbij werden ze gerandomiseerd naar een ketogeen dieet, of een regulier dieet.
Het ketogene dieet bestond uit 6 en% koolhydraten, 66 en% vet, en 22 en% eiwitten. Het reguliere dieet bestond uit 41 en% koolhydraten, 34 en% vet, en 17 en% eiwitten.
Na 10 weken was het verschil in lichaamssamenstelling groot: Vrouwen op het ketogene dieet verloren 5,6 kg lichaamsgewicht, en dit bestond volledig uit vetmassa.
Vrouwen op het reguliere dieet wonnen 0,8 kg lichaamsgewicht, terwijl ze 1,6 kg vetvrije massa wonnen.
Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 16 vrouwen.
|Bron: Jabekk PT. Resistance training in overweight women on a ketogenic diet conserved lean body mass while reducing body fat. Nutr Metab (Lond). 2010 Mar 2;7:17. Link.|
Hoge consumptie van groenten en fruit verhogen mogelijk de kans op kanker van het baarmoederslijmvlies
Vrijdag, 23 juli 2010.
De relatie tussen consumptie van groenten & fruit en kanker van het baarmoederslijmvlies werd onderzocht in een van de grootste onderzoeksgroepen ooit (1).
112.088 vrouwen vulden een vragenlijst in waarop ze invulden hoevaak ze verschillende voedingsmiddelen consumeerden. Na 8 jaar kregen 1.142 vrouwen kanker van het
baarmoederslijmvlies. Vrouwen met een hoge consumptie van fruit hadden een significant 30% verhoogde kans op deze vorm van kanker. Ook hoge consumptie
van groenten verhoogde de kans (+ 9%) al was dit verre van significant. Verder werd er geen beschermend effect gevonden door hoge consumptie van de 13 onderzochte
botanische families.
Let op: Ik heb deze studie niet op mijn site gezet om aan te tonen dat hoge consumptie van groenten en fruit de kans op kanker (alle verschillende types bij
elkaar) verhoogt. Dat doet het namelijk niet (2). Wel wil ik laten zien dat onderzoeken waarin beschermende effecten zijn gevonden vaker het nieuws halen dan
onderzoeken waarin geen effecten zijn gevonden, of zelfs verhoogde risico's op ziekten.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 112.088 vrouwen.
|Bronnen:
1) Kabat GC. Intake of fruits and vegetables, and risk of endometrial cancer in the NIH-AARP Diet and Health Study. Cancer Epidemiol. 2010 Jul 7. [Epub ahead of print] Link.
2) Hoenselaar R. Voedingengezondheid.com. Groenten, fruit en kanker (alle types gecombineerd). Link.|
De China Study: Veel onbetrouwbare gegevens over een klein groepje mensen.
Woensdag, 14 juli 2010. | Lees verder...
De "China Study" is een onderzoek waarbij de relatie tussen voeding en overlijden aan verschillende aandoeningen werd onderzocht. Het onderzoek is ook gepubliceerd
in boekvorm, en werd gelanceerd als "de uitvoerigste studie over voeding ooit!". Gegevens uit dit onderzoek worden vaak gebruikt om te "bewijzen" dat eiwitten
de kans op kanker zouden verhogen, en dat personen met de hoogste consumptie van dierlijke producten de grootste kans zouden hebben op chronische ziekten.
Maar de China Study is helemaal niet zo groots opgezet als Dr. Campbell (de man achter de studie) doet voorkomen: 6.500 personen deden mee aan het onderzoek.
Aan een gemiddeld prospectief onderzoek doen 20.000-80.000 personen mee. De gegevens over voeding zijn niet gekoppeld aan ziekten die de personen in de toekomst
ontwikkelden. Ze werden gekoppeld aan gegevens over verschillende doodsoorzaken van andere personen 8-10 jaar voordat de voeding werd geconsumeerd.
Opzet onderzoek: Ecologisch onderzoek. | Onderzochte groep: 6.500 personen.
(Vetten uit) zuivel, melk, of kaas in relatie tot hart- en vaatziekten. Huidige kennis volstaat niet om wetenschappelijk onderbouwde adviezen hierover te geven.
Zondag, 11 juli 2010. | Lees verder...
Het Voedingscentrum raadt het gebruik aan van magere zuivelproducten omdat volle zuivelproducten de kans op hart- en vaatziekten zouden verhogen. Wat
hierbij opvalt is dat het Voedingscentum bij de onderbouwing voor deze stelling al het wetenschappelijke bewijs over de relatie tussen zuivelproducten
en hart-en vaatziekten volkomen negeert.
Twee van de drie meest recente literatuuroverzichten over de relatie tussen zuivel en/of melk, en hartziekten concluderen dat er geen bewijs is voor een relatie. De
derde stelt na een "meta-analyse" dat hoge consumptie van zuivel en melk de kans op hartziekten verlaagt. Feit is echter dat een verhoogd risico tussen zuivel en
hartziekten is gevonden in 4 studies, en dat alle 4 die studies niet meegenomen zijn in de meta-analyse.
Indien je al het relevante wetenschappelijke bewijs over de relatie tussen zuivel en hart- en vaatziekten bekijkt, zie je dat er inconsistente aanwijzingen zijn dat
consumptie van zuivelproducten de kans op hart- en vaatziekten zou beïnvloeden: Effecten verschillen tussen de verschillende zuivelproducten, en verschillen tussen
Aziatische en Westerse populaties. Tevens zijn er geen consistente verschillen tussen magere- en volle zuivelproducten, melk, en kaas. Met de huidige kennis is de
aanbeveling om te kiezen voor magere zuivelproducten niet gerechtvaardigd met het oog op effecten op hart- en vaatziekten.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.
Zorgt vlees ervoor dat je zwaarder wordt?
Vrijdag, 9 juli 2010.
Consumptie van vlees is in verband gebracht met gewichtstoename door de hoge hoeveelheid energie en vetten, maar studies laten inconsistente effecten zien.
De relatie tussen vlees consumptie en gewichtstoename werd onderzocht in een van de grootste onderzoeken die op dit moment lopen: de EPIC studie. Van 373.803
volwassenen werd de voedselconsumptie vastgelegd, en vervolgens werd na 5 jaar gekeken of er bewijs voor deze relatie kon worden gevonden.
De consumptie van vlees werd in verband gebracht met gewichtstoename, zelfs toen rekening werd gehouden met de totale energie inname van de onderzochte personen.
Dit effect werd gevonden bij mannen en vrouwen, en was onafhankelijk van het lichaamsgewicht. Op basis van deze gegevens schatten de onderzoekers in dat een toename
van 250 g vlees per dag na 5 jaar zou leiden tot een toename in het lichaamsgewicht van 2 kg. Het effect werd gevonden bij rood vlees (lams-, rund-, en varkensvlees),
gevogelte, en bewerkt vlees.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 373.803 personen.
|Bron: Vergnaud AC. Meat consumption and prospective weight change in participants of the EPIC-PANACEA study. Am J Clin Nutr. 2010 Jun 30. [Epub ahead of print] Link.|
Een calcium supplement tijden de zwangerschap zorgt mogelijk voor een sterkere afname van de botdichtheid.
Vrijdag, 9 juli 2010.
Mobilisatie van mineralen in de botten van zwangere vrouwen zorgt deels voor de calcium die de foetus nodig heeft voor de groei. Wetenschappers wilden
weten wat het effect was van calciumsupplementatie op de botdichtheid bij zwangere vrouwen met een lage inname van calcium. Vrouwen kregen per dag een supplement
met 1500 mg calcium of een placebo vanaf 20 weken in de zwangerschap.
Vrouwen die calcium supplementen kregen tijdens de zwangerschap, hadden een significant verminderde botdichtheid van de heupen. Ook waren er biochemische aanwijzingen
dat de mineralen uit de botten werden gemobiliseerd.
Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 125 zwangere vrouwen.
|Bron: Jarjou LM. Effect of calcium supplementation in pregnancy on maternal bone outcomes in women with a low calcium intake. Am J Clin Nutr. 2010 Jun 16. [Epub ahead of print] Link.|
Is er bewijs voor een relatie tussen eieren en hart- en vaatziekten?
Donderdag, 1 Juli 2010. | Lees verder...
Het voedingscentrum adviseert maximaal 3 eieren per week omdat eieren het cholesterol verhogen, waardoor de kans op hartziekten zou stijgen. Hierbij is
echter geen rekening gehouden met het gegeven dat onderzoek naar een effect op het cholesterol geen betrouwbare manier hoeft te zijn om de kans op hartziekten
te voorspellen. Tevens zijn resultaten van direct onderzoek naar het effect van eieren op hartziekten genegeerd.
Indien je gaat kijken naar studies over het directe effect van eieren op hart- en vaatziekten, zie je dat de meeste studies geen effect laten zien, en dat er geen
bewijs is voor een effect op hart- en vaatziekten door de consumptie van eieren in welke hoeveelheid dan ook, behalve bij personen met diabetes type 2.
Er lijkt dus totaal geen bewijs te zijn dat een hogere consumptie dan 3 eieren per week de kans op hartziekten verhoogt bij een gezond persoon, hoe je het ook bekijkt.
Toch zou ik opletten met een hoge consumptie van eieren (≥ 6 eieren per week). Er zijn aanwijzingen dat hoge consumptie het risico op overlijden verhoogt.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.
Nieuws: Koffie en thee beschermen tegen hartziekten. Toch?
Maandag, 21 juni 2010.
Thee en koffie verlagen het risico op hartziekten. Zo meldde het RTL-nieuws vandaag (1). Dit was gebaseerd op een onderzoek van het UMC utrecht, waarin
37.000 mensen gedurende 13 jaar werd gevolgd (2). Aan het eind van dit onderzoek hadden 1.387 mensen kransslagaderziekte gekregen, waarvan er 123 overleden.
Hoge consumptie van zwarte thee, en matige consumptie van koffie (1-4 koppen per dag) bleken het risico op kransslagaderziekte met respectievelijk 30% en 20% te
verlagen.
Maar............
Bijna tegelijkertijd zijn ook de resultaten van een ander Nederlands onderzoek gepubliceerd (3). Aan dit onderzoek deden 120.852 mensen mee die gedurende 10 jaar werden
gevolgd. In dit onderzoek overleden maar liefst 1.789 mensen aan hartziekten.
Het onderzoek liet zien dat mannen met een hoge koffie consumptie een verhoogde kans hadden op overlijden aan hartziekten (+ 9% per kop koffie), terwijl dit risico werd verlaagd
door consumptie van thee (- 9% per kop thee). Vrouwen hadden een verlaagde kans op overlijden aan hartziekten door hoge consumptie van koffie (- 12% per kop koffie).
Jammer dat dit onderzoek het nieuws niet haalde.................
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek.
|Bronnen:
1) RTL nieuws. 21 juni 2010. Link.
2) umcutrecht.nl Thee of koffie verlaagt kans hartziekte. Link.
3) Leurs LJ. Total fluid and specific beverage intake and mortality due to IHD and stroke in the Netherlands Cohort Study. Br J Nutr. 2010 May 11:1-10. [Epub ahead of print] Link.|
Witte rijst verhoogd mogelijk het risico op diabetes type 2, terwijl bruine rijst dit risico mogelijk verlaagd.
Donderdag, 17 juni 2010.
Omdat bruine en witte rijst verschillende nutriënten bevatten, hebben ze misschien een verschillende effect op het risico op diabetes type 2. In
een behoorlijk grote onderzoeksgroep werd gekeken wat de invloed was van de consumptie van witte en bruine rijst op het risico op diabetes type 2.
Hoge consumptie van witte rijst verhoogde het risico op diabetes (+ 17%), terwijl hoge inname van bruine rijst dit risico juist verlaagde (- 11%). Hieruit werd
berekend dat het vervangen van witte rijst door bruine rijst de kans op diabetes met tot 36% kan verlagen.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 197,228 personen.
|Bron: Sun Q. White Rice, Brown Rice, and Risk of Type 2 Diabetes in US Men and Women. Arch Intern Med. 2010 Jun 14;170(11):961-9. Link.|
Vitamine D heeft mogelijk geen effect op het risico op overlijden bij personen met hoofd- en nekkanker.
Donderdag, 17 juni 2010.
Lage bloedwaarden van vitamine D zijn in verband gebracht met een slechtere uitkomst bij patiënten met kanker. Bij patiënten met hoofd- en nekkanker
is hier nog geen onderzoek naar gedaan. Bij 540 personen met hoofd- en nekkanker werd gekeken of bloedwaarden van vitamine D en inname van vitamine D van invloed waren
op de progressie van de ziekte.
Zowel bloedwaarden van vitamine D als inname van vitamine D (via de voeding en supplementen) kon niet in verband worden gebracht met het terugkeren van kanker, of de
kans op overlijden.
Opzet onderzoek: Gerandomiseerd of prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 540 personen met hoofd- en nekkanker.
|Bron: Meyer F. Dietary vitamin D intake and serum 25-hydroxyvitamin D level in relation to disease outcomes in head and neck cancer patients. Int J Cancer. 2010 Jun 7. [Epub ahead of print] Link.|
Licht-Matige consumptie van alcohol tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap heeft misschien een positieve invloed op het gedrag zodra het kind de pubertijd bereikt heeft.
Donderdag, 17 juni 2010.
Onderzoekers wilden weten wat de invloed is van alcohol consumptie tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van het gedrag van het prenatale stadium tot puber.
In Australië werd bij 2.900 zwangere vrouwen gekeken hoeveel alcohol ze consumeerden tijdens de zwangerschap. Daarna werd gekeken hoe het met de ontwikkeling van
de kinderen was gegaan toen zij de leeftijd van 14 jaar bereikten.
Lichte (2-6 alcoholische dranken/week) tot matige (7-10 alcoholische dranken/week) consumptie van alcohol tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap, werd in
verband gebracht met positiever gedrag. Het ging hier om minder internaliserend (emotionele problemen)-, en externaliserend (gedragsproblemen) gedrag.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 2.900 zwangere vrouwen.
|Bron: Robinson M. Low-moderate prenatal alcohol exposure and risk to child behavioural development: a prospective cohort study. BJOG. 2010 May 28. [Epub ahead of print] Link.|
Magere vis verlaagt misschien de kans op schizofrenie, terwijl hoge consumptie van vette vis de kans hierop mogelijk verhoogt.
Zaterdag, 5 juni 2010.
Er zijn aanwijzingen dat lage inname van vis, of meervouding onverzadigde vetzuren, en vitamine D deficiëntie van invloed zouden kunnen zijn op het ontwikkelen
van schizofrenie. Een middelgrote groep Zweedse vrouwen vulde in 1991/92 een voedselfrequentievragenlijst in, en vervolgens werd in 2002/03 gekeken wat de invloed
was op symptomen van schizofrenie.
14.395 vrouwen ontwikkelden in gemiddelde-, en 817 vrouwen ontwikkelden in hoge mate symptomen van schizofrenie. Er werd een verschil in effect gevonden tussen consumptie
van verschillende soorten vis. Consumptie van magere vissorten (kabeljauw, snoek, en koolvis) verlaagde de kans op beide maten van symptomen van schizofrenie.
Dit effect werd gevonden bij alle hoeveelheden van consumptie. Daartegen had matig consumptie (tot 1 x per week) van vette vis (zalm, haring, makreel),
geen effect, en werd er zelfs een verhoogd risico op beide maten van symptomen van schizofrenie gevonden bij hoge consumptie (2 x per week of meer) van vette vis.
Lage consumptie van weekdieren (1-3 x per maand), verlaagde de kans, maar hoge consumptie (2 x per week of meer) verhoogde de kans op beide maten van symptomen van
schizofrenie. Ten slotte verlaagden zowel vitamine D consumptie via het dieet, als omega-6 vetzuren de kans op beide maten van symptomen van schizofrenie.
Het beschermende effect van vitamine D werd sterker naarmate er meer van werd geconsumeerd.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 33.623 vrouwen.
|Bron: Hedelin M. Dietary intake of fish, omega-3, omega-6 polyunsaturated fatty acids and vitamin D and the prevalence of psychotic-like symptoms in a cohort of 33 000 women from the general population. BMC Psychiatry. 2010 May 26;10(1):38. [Epub ahead of print] Link.|
Caffeine verlaagt mogelijk het risico om de ziekte van Parkinson te krijgen.
Zaterdag, 5 juni 2010.
Verschillende studies laten zien dat caffeine/koffie het risico verlaagt om de ziekte van Parkinson te krijgen. Maar verschillen in effecten zorgen ervoor
dat de kracht van dit effect niet goed kan worden ingeschat. Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van caffeine op het risico om
de ziekte van Parkinson te krijgen. Er werden 27 onderzoeken gevonden. Hiervan waren 9 onderzoeken prospectief (waarvan 7 cohort), 16 patiënt-controle, en 1
cross-sectioneel.
Het gemiddelde van deze studies laat zien dat caffeine een beschermend effect geeft tegen het ontwikkelen van de ziekte (-25%). Indien alleen wordt gekeken naar het
cohort onderzoek, wordt het effect iets zwakker, maar het blijft significant (-20%). Het beschermende effect was zwakker onder vrouwen (-14%).
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van verschillende soorten onderzoek.
|Bron: Costa J. Caffeine exposure and the risk of Parkinson's disease: a systematic review and meta-analysis of observational studies. J Alzheimer Dis. 2010;20 Suppl 1:S221-38. Link.|
Een effect van caffeine op de afname van cognitieve functies is nog onzeker.
Zaterdag, 5 juni 2010.
Wetenschappers wilden weten in welke mate de inname van caffeine van invloed is op de afname van cognitieve functies of dementie. In de literatuur vonden
ze 9 prospectieve, en 2 patiënt-controle onderzoeken.
Het gemiddelde effect van de studies laat zien dat caffeine een beschermend effect heeft tegen afname van cognitieve functies (-16%), maar indien alleen wordt gekeken
naar de betrouwbaardere studies (prospectief onderzoek), blijft er geen significant effect meer over. De wetenschappers stellen dat de grote verschillende in de methodiek
tussen de studies + het aantal studies - wat beperkt is - ervoor zorgt dat er nog geen duidelijke uitspraken gedaan kunnen worden over dit onderwerp.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief + patiënt-controle onderzoek.
|Bron: Santos C. Caffeine intake and dementia: systematic review and meta-analysis. J Alzheimer Dis. 2010;20 Suppl 1:S187-204. Link.|
Verlaagt lichamelijke activiteit het risico op vasculaire dementie?
Maandag, 31 mei 2010.
Lichamelijke activiteit heeft verschillende positieve effecten op de gezondheid waaronder een verlaagd risico op de ziekte van Alzheimer. Er zijn verschillende
studies gedaan naar het effect van lichamelijke activiteit op het risico op vasculaire dementie, maar dit waren gewoonlijk studies met weinig deelnemers, en er zijn tot
nu toe geen meta-analyses (gemiddelde effect van de individuele studies bij elkaar) naar gedaan. Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies die het voorgenoemde
effect onderzochten en vonden 24 studies waarin 1.378 personen vasculaire dementie kregen.
De meerderheid van de individuele studies vond geen significant effect. Hiervan konden 5 studies gebruikt worden voor de meta-analyse gebruikt worden. De meta-analyse
liet een significant beschermend effect zien van lichamelijke activiteit tegen het risico op vasculaire dementie (-38%).
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 10,482 personen.
|Bron: Link.|
Er is mogelijk geen verschil tussen verschillende soorten noten in het effect op het cholesterol.
Maandag, 31 mei 2010.
Epidemiologisch onderzoek laat consistent zien dat consumptie van noten in verband wordt gebracht met een verlaagd risico op hartziekten. Als gevolg daarvan
zijn er veel interventie onderzoeken gekomen naar de effecten van noten op het cholesterol. Wetenschappers gooiden 25 van deze studies op een hoop om te kijken naar de effecten.
Mensen in deze onderzoeken hadden een normaal of verhoogd cholesterol en gebruikten geen medicatie tegen cholesterol.
Met een dagelijkse consumptie van 67 g noten per dag werden de volgende resultaten bereikt: Een verlaagd cholesterol (-5.1%), en een verlaagd "slecht" cholesterol (-7.4%).
Concentraties van triglyceriden werden verlaagd (-10.2%) bij personen met triglyceriden waarden van minimaal 150 mg/dL, maar niet bij personen met lagere waarden.
De effecten van noten waren afhankelijk van de geconsumeerde dosis, en verschillende soorten noten hadden vergelijkbare effecten op het cholesterol. Verder waren de
gevonden effecten het sterkst bij personen met hoge waarden van het "slechte" (LDL) cholesterol, bij personen met een lage BMI, en bij personen die een Westers dieet volgden.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van interventie onderzoek. | Onderzochte groep: 583 personen.
|Bron: Sabaté J. Nut consumption and blood lipid levels: a pooled analysis of 25 intervention trials. Arch Intern Med. 2010 May 10;170(9):821-7. Link.|
Overgewicht en obesitas geven waarschijnlijk een sterk verhoogd risico op diabetes type 2.
Maandag, 31 mei 2010.
Wetenschappers wilden weten hoe sterk het risico op diabetes type 2 is voor mensen met overgewicht of obesitas, vergeleken met mensen met een normaal gewicht.
In de literatuur vonden ze 18 prospectieve studies die aan de door hun gestelde criteria voldeden.
Mensen met overgewicht hadden een 3x zo'n grote kans op diabetes (RR = 2.99), en mensen met diabetes een 7x zo'n grote kans (RR = 7.19) als mensen met een normaal
gewicht.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.
|Bron: Abdullah A. The magnitude of association between overweight and obesity and the risk of diabetes: A meta-analysis of prospective cohort studies. Diabetes Res Clin Pract. 2010 May 19. [Epub ahead of print] Link.|
Er is nog maar weinig bewijs dat voedingsmiddelen uit de organische landbouw gezonder zijn dan conventionele voeding.
Woensdag, 26 mei 2010.
Er is onzekerheid over de voordelen van nutriënten uit organisch voedsel op de gezondheid. Daarom zochten wetenschappers in de literatuur naar bewijs dat
voordelen van organisch voedsel op de gezondheid die zijn gerelateerd aan de nutriënten, veroorzaakt worden door organische landbouw. Er werden 8 humane studies
gevonden.
De grootste studie liet zien dat kleuters een verminderd risico op eczeem hadden bij gebruik van organische zuivelproducten. Maar de meerderheid van de studies liet geen
bewijs zien voor een verschil tussen effecten op de gezondheid door nutriënten die resulteerden uit organische, in tegenstelling tot conventioneel geproduceerde
voedingsmiddelen.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van verschillende soorten onderzoek.
|Bron: Dangour AD. Nutrition-related health effects of organic foods: a systematic review. Am J Clin Nutr. 2010 May 12. [Epub ahead of print] Link.|
Een groter aandeel van eiwitten in de voeding verlaagt mogelijk het risico op lichamelijke zwakte bij bejaarde vrouwen.
Woensdag, 26 mei 2010.
Een behoorlijke groep vrouwen van 65-79 jaar werd gevraagd naar de frequentie waarin ze aangegeven porties van bepaalde voedingsmiddelen consumeerden. Vervolgens
werd na 3 jaar gekeken of dit van invloed was op lichamelijke zwakte, waarvoor moest worden voldaan aan minstens 3 van de volgende criteria: afname van lichamelijke functies,
vermoeidheid, weinig lichamelijke activiteit, en ongewenst gewichtsverlies.
3.298 vrouwen ontwikkelden lichamelijke zwakte in deze 3 jaar tijd. Hogere consumptie van eiwitten zorgde voor een verlaagd risico op zwakte. Een toename van 20 energie%
eiwitten, zorgde voor een 32% lager risico op lichamelijke zwakte.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 24.417 bejaarde vrouwen.
|Bron: Beasley JM. Protein Intake and Incident Frailty in the Women's Health Initiative Observational Study. J Am Geriatr Soc. 2010 May 7. [Epub ahead of print] Link.|
Periodieke inname van zeer hoge dosis vitamine D supplementen verhoogt mogelijk het risico op botbreuken.
Maandag, 24 mei 2010.
Het verbeteren van de vitamine D levels wordt vaak in verband gebracht met een verlaagd risico op vallen of botbreuken, maar veel mensen vinden het moeilijk
om dagelijks een supplement in te nemen. Daarom wilden onderzoekers kijken of een jaarlijkse inname van 500.000 IE (in 2x per jaar), van invloed zou zijn op de inname
van het supplement, en op het risico op vallen of botbreuken. 2.256 vrouwen van ≥ 70 jaar kregen 2x per jaar 250.000 IE vitamine D (cholecalciferol) of een placebo
gedurende 3-5 jaar.
Vrouwen in de vitamine D groep hadden verhoogde bloedwaarden van vitamine D, maar ook een verhoogd risico op vallen (+15 %), en een verhoogd risico op botbreuken
(+26 %) vergeleken met vrouwen in de placebo groep.
Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 2.256 oudere vrouwen.
|Bron: Sanders KM. Annual high-dose oral vitamin D and falls and fractures in older women: a randomized controlled trial. JAMA. 2010 May 12;303(18):1815-22. Link.|
Kip met vel, en eieren worden misschien in verband gebracht met de progressie van prostaatkanker.
Maandag, 24 mei 2010.
Bewerkt vlees en vis zijn in verband gebracht met het risico op prostaatkanker in een gevorderd stadium, maar slechts weinig studies hebben onderzoek gedaan
naar de inname van voeding ná de diagnose van prostaatkanker. 1294 mannen met prostaatkanker werden gedurende 2 jaar gevolgd. In deze periode
deden zich 127 incidenten voor (overlijden aan prostaatkanker, mestastasen, verhoogde PSA concentratie, of secundaire behandeling).
De inname van kip zonder vel, rood vlees (lams-, rund-, en varkensvlees), bewerkt vlees, en vis werden niet in verband gebracht met de progressie, of het terugkeren
van prostaatkanker. Maar een hogere inname van kip met vel (HR = 2.26) of eieren (HR = 2.02) verdubbelde dit risico.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.294 mannen met prostaatkanker.
|Bron: Richman EL. Intakes of meat, fish, poultry, and eggs and risk of prostate cancer progression. Am J Clin Nutr. 2010 Mar;91(3):712-21. Link.|
Hoge consumptie van thee verhoogt misschien het risico op dikke darmkanker. Koffie en suikerhoudende frisdranken lijken niet van invloed te zijn.
Woensdag, 12 mei 2010.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar prospectief onderzoek over de relatie tussen koffie, thee, en suikerhoudende frisdranken in relatie tot de
kans op dikke darmkanker. Er werden 13 studies gevonden die 6-20 jaar duurden. In deze studies kregen 5.604 personen dikke darmkanker.
Hoge consumptie van koffie en suikerhoudende frisdranken hadden geen invloed op de kans op dikke darmkanker, maar personen met een hoge consumptie van thee
(> 900 g/dag vergeleken met geen consumptie) hadden een significant verhoogd risico op dikke darmkanker (+28%).
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 731.441 personen.
|Bron: Zhang X. Risk of Colon Cancer and Coffee, Tea, and Sugar-Sweetened Soft Drink Intake: Pooled Analysis of Prospective Cohort Studies. J Natl Cancer Inst. 2010 May 7. [Epub ahead of print] Link.|
Verhitting van vlees op hoge temperaturen heeft mogelijk geen effect op het risico op borstkanker na de menopause.
Woensdag, 12 mei 2010.
Mutagene stoffen die worden gevormd door verhitting van vlees bij hoge temperaturen worden soms in verband gebrachte met een verhoogd risico op borstkanker.
Een groep vrouwen na de menopause werd gevraag om iedere 4 jaar een lijst in te vullen met frequentie waarin ze aangegeven porties van voedings middelen aten,
waaronder vlees. En na een periode van 20 jaar hadden 2.317 vrouwen borstkanker gekregen.
Er werd geen verhoogd risico op borstkanker gevonden door hogere innames van de verschillende mutagene stoffen.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek.
|Bron: Wu K. Meat mutagens and breast cancer in postmenopausal women--a cohort analysis. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2010 May;19(5):1301-10. Link.|
Omega 3 vetzuren: EPA verlaagt mogelijk de kans op symptomen van depressie, maar DHA niet.
Vrijdag, 7 mei 2010.
Epidemiologisch onderzoek laat zien dat Omega 3 vetzuren een positieve invloed kunnen hebben bij depressie, maar de resultaten van gerandomiseerd onderzoek
zijn gemengd. Een wetenschapper zocht in de literatuur naar dubbel-blinde, placebo-gecontroleerde, gerandomiseerde, gecontroleerde studies over de effecten van
Omega 3 vetzuren op symptomen van depressie. 28 studies voldeden aan deze criteria.
Er werd een algemeen beschermend effect gevonden door het gemiddelde/gecombineerde effect van deze studies. Hierbij werd een beschermend effect gevonden tegen bipolaire stoornissen
en klinische depressie. Maar er werd geen effect gevonden bij matige depressie, chronische vermoeidheid, en niet-klinische onderzoeksgroepen.
Symptomen van depressie werden niet verbeterd door het gebruik van pure DHA, of door supplementen waarbij DHA meer dan 50% van de formule uitmaakte. Maar een significante
verbetering werd gevonden bij studies waarbij EPA meer dan 50% van de formule uitmaakte, of door supplementen waarbij pure ethyl-EPA werd gebruikt.
De auteur waarschuwt voor verregaande conclusies gebaseerd op deze gegevens omdat de kwaliteit, grootte van de onderzoeksgroepen, en de duur van de onderzoeken
nog wat te wensen over laten.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.
|Bron: Martins JG. EPA but not DHA appears to be responsible for the efficacy of omega-3 long chain polyunsaturated fatty acid supplementation in depression: evidence from a meta-analysis of randomized controlled trials. J Am Coll Nutr. 2009 Oct;28(5):525-42. Link.|
Televisie kijken verziekt de ontwikkeling van een kleuter mogelijk al op vroege leeftijd.
Vrijdag, 7 mei 2010.
Wetenschappers wilden weten wat de invloed van blootstelling van kleuters aan televisie was, op de ontwikkeling tijdens de kindertijd (9-10 jaar). Hiervoor
hielden ouders van 1.314 kleuters gegevens bij over het aantal uren per week dat de kleuters t.v. keken op de leeftijd van 29 en 53 maanden oud.
Ieder uur per week dat een kleuter t.v. keek op de leeftijd van 29 maanden, correspondeerde met een afname van de verbintenis met de klas (-7% eenheid), een afname van
rekenkunde (-6% eenheid), een toename van de kans om getreiterd te worden door klasgenoten (+10% eenheid), een afname van de lichamelijke activiteit (-13% eenheid),
een afname van activiteiten waarbij lichamelijke inspanning komt kijken (-9% eenheid), een hogere consumptie van frisdrank (+9% eenheid) en snacks (+10% eenheid), en
een toename van de BMI (+5% eenheid). Ook blootstelling aan de televisie in de kleuterschool had een negatief effect op de ontwikkeling.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 1.314 kinderen.
|Bron: Pagani LS. Prospective associations between early childhood television exposure and academic, psychosocial, and physical well-being by middle childhood. Arch Pediatr Adolesc Med. 2010 May;164(5):425-31. Link.|
Lichamelijke activiteit geeft een sterk verlaagde kans op overlijden bij vrouwen met ER-positieve borstkanker.
Donderdag, 6 mei 2010.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van lichamelijke activiteit op de kans op overlijden bij vrouwen met borstkanker.
Ze vonden 8 studies waarvan er 6 voldeden aan hun criteria. In totaal zaten er 12.108 vrouwen met borstkanker in deze studies.
Lichamelijke activiteit na de diagnose van borstkanker verlaagde de totale kans op overlijden met 41%, en de kans op het terugkeren van de ziekte met 24%.
Dit beschermende effect werd alleen gevonden bij vrouwen met ER-positieve tumoren, maar niet met ER-negatieve tumoren. Lichamelijke activiteit na de diagnose
van borstkanker verlaagde de kans op overlijden aan borstkanker met 50%, en de totale kans op overlijden met maar liefst 64% bij vrouwen met ER-positieve tumoren.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 12.108 vrouwen met borstkanker.
|Bron: Ibrahim EM. Physical activity and survival after breast cancer diagnosis: meta-analysis of published studies. Med Oncol. 2010 Apr 22. [Epub ahead of print] Link.|
Is voeding van invloed op acne?
Woensdag, 28 april 2010.
Wetenschappers zochten in de literatuur naar onderzoek over voeding in relatie tot acne. Ze vonden 21 observationele en 6 klinische onderzoeken.
Observationele studies, waaronder 2 grote prospectieve onderzoeken, lieten zien dat koemelk de kans op acne verhoogde en de hevigheid versterkte. Verder lieten
prospectief en gerandomiseerd onderzoek zien dat een dieet met een hoge glycemische lading het risico op acne verhoogde.
Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van verschillende soorten onderzoek.
|Bron: Ferdowsian HR. Does diet really affect acne? Skin Therapy Lett. 2010 Mar;15(3):1-2, 5. Link.|
Verlagen sommige voedingssupplementen de kans op overlijden?
Woensdag 28 april 2010.
Het gebruik van voedingssupplementen is wijdverbreid, maar er is weinig informatie beschikbaar over de gezondheidsrisico's of voordelen van een aantal
supplementen. In een vrij grote Amerikaanse populatie werd gekeken naar het effect op overlijden door consumptie van 13 vitamine- en mineralen supplementen, glucosamine,
chondroitine, saw palmetto, ginko biloba, knoflook, visolie, en vezelsupplementen.
In deze populatie overleden 3.577 personen binnen 5 jaar. Geen van de vitamine- en mineralensupplementen was van invloed op het risico op overlijden. Geregelde
inname (≥ 4 dagen/week) van glucosamine of chondroitine over een langere periode (≥ 3 jaar) werd in verband gebracht met een significant verlaagde kans op
overlijden (-17%). Ook visolie supplementen werden in verband gebracht met een verlaagde kans op overlijden (ook -17%), maar dit effect was niet significant.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 77.719 personen.
|Bron: Pocobelli G. Total mortality risk in relation to use of less-common dietary supplements. Am J Clin Nutr. 2010 Apr 21. [Epub ahead of print] Link.|
Gelatine verhoogt groeihormoon response misschien meer dan andere eiwitten.
Woensdag, 14 april 2010.
Het is onbekend in welke mate verschillende proteïnen de secretie van groeihormonen stimuleren. 8 gezonde, jonge vrouwen deden mee aan een gerandomiseerd
onderzoek. Ze kregen 0.6 g eiwit/kg lichaamsgewicht uit 4 verschillende bronnen: soja, gelatine, alfa-lactalbumine, en melk. Daarna werd het bloed gedurende 5 uur, iedere
20 minuten geanalyseerd op de concentraties van groeihormonen, aminozuren, insuline, en glucose.
Inname van gelatine zorgde voor een significant hogere groeihormoon respons (8.2 mug/l), vergeleken met inname van soja, alfa-lactalbumine, en melk (5.0; 4.5; en
6.4 mug/l, respectievelijk; P = < 0.05). Ook serum-waarden van arginine waren significant hoger na inname van gelatine (P = < 0.05). Maar er werden geen
significante verschillen gevonden in concentraties van insuline en glucose.
Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 8 vrouwen.
|Bron: van Vught AJ. he effects of dietary protein on the somatotropic axis: a comparison of soy, gelatin, alpha-lactalbumin and milk. Eur J Clin Nutr. 2010 Mar 10. [Epub ahead of print] Link.|
Er is nauwelijks bewijs voor een effect van groenten en fruit tegen kanker!
Maandag, 12 april 2010.
Achtergrond: Vroegere onderzoeken lieten vaak een beschermend effect van groenten en fruit tegen kanker zien. Dit waren echter meestal zgn.
"patiënt-controle" onderzoeken, maar het laatste decennium is er steeds meer informatie beschikbaar gekomen van de betrouwbaardere "prospectieve"
onderzoeken. Hierbij komt het gegeven dat sommige van deze nieuwere onderzoeksgroepen groter zijn dan (bijna) alle voorgaande onderzoeksgroepen bij elkaar opgeteld.
Het is daarom niet moeilijk om te kunnen begrijpen dat resultaten van deze bijzonder grote prospectieve onderzoeksgroepen een enorme invloed zullen hebben op
alles wat we tot nu toe denken te weten over voeding in relatie tot onze gezondheid.
In het verleden heb ik zelf het eerste literatuuroverzicht gepubliceerd over groenten/fruit in relatie tot kanker van alle types gecombineerd (1, 2). Hierin liet
ik zien dat er nauwelijks een bewijs voor een beschermend effect was, met uitzondering van een mogelijk beschermend effect van groenten bij rokende mannen.
Afgelopen week zijn de resultaten gepubliceerd van een zeer grote onderzoeksgroep (3). Bijna een half miljoen Europeanen vulden informatie in over hun voeding,
en binnen een periode van 8,7 jaar kregen 30.604 personen kanker. Er werd een bijzonder zwak beschermend effect door consumptie van groenten en fruit
gevonden: Per 100 gram groenten daalde de kans op kanker met 2%, en per 100 gram fruit daalde de kans met 1%. Daarbij kwam ook nog eens dat het beschermende
effect sterker was in zware drinkers, en beperkt was tot kankersoorten die worden veroorzaakt door roken en alcohol.
Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 478.478 personen.
|Bronnen:
1) Cancer and diet. Vegetables, fruit, and total cancer. Link.
2) Voeding en gezondheid. Groenten, fruit en kanker. Link.
3) Bofetta P. Fruit and Vegetable Intake and Overall Cancer Risk in the European Prospective Investigation Into Cancer and Nutrition (EPIC). J Natl Cancer Inst. 2010 Apr 6. [Epub ahead of print] Link.|