Martijn Katan over verzadigd vet in relatie tot cholesterol & hart- en vaatziekten.

Zondag, 7 Augustus 2011.

Achtergrond: Dit jaar heeft het Deense parlement ingestemd met een belasting op producten waar meer dan 2,3% verzadigd vet in zit. Per kg verzadigd vet dient 2,15 euro opgehoest te worden [1].
Iemand die al langer adviseert tegen consumptie van voedingsmiddelen met verzadigd vet is Martijn Katan. Wanneer het t.v. journaal nieuws heeft over de relatie tussen voeding en de gezondheid, wordt Professor Doctor Martijn Katan geregeld naar zijn mening gevraagd. Hij is tevens auteur van het boek "Wat is nu gezond?". Op zijn website bespreekt dhr. Katan de Deense belasting op verzadigd vet [2]. En doet hij de volgende uitspraak:

Verzadigd vet is ongezond, hard vet. Het zit vooral in vet vlees, kaas en roomboter maar ook in koekjes en snacks. Het verhoogt het gehalte aan cholesterol in je bloed en je kans op een hartinfarct.


Hier beschrijft hij dus 3 stellingen:

  • 1) Verzadigd vet verhoogt het gehalte aan cholesterol in het bloed.
  • 2) Verzadigd vet verhoogt de kans op een hartinfarct.
  • 3) Verzadigd vet is ongezond.

Ik zal deze 3 stellingen kort bespreken:

1) Verzadigd vet verhoogt het gehalte aan cholesterol in het bloed.
Wat onderzocht is: Dit onderwerp heeft dhr. Katan zelf onderzocht. Samen met zijn collega's heeft hij uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en de resultaten hiervan gepubliceerd [3]. Het betreft hier een meta-analyse van 60 gecontroleerde onderzoeken naar de effecten van de verschillende vetzuren op het cholesterol.
Resultaten van dit onderzoek: Verzadigd vet verhoogt inderdaad het cholesterol, vergeleken met koolhydraten, maar zowel het "goede" HDL-cholesterol als het "slechte" LDL-cholesterol werden verhoogd en hun verhouding werd niet beïnvloed.
Dit zeggen de auteurs over hun eigen onderzoek: Ze waarschuwen dat je niet alleen moet kijken naar effecten op zgn. "tussenliggende eindpunten/biomarkers" (zoals cholesterol), maar dat er bevestiging nodig is uit prospectief of gerandomiseerd onderzoek naar het directe effect van vetconsumptie op hart(- en vaat)ziekten:

The effects of fats on these risk markers should not in themselves be considered to reflect changes in risk but should be confirmed by prospective observational studies or clinical trials.


Ze zeggen dat dit komt doordat vetten ook effecten hebben op andere "tussenliggende eindpunten/biomarkers". En wat de som van al deze verschillende effecten op het uiteindelijke risico op hartziekten zal zijn kan niet worden ingeschat:

Our results emphasize the risk of relying on cholesterol alone as a marker of CAD risk. Replacement of carbohydrates with tropical oils markedly raises total cholesterol, which is unfavorable, but the picture changes if effects on HDL and apo B are taken into account. The picture may change again once we know how to interpret the effects of diet on postprandial lipemia, thrombogenic factors, and other, newer markers. However, as long as information directly linking the consumption of certain fats and oils with CAD is lacking, we can never be sure what such fats and oils do to CAD risk.


2) Verzadigd vet verhoogt de kans op een hartinfarct.
Ik neem aan dat de term "hartinfarct" hier bewust gekozen is. Met "hartziekten" wordt bij wetenschappelijk onderzoek over voeding meestal bedoeld: een fataal of niet-fataal hartinfarct. soms worden ook andere hartziekten inbegrepen in deze term, zoals hartfalen of angina pectoris. Een hartinfarct is dus slechts een klein deel van het aantal bestaande hartziekten.
Naar het effect van verzadigd vet op hartziekten, zijn effecten uit prospectief onderzoek beschreven over 26 onderzoeksgroepen [4]. Er is geen bewijs voor een effect gevonden. Alle andere bestaande systematische literatuuroverzichten zijn tot dezelfde conclusie gekomen [5].

3) Verzadigd vet is ongezond.
De definitie van "gezond" wordt in dit geval beperkt tot een mogelijk effect op hartziekten, en dan ook nog tot slechts een deel van de hartziekten. Maar wat zijn de effecten van verzadigd vet op kanker, diabetes en andere ziekten? En hoe wordt het algehele risico op overlijden beïnvloed?



Ook in zijn boek is dhr. Katan zeer stellig in zijn mening over het effect vetten op hartziekten:

Het effect van voeding op de gezondheid is maar zelden in één keer duidelijk. De onderzoeker moet alle beschikbare, veelal onvolmaakte informatie afwegen en integreren: gerandomiseerde klinische experimenten voor zover ze er zijn, dierproeven, epidemiologische en biomarkerstudies. Soms wijzen die in dezelfde richting en is het antwoord redelijk duidelijk. Bijvoorbeeld als het gaat om de vervanging van verzadigde vetten uit vlees en zuivel door onverzadigde vetten uit plantaardige oliën. Als mensen onverzadigde in plaats van verzadigde vetten te eten krijgen, gaat het gehalte cholesterol in het bloed omlaag (biomarker), proefdieren die onverzadigde vetten krijgen hebben minder aderverkalking (dierproef), mensen die van zichzelf onverzadigde vetzuren eten hebben minder hartinfarcten (epidemiologie) en in gerandomiseerde klinische experimenten bleken mannen die een voeding kregen met veel onverzadigde vetzuren na verloop van tijd minder hartinfarcten te krijgen dan vergelijkbare mannen die een voeding verstrekt kregen met met verzadigde vetzuren. [6; blz 19-20]


Hier beschrijft hij dus 4 stellingen:

  • 1) Overzadigde vetten verlagen het cholesterol in het bloed, vergeleken met verzadigde vetten.
  • 2) Het risico op aderverkalking daalt door consumptie van onverzadigde vetten bij proefdieren.
  • 3) Het risico op een hartinfarct daalt door consumptie van onverzadigde vetten bij mensen.
  • 4) Gerandomiseerd onderzoek laat zien dat consumptie van onverzadigde vetten het risico op een hartinfarct bij mannen verlaagt, vergeleken met verzadigde vetten.

Ik zal deze 4 stellingen kort bespreken.:

1) Overzadigde vetten verlagen het cholesterol in het bloed, vergeleken met verzadigde vetten.
Dit heeft dhr. Katan inderdaad aangetoond in het eerder beschreven literatuuroverzicht [3]. Net als bij dit literatuuroverzicht, benoemt hij in zijn boek echter wel de mogelijke onbetrouwbaarheid van effecten op het cholesterol als voorspeller voor een effect op hartinfarcten:

Een biomarker is voorspeller van de ziekte. Maar niet alle biomarkers zijn goede voorspellers van de ziekte in kwestie. Bekende biomarkers zijn botdichtheid als voorspeller van botbreuken en bloeddruk en cholesterol als voorspeller van hart- en vaatziekten. Een hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte in het bloed vergroten de kans op een hartinfarct of een beroerte. Zelfs met dergelijke goede voorspellers gaan we echter wel eens de mist in. Er zijn behandelingen die goed zijn voor het cholesterol en toch slecht voor het hart. De hormonen die veel vrouwen in de VS na de menopauze slikten tegen opvliegers verlaagden het cholesterol, maar toen ze getest werden in een vier jaar durend gerandomiseerd klinisch experiment bleken de vrouwen die hormonen hadden geslikt meer hartinfarcten te hebben gekregen dan degenen die met placebopillen waren behandeld. Vermoedelijk veroorzaken de hormonen trombose en dat is erger voor het hart dan een hoog cholesterol. [6; blz. 18]

Er is ook margarine en yoghurt te koop met plantensterol tegen een te hoog cholesterolgehalte in het bloed. Die plantensterol remt de opname van het cholesterol uit de darmen naar het bloed en verlaagt daardoor het cholesterolgehalte van het bloed met 5 to 10%. Verlaging van het cholesterol leidt in het algemeen tot minder hartinfarcten, maar of deze manier van cholesterolverlaging dat doet is niet zeker. [6; blz. 46]


2) Het risico op aderverkalking daalt door consumptie van onverzadigde vetten bij proefdieren.
Verzadigd vet wordt hier helemaal niet genoemd! Verder is kijken naar effecten bij proefdieren een zeer onbetrouwbare manier om een effect bij mensen te voorspellen [7]:

Widespread reliance on animal models during preclinical research and toxicity testing assumes their reasonable predictivity for human outcomes. However, of 20 published systematic reviews examining human clinical utility, located during a comprehensive literature search, animal models demonstrated significant potential to contribute toward the development of clinical interventions in only two cases, one of which was contentious. Included were experiments expected by ethics committees to lead to medical advances, highlycited experiments published in major journals, and chimpanzee experiments-the species most generally predictive of human outcomes. Seven additional reviews failed to demonstrate utility in reliably predicting human toxicological outcomes such as carcinogenicity and teratogenicity. Results in animal models were frequently equivocal, or inconsistent with human outcomes. Consequently, animal data may not generally be considered useful for these purposes. Regulatory acceptance of non-animal models is normally conditional on formal scientific validation. In contrast, animal models are simply assumed to be predictive of human outcomes. These results demonstrate the invalidity of such assumptions. The poor human clinical and toxicological utility of animal models, combined with their generally substantial animal welfare and economic costs, necessitate considerably greater rigor within animal studies, and justify a ban on the use of animal models lacking scientific data clearly establishing their human predictivity or utility.


3) Het risico op een hartinfarct daalt door consumptie van onverzadigde vetten bij mensen.
Ook hier wordt verzadigd vet helemaal niet genoemd!

4) Gerandomiseerd onderzoek laat zien dat consumptie van onverzadigde vetten het risico op een hartinfarct bij mannen verlaagt, vergeleken met verzadigde vetten.
Laat hier geen misverstanden over bestaan: Dit soort onderzoek bestaat niet! In alle gerandomiseerde onderzoeken waarbij de intentie bestond om verzadigd vet te vervangen door meervoudig onverzadigd vet, verving verzadigd vet tevens de consumptie van industrieel transvet. En soms consumeerde de groep met een hogere consumptie van onverzadigde vetten ook nog eens meer producten die bekend staan als gezond, zoals groenten en fruit [8]. In een nadere analyse van dit type studies, keken wetenschappers welke typen vetten verantwoordelijk waren voor het effect op hart- en vaatziekten. Deze analyse liet zien dat enkelvoudig onverzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten significant liet stijgen, terwijl zowel verzadigd vet als meervoudig onverzadigd vet geen effect bleek te hebben [9].



Conclusie: Professor Doctor Martijn Katan is zeer stellig in zijn mening over de effecten van verzadigd vet: Verzadigd vet verhoogt het cholesterol en de kans op een hartinfarct. Net als het Voedingscentrum, benoemt dhr. Katan niet dat verzadigd vet zowel het goede als het slechte cholesterol verhoogt, zonder de onderlinge verhouding te beïnvloeden. Zowel in zijn onderzoek als in zijn boek beschrijft hij dat kijken naar een effect op het cholesterol geen betrouwbare manier hoeft te zijn om een effect op hartziekten te voorspellen.
Zijn stelling dat verzadigd vet de kans op een hartinfarct verhoogt is wetenschappelijk gezien pertinent onjuist! Dit geldt ook voor zijn stelling dat gerandomiseerd onderzoek heeft laten zien dat consumptie van onverzadigde vetten het risico op een hartinfarct bij mannen verlagen, vergeleken met verzadigde vetten. Enkelvoudig onverzadigde vetten - en niet verzadigde vetten - bleken namelijk het risico op hart- en vaatziekten te verhogen. Tevens bleken meervoudig onverzadigde vetten niet alleen verzadigde vetten, maar ook transvetten te vervangen in deze onderzoeken.



|Referenties:
1) Productschap MVO. Meerderheid Deense parlement stemt vóór voorstel verzadigd vet belasting. Geraadpleegd op 7 augustus 2011. Beschikbaar op: Link.
2) Prof. Dr. Martijn B. Katan. Voeding en Gezondheid. Geraadpleegd op 7 augustus 2011. Beschikbaar op: Link.
3) Mensink RP, Zock PL, Kester AD, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1146-55. Link.
4) Hoenselaar R. Dietary fat, dietary cholesterol, and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Beschikbaar op: Link.
5) Hoenselaar R. Advies voedingscentrum onjuist: geen bewijs effect verzadigd vet op hart- en vaatziekten. Voedingengezondheid.com. Beschikbaar op: Link.
6) Prof. Dr. Martijn B. Katan. Wat is nu gezond? Fabels en feiten over voeding. Herziene en uitgebreide editie. Oktober 2008. ISBN 978 90 351 3351 8.
7) Knight A. Systematic reviews of animal experiments demonstrate poor contributions toward human healthcare. Rev Recent Clin Trials. 2008 May;3(2):89-96. Link.
8) Hoenselaar R. Randomized trials substituting polyunsaturated fat for saturated fat and their effect on coronary heart disease (CHD). A closer look. Beschikbaar op: Link.
9) Hooper L. Dietary fat intake and prevention of cardiovascular disease: systematic review. BMJ. 2001 Mar 31;322(7289):757-63. Link.|