Sterfte aan hartziekten en beroertes het hoogst in landen met de laagste consumptie van verzadigd vet

Vrijdag, 2 maart 2012.

Achtergrond: In 1993 hebben Artaud-Wild et al een artikel gepubliceerd waarin werd gekeken naar de landelijke inname van verzadigd vet in 1977. Deze gegevens werden vervolgens gelinkt aan de landelijke sterftecijfers aan hartziekten (1). Het betrof een wereldwijde analyse van 40 landen. Figuur 1 laat een sterke correlatie (R = 0.78) zien tussen een "cholesterol-verzadigd vet index" en sterftecijfers aan hartziekten bij mannen. Deze correlatie was vergelijkbaar voor het energie% uit verzadigd vet (R = 0.77).



Figuur 1:


Zijn recentere gegevens beschikbaar?
Sinds 1993 zijn hier geen wetenschappelijke artikelen over gepubliceerd. Maar in 2008 heeft de Britse hartstichting de Europese Statistieken voor Hart- en vaatziekten gepubliceerd (2). Dit rapport beschrijft Europese sterftecijfers aan hartziekten en beroertes over de periode 1972 tot 2005 voor zowel mannen als vrouwen. Tevens wordt de landelijke consumptie van verzadigd vet in 1998 beschreven. Hierdoor kon ik de landelijke consumptie van verzadigd vet linken aan landelijke sterftecijfers in 1998. In totaal waren er 41 Europese landen met beschikbare gegevens over zowel de inname van verzadigd vet als over de sterftecijfers. Met SPSS 17 heb ik simpele "Pearson correlaties" gebruikt om te kijken of ik een significante relatie zou kunnen vinden. Het effect kunt u zien in figuur 2.



Figuur 2:


Resultaten: Het hoogste sterftecijfer aan hartziekten werd onverwachts gevonden in de landen met de laagste inname van verzadigd vet. De correlatie was significant (< 0.01). De R2 voor lineariteit = 0.34.

Hoe kan dit verschil in effect worden verklaard?

  • Artaud-Wild et al gebruikten gegeven uit het jaar 1977. Ik gebruik gegevens uit 1998.
  • Artaud-Wild et al gebruikten sterftecijfers over de leeftijdsperiode van 55-64 jaar. Ik gebruik sterftecijfers over de leeftijdsperiode van 0-64 jaar.
  • Artaud-Wild et al gebruikten sterftecijfers waarbij niet is gecorrigeerd voor leeftijd. Ik gebruik sterftecijfers die wel zijn gecorrigeerd voor leeftijd.
  • Artaud-Wild et al gebruikten een wereldwijde analyse naar 40 landen. Ik gebruik een Europese analyse naar 41 landen. Helaas kon ik geen gegevens uit andere landen vinden.

Waren effecten vergelijkbaar voor vrouwen en voor het risico op beroertes?
Artaud-Wild et al hebben hier niet naar gekeken. Dit heb ik wel gedaan. Pearson correlaties laten consistent zien dat lagere innames van verzadigd vet zijn gelinkt aan significant hogere sterftecijfers (< 0.01 voor alle vergelijkingen). Buiten het effect in figuur 2, heb ik naar effecten op drie andere sterftecijfers gekeken. Alle correlaties waren nog iets sterker dan de correlatie uit figuur 2. Resultaten waren als volgt:

  • Overlijden aan beroertes bij mannen: R2 = 0.38
  • Overlijden aan hartziekten bij vrouwen: R2 = 0.43
  • Overlijden aan beroertes bij vrouwen: R2 = 0.43

Conclusie: Een wereldwijde analyse van 40 landen laat zien dat een hogere consumptie van verzadigd vet is gelinkt aan hogere sterftecijfers aan hartziekten bij mannen in 1977. Maar een Europese analyse van 41 landen laat zien dat een lagere consumptie van verzadigd vet is gelinkt aan hogere sterftecijfers aan hartziekten en beroertes bij zowel mannen als vrouwen in 1998................


|Referenties:
1) Artaud-Wild SM et al. Differences in coronary mortality can be explained by differences in cholesterol and saturated fat intakes in 40 countries but not in France and Finland. A paradox. Circulation. 1993 Dec;88(6):2771-9. Link.
2) Allender S et al. European cardiovascular disease statistics 2008 edition. Link.|