Volle melk, volvette kaas, en boter verhogen de kans op hart- en vaatziekten. Of toch niet..............?

Zaterdag, 12 Februari 2011.

Achtergrond: De "Netherlands Cohort Study" is het grootste Nederlandse onderzoek over de relatie tussen voeding en de gezondheid ooit. Er deden 120.852 mannen en vrouwen aan mee in de leeftijdscategorie van 55-69 jaar. Onlangs is gepubliceerd wat de effecten van zuivelconsumptie zijn op het risico op overlijden en hart- en vaatziekten binnen deze onderzoeksgroep. In 1986 vulden de deelnemers een vragenlijst in over de gebruikelijke voeding in het afgelopen jaar. In 1996 werden deze gegevens gekoppeld aan sterftecijfers (1).

Resultaten: In de abstract (samenvatting) van het artikel valt te lezen dat er weinig - en meestal zwakke - significante effecten gevonden zijn. Boter en vet uit zuivelproducten verhoogden de kans op overlijden aan hartziekten, en de totale kans op overlijden bij vrouwen. Volvette gefermenteerde melkproducten (zoals volle yoghurt, volle kwark, en zure room) beschermden tegen overlijden aan een beroerte, en de totale kans op overlijden bij zowel mannen als vrouwen.
Wanneer u dit leest, denkt u waarschijnlijk dat:

  • Boter en vet uit zuivelproducten geen effect hebben op overlijden aan hartziekten, en de totale kans op overlijden bij mannen.
  • Het voor vrouwen beter is om te kiezen voor magere melkproducten (uitgezonderd de volvette gefermenteerde melkproducten).

U zou dan de conclusie kunnen trekken dat vrouwen die volle melk, en volvette kaas vervangen door de magere varianten een verlaagd risico hebben op overlijden aan hartziekten, en een verlaagd risico hebben op de totale kans op overlijden.

Resultaten uit het complete wetenschappelijke artikel: Indien u de volledige tekst van het artikel doorleest, zult u resultaten vinden die u waarschijnlijk niet had verwacht aan de hand van de samenvatting. De effecten van de verschillende zuivelproducten op het risico op overlijden, staan in de 2 tabellen onderaan deze pagina. Beschermende effecten zijn groen gekleurd, en verhoogde risico's zijn rood gekleurd.

  • Voor zowel mannen als vrouwen maakt het totaal niets uit of ze kiezen voor volle melk (+ room, pudding, en ijs), of voor magere/halfvolle melk. De risico's op overlijden waren identiek.
  • Magere kaas verhoogde het risico op overlijden bij mannen, terwijl volvette kaas geen effect had. Consumptie van zowel magere- als volvette kaas had geen effect op het risico op overlijden bij vrouwen, maar het verschil tussen deze 2 soorten kaas was wel significant: het vervangen van volvette kaas door magere kaas zal het risico op overlijden bij vrouwen verhogen.
  • Consumptie van boter verlaagde het risico op overlijden aan hartziekten bij mannen. Het totale risico op overlijden werd niet significant verlaagd.

Conclusie: Ik heb geen idee hoe dit artikel in de pers zal komen. Indien journalisten en wetenschappers niet de moeite nemen om het complete artikel te lezen, zal het gemakkelijk zijn te concluderen dat vrouwen beter kunnen kiezen voor magere/halfvolle melk, en voor de magere kaassoorten.
Het artikel laat echter zien dat zowel mannen als vrouwen geen dag langer zullen leven als ze volle melk vervangen door magere/halfvolle melk. En het arikel laat ook zien dat het risico op overlijden zal stijgen voor zowel mannen als vrouwen indien ze volvette kaas vervangen door magere kaassoorten.

Let op: In het artikel staat dat "boter" het risico op overlijden aan hartziekten verhoogde bij vrouwen, en verlaagde bij mannen. Maar hoe zat het met margarine? De auteurs van het onderzoek zeggen dat er 3 vragen waren over het gebruik van boter door de deelnemers.
Een eerdere publicatie over deze Nederlandse onderzoeksgroep (2) laat zien dat in de vragenlijst ook werd gevraagd naar het gebruik van 2 soorten margarine (40% vet en 80% vet). Dit suggereert dat het effect van "boter" in deze onderzoeksgroep, misschien eigenlijk het effect van boter, 40% vet margarine, en 80% vet margarine is. Maar waarom is er geen vergelijking gemaakt tussen het effect van boter, en het effect van margarine? Liet het gebruik van margarine misschien een ongewenst effect zien?

Hoge vergeleken met lage consumptie van zuivelproducten, en het risico op overlijden onder mannen:
Consumptie van:Kans op overlijden
(10.658 doden)
Kans op overlijden aan hartziekten
(1.997 doden)
Kans op overlijden aan een beroerte
(520 doden)
MelkproductenRR = 1.02 (0.95-1.09; P = 0.37)RR = 1.03 (0.81-1.31; P = 0.81)RR = 0.85 (0.58-1.24; P = 0.55)
Niet-gefermenteerde volle melkproducten
(volle melk, room, pudding, en ijs)
RR = 1.02 (0.95-1.09; P = 0.43)RR = 1.02 (0.79-1.31; P = 0.93)RR = 0.92 (0.61-1.38; P = 0.67)
Niet-gefermenteerde magere melkproducten
(halfvolle melk, en magere melk)
RR = 1.02 (0.97-1.07; P = 0.26)RR = 1.15 (0.98-1.36; P = 0.12)RR = 1.16 (0.90-1.49; P = 0.20)
Gefermenteerde volle melkproducten
(volle yoghurt, volle kwark, en zure room)
RR = 0.93 (0.88-0.98; geen P-waarde)RR = 0.77 (0.64-0.92; geen P-waarde)RR = 0.86 (0.65-1.15; geen P-waarde)
Gefermenteerde magere melkproducten
(karnemelk, magere yoghurt, en magere kwark)
RR = 0.97 (0.93-1.03; P = 0.89)RR = 0.93 (0.78-1.11; P = 0.96)RR = 0.84 (0.64-1.11; P = 0.38)
KaasRR = 1.04 (0.96-1.12; P = 0.08)RR = 0.97 (0.74-1.27; P = 0.64)RR = 1.11 (0.75-1.64; P = 0.40)
Vette kaasRR = 0.99 (0.91-1.07; P = 0.72)RR = 0.82 (0.62-1.09; P = 0.58)RR = 0.90 (0.60-1.36; P = 0.99)
Magere kaasRR = 1.13 (1.06-1.20; geen P-waarde)RR = 1.21 (0.97-1.51; geen P-waarde)RR = 1.56 (1.12-2.16; geen P-waarde)
BoterRR = 0.96 (0.91-1.01; geen P-waarde)RR = 0.80 (0.67-0.95; geen P-waarde)RR = 0.87 (0.67-1.12; geen P-waarde)
Magere zuivelproductenRR = 1.01 (0.95-1.08; P = 0.58)RR = 1.18 (0.94-1.49; P = 0.36)RR = 1.07 (0.75-1.51; P = 0.85)
Vet uit zuivelproductenRR = 1.00 (0.93-1.09; P = 0.96)RR = 0.77 (0.58-1.01; P = 0.03)RR = 0.76 (0.49-1.17; P = 0.26)
Hoge vergeleken met lage consumptie van zuivelproducten, en het risico op overlijden onder vrouwen:
Consumptie van:Kans op overlijden
(5.478)
Kans op overlijden aan hartziekten
(692 doden)
Kans op overlijden aan een beroerte
(332 doden)
MelkproductenRR = 1.09 (0.99-1.20; P = 0.14)RR = 1.30 (0.95-1.79; P = 0.05)RR = 0.99 (0.65-1.50; P = 0.56)
Niet-gefermenteerde volle melkproducten
(volle melk, room, pudding, en ijs)
RR = 1.00 (0.91-1.09; P = 0.68)RR = 0.88 (0.64-1.20; P = 0.46)RR = 1.26 (0.85-1.85; P = 0.22)
Niet-gefermenteerde magere melkproducten
(halfvolle melk, en magere melk)
RR = 1.00 (0.93-1.07; P = 0.70)RR = 1.05 (0.84-1.30; P = 0.59)RR = 0.90 (0.65-1.24; P = 0.53)
Gefermenteerde volle melkproducten
(volle yoghurt, volle kwark, en zure room)
RR = 0.93 (0.87-1.00; geen P-waarde)RR = 0.99 (0.79-1.24; geen P-waarde)RR = 0.85 (0.62-1.18; geen P-waarde)
Gefermenteerde magere melkproducten
(karnemelk, magere yoghurt, en magere kwark)
RR = 1.02 (0.95-1.09; P = 0.27)RR = 1.19 (0.94-1.51; P = 0.06)RR = 0.68 (0.47-0.98; P = 0.01)
KaasRR = 0.98 (0.88-1.10; P = 0.61)RR = 1.01 (0.68-1.50; P = 0.83)RR = 0.65 (0.39-1.10; P = 0.17)
Vette kaasRR = 0.92 (0.82-1.03; P = 0.17)RR = 0.74 (0.49-1.13; P = 0.42)RR = 0.60 (0.35-1.05; P = 0.14)
Magere kaasRR = 1.07 (0.99-1.15; geen P-waarde)RR = 1.33 (1.04-1.71; geen P-waarde)RR = 1.11 (0.79-1.55; geen P-waarde)
BoterRR = 1.08 (1.01-1.15; geen P-waarde)RR = 1.14 (0.91-1.43; geen P-waarde)RR = 0.90 (0.66-1.22; geen P-waarde)
Magere zuivelproductenRR = 1.05 (0.96-1.15; P = 0.25)RR = 1.37 (1.00-1.87; P = 0.04)RR = 0.77 (0.50-1.17; P = 0.15)
Vet uit zuivelproductenRR = 1.11 (0.99-1.24; P = 0.02)RR = 1.26 (0.88-1.81; P = 0.11)RR = 0.70 (0.44-1.11; P = 0.29)


|Referentie:
1) Goldbohm RA. Dairy consumption and 10-y total and cardiovascular mortality: a prospective cohort study in the Netherlands. Am J Clin Nutr. 2011 Jan 26. [Epub ahead of print] Link.
2) Normén AL. Plant sterol intakes and colorectal cancer risk in the Netherlands Cohort Study on Diet and Cancer. Am J Clin Nutr. 2001 Jul;74(1):141-8. Link.|