Verschil in compositie (nutriënten en andere substanties) tussen biologische en conventioneel geproduceerde voedingsmiddelen.

Zondag, 30 augustus 2009.

ACHTERGROND: De Engelse "Food Standards Agency" heeft zich verdiept in a) het karakter, en b) de relevantie, van verschillen in hoeveelheden nutriënten en andere relevante substanties tussen biologische en conventioneel geproduceerde voedingsmiddelen. Hierbij is niet gekeken naar contaminanten (zoals herbiciden, pesticiden en fungiciden) of de invloed van de omgeving.
Voor dit doel is de literatuur afgezocht naar beschikbare, gepubliceerde artikelen, wat leidde tot 162 relevante artikelen, gepubliceerd tussen januari 1958 en februari 2008. In totaal werden 3.558 vergelijkingen in hoeveelheden tussen nutriënten en andere relevante substanties gevonden.
In een secundaire analyse werd gekeken naar studies van een hoge kwaliteit (duidelijke verklaring over gebruikte materialen en geanalyseerde nutriënten, laboratorium- en statistische methoden en een duidelijke definitie van biologische landbouw). Aan dit criterium van hoge kwaliteit voldeden 55 artikelen.
Een analyse wordt gegeven indien gegevens over biologische en conventioneel geproduceerde voedingsmiddelen werden gegeven door minstens 10 artikelen.

Tot nu toe was er geen expliciet systematisch literatuuroverzicht gemaakt van alle beschikbare literatuur over dit onderwerp. In tegenstelling tot niet-systematische overzichten die gebaseerd kunnen zijn op gebrekkige en onvolledige informatie, is het primaire doel van een systematisch literatuuroverzicht het geven van een uitgebreide weergave van al het beschikbare bewijs in een bepaald formaat.



RESULTATEN:
Vergelijking van hoeveelheid nutriënten en andere relevante substanties tussen biologische en conventionele akkerbouw producten:
CategorieAlle studiesAlleen studies van hoge kwaliteit
StikstofSignificant hogere levels in conventionele akkerbouw.Significant hogere levels in conventionele akkerbouw.
Vitamine CGeen verschil.Geen verschil.
PolyfenolenSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
MagnesiumSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
CalciumGeen verschil.Geen verschil.
FosforGeen verschil.Significant hogere levels in biologische akkerbouw.
KaliumGeen verschil.Geen verschil.
ZinkSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
Totaal oplosbare vaste stofGeen verschil.Geen verschil.
(Mogelijk te titreren) gehalte aan zurenGeen verschilSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.
KoperGeen verschil.Geen verschil.
FlavonoïdenSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
IjzerGeen verschil.Geen verschil.
SuikersSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
NitratenGeen verschil.Geen verschil.
MangaanGeen verschil.Geen verschil.
AsGeen verschil.Geen verschil.
Droge stofSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
Specifieke eiwittenGeen verschil.Geen verschil.
NatriumGeen verchil.Geen verschil.
Plantaardige niet-verteerbare koolhydratenGeen verschil.Geen verschil.
BetacaroteenGeen verschil.Geen verschil.
ZwavelGeen verschil.Geen verschil.


Vergelijking van hoeveelheid nutriënten en andere relevante substanties tussen biologische en conventionele veestapel producten:
CategorieAlle studiesAlleen studies van hoge kwaliteit
Verzadigde vetzurenGeen verschil.Geen verschil.
Enkelvoudig onverzadigde vetzurenGeen verschil.Geen verschil.
Omega-6 vetzurenGeen verschil.Geen verschil.
Vetten (ongespecificeerd)Geen verschil.Geen verschil.
Omega-3 vetzurenGeen verschil.Geen verschil.
Meervoudig onverzadigde vetzurenSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen verschil.
TransvetzurenSignificant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen gegevens beschikbaar.
StikstofGeen verschil.Significant hogere levels in biologische akkerbouw.
Vetzuren (ongespecificeerd)Significant hogere levels in biologische akkerbouw.Geen gegevens beschikbaar.
AsGeen verschil.Geen verschil.


GEVONDEN VERSCHILLEN EN MOGELIJKE GEVOLGEN DAARVAN VOOR DE GEZONDHEID (AKKERBOUW PRODUCTEN):

1) Mineralen.

Stikstof.
-Komt meer voor in conventionele akkerbouw producten in alle studies gecombineerd + in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillend gebruik van mest, of stikstof aanwezigheid in de bodem.
-Onwaarschijnlijke relevantie voor de gezondheid omdat stikstof aanwezig is in alle natuurlijke producten.

Magnesium.
-Komt meer voor in biologische akkerbouw producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillend gebruik van mest, of magnesium aanwezigheid in de bodem.
-Magnesium is aanwezig in alle plantaardige en dierlijke cellen en deficiëntie is onwaarschijnlijk voor personen met een normaal gevarieerd dieet. Hoge magnesium inname lijkt ook niet schadelijk voor personen met normale nierfunctie.

Fosfor.
-Komt meer voor in biologische akkerbouw producten in studies van hoge kwaliteit, maar niet in alle studies gecombineerd.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillend gebruik van mest, of fosfor aanwezigheid in de bodem.
-Fosfor is aanwezig in alle plantaardige en dierlijke cellen en deficiëntie is onwaarschijnlijk voor personen met een normaal gevarieerd dieet.

Zink.
-Komt meer voor in biologische akkerbouw producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillend gebruik van mest, of zink aanwezigheid in de bodem.
-Zink is in redelijke hoeveelheden aanwezig in de meeste voedingsmiddelen, alhoewel de biologische beschikbaarheid van zink wordt beïnvloedt door de samenstelling van het dieet. Zink deficiëntie is onwaarschijnlijk voor personen met een typisch westers dieet (omnivoor dieet met bewerkte granen). Er is geen bekend voordeel van consumptie boven de aanbevolen hoeveelheid.

Droge stof.
-Komt meer voor in biologische akkerbouw producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillen in de mineraalhuishouding.
-Alhoewel er geen aanbevelingen zijn voor droge stof, kunnen hogere concentraties mogelijk gezondheidsvoordelen opleveren door een verhoogde hoeveelheid mineralen.

Algeheel overzicht voor verschil in mineralen in verschillende soorten akkerbouw producten.
Veel verschillen in samenstelling verdwijnen indien alleen wordt gekeken naar studies van hoge kwaliteit. Een gezondheidsvoordeel van verhoogde inname van deze mineralen via het dieet is onwaarschijnlijk in populaties met adequate voeding.

2) Polyfenolen en flavonoïden.

-Zowel polyfenolen als flavonoïden komen meer voor in biologische akkerbouw in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-De aanwezigheid van beide soorten stoffen in planten - in biologische en conventionele akkerbouw - wordt beïnvloedt door verschillende factoren als variatie, variatie in seizoenen, licht, klimaat, mate van rijpheid, klaarmaken van voedsel en voedselbewerking. Synthese van polyfenolen en flavonoïden door planten wordt mede bepaald door druk van insecten en microörganismen. Het verschil in gebruik van pesticiden en fungiciden, zou daarom van invloed kunnen zijn op de aanwezigheid van polyfenolen en flavonoïden.
-Verschillende gezondheidsvoordelen zijn toegeschreven aan de acties van polyfenolen en flavonoïden. Het World Cancer Research Fund, stelt dat quercetine (een flavonoïde) longkanker zou kunnen helpen voorkomen. Alhoewel de kracht van dit bewijs werd gedefinieerd als matig-suggestief. Er is ook wat bewijs van prospectieve studies (maar niet van gerandomiseerd onderzoek), dat hoge inname van flavonoïden, de kans op overlijden aan hartziekten zou kunnen verlagen.

Algeheel overzicht voor verschil in polyfenolen en flavonoïden in verschillende soorten akkerbouw producten.
Er bestaat biologische plausibiliteit voor een verschil in polyfenolen en flavonoïden en antioxidant activiteit. De kracht van het bewijs van studies met hoge kwaliteit is veel beperkter. Absolute gezondheidsvoordelen door verhoogde inname van polyfenolen en flavonoïden via het dieet zijn momenteel onbekend, maar zijn onderdeel van actief onderzoek.

3) Overige nutriënten en andere substanties.

Gehalte aan zuren.
-Komt meer voor in biologische akkerbouw producten in studies van hoge kwaliteit, maar niet in alle studies gecombineerd.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door gebruik van mest, rijpheid en groei condities.
-Er is geen relevantie voor de gezondheid, behalve sensorische eigenschappen van de voedingsmiddelen.

Suikers.
-Komen meer voor in biologische akkerbouw producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door gebruik van mest, rijpheid en groei condities.
-Er is geen relevantie voor de gezondheid, behalve sensorische eigenschappen van de voedingsmiddelen.

GEVONDEN VERSCHILLEN EN MOGELIJKE GEVOLGEN DAARVAN VOOR DE GEZONDHEID (VEESTAPEL PRODUCTEN):

1) Mineralen.

Stikstof.
-Komt meer voor in biologische veestapel producten in studies van hoge kwaliteit, maar niet in alle studies gecombineerd.
-Het verschil wordt mogelijk veroorzaakt door verschillend gebruik van stikstof bevattende voedingsmiddelen en stikstof aanwezigheid in de bodem.
-Waarschijnlijk niet relevant voor de gezondheid omdat stikstof aanwezig is in alle natuurlijke producten.

2) Vetten.

Transvetzuren.
-Komen meer voor in biologische veestapel producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Het verschil in vetzuursamenstelling wordt mogelijk veroorzaakt door aanpassing van de voeding en biologisch gevoede dieren hebben mogelijk betere toegang tot voeding met meer alpha-linoleenzuur, zoals klaver.
-De relatief lage hoeveelheden transvetzuren in veestapel producten hebben waarschijnlijk geen invloed op de gezondheid.

Meervoudig onverzadigde vetzuren.
-Komen meer voor in biologische veestapel producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Resultaten van studies naar meervoudig onverzadigde vetzuren, en de analyses hiervan zijn moeilijk te interpreteren omdat verschillende klassen meervoudigd onverzadigde vetzuren verschillende biologische acties hebben.
-Door de voorgenoemde onzekerheid kunnen geen uitspraken gedaan worden over relevantie voor de gezondheid.

Ongespecificeerde vetzuren.
-Komen meer voor in biologische veestapel producten in alle studies gecombineerd, maar niet in studies van hoge kwaliteit.
-Resultaten van studies naar verschilende soorten ongespecificeerde vetzuren, en de analyses hiervan zijn moeilijk te interpreteren omdat verschillende klassen vetzuren verschillende biologische acties hebben.
-Door de voorgenoemde onzekerheid kunnen geen uitspraken gedaan worden over relevantie voor de gezondheid.

CONCLUSIE: Voor de meerderheid nutriënten en andere relevante substanties is geen bewijs gevonden voor verschillen in hoeveelheden tussen conventionele en biologische producten. De gevonden verschillen zijn biologische plausibel en waarschijnlijk gerelateerd aan verschillen in omgang met akkerbouw of veeteelt en bodemkwaliteit. Er is geen goed bewijs dat verhoogde inname van de nutriënten in dit overzicht - die sterker aanwezig zijn in biologische producten - een positieve invloed zullen hebben op personen die een normaal gevarieerd dieet gebruiken, en het is daarom onwaarschijnlijk dat deze verschillen in nutriënten relevant zijn voor de gezondheid.

AANVULLENDE MENING VAN DE AUTEUR VAN DEZE SITE:
-Er is gekeken naar de invloed van nutriënten en een beperkt aantal andere substanties. De werking van voedingsmiddelen wordt slechts voor een deel bepaald door de onderzochte substanties. Een eventueel effect op de gezondheid kan mogelijk ook worden gevonden door a) andere nutriënten, b) ingewikkelde en/of onbekende interacties tussen nutriënten waar nog geen onderzoek naar is gedaan.
-Er is geen systematisch literatuuronderzoek gedaan naar de effecten van de nutriënten en andere substanties uit deze publicatie op alle mogelijke gezondheidseffecten.
-Er is nog geen dírect onderzoek gedaan naar effecten van biologische voedingsmiddelen op de gezondheid vergeleken met conventionele voedingsmiddelen. Uitspraken over effecten van biologische voedingsmiddelen missen daarom een gegronde onderbouwing. Het is dan ook belangrijk de feiten niet te verdraaien en conclusies op de juiste manier te definiëren door geen uitspraken te doen over het effect van biologische voeding op de gezondheid, maar uitspraken te doen over de daadwerkelijk onderzochte effecten van nutriënten.
-Het is belangrijk dat biologische voeding wordt meegenomen in bevolkingsonderzoek naar de effecten van voeding op de gezondheid. Daarna zal het nog jaren duren voordat er aanwijzingen zijn of biologische voeding ook echte gezonder is, of mogelijk zelfs minder gezond. Enige zekerheid zal er pas komen naar meervoudig onderzoek onder grote onderzoeksgroepen die gedurende tientallen jaren worden gevolgd. Tot die tijd blijft elke uitspraak over effecten van biologische voeding op de gezondheid gebaseerd op theorie.

|Referentie: Comparison of composition (nutrients and other substances) of organically and conventionally produced foodstuffs: a systematic review of the available literature. Link.