Eiwit en diabetes. Is er een verschil tussen dierlijke en plantaardige eiwitten?

Zaterdag, 19 Maart 2011.

Achtergrond: De volkskrant (1) en nu.nl (2) meldden deze week dat een eiwitrijk dieet de kans op diabetes zou verhogen. Dit was aangetoond in een matig-grote Nederlandse onderzoeksgroep. Elke extra 10 gram eiwit per dag zou het risico op diabetes met 16% verhogen. En dit effect zou voornamelijk veroorzaakt worden door dierlijke eiwitten.

Wat laat het originele onderzoek zien?
In de samenvatting van het artikel (3) lezen we dat er 38.094 mannen en vrouwen aan het Nederlandse deel van de EPIC studie meededen. Over een periode van 10 jaar kregen 918 personen diabetes. Personen met hoge consumptie van eiwitten (+ 115%) en dierlijke eiwitten (+ 118%) hadden een sterk verhoogd risico op diabetes. Dit effect veranderde niet noemenswaardig nadat rekening werd gehouden met andere factoren die deze effecten zouden kunnen beïnvloeden, maar dit effect werd zwakker nadat rekening was gehouden met de BMI en de middelomtrek van de deelnemers.
In de tabel hieronder zien we de resultaten zoals die zijn gepresenteerd in het volledige wetenschappelijke artikel (4):

Risico op diabetes door verschillen tussen de dagelijkse inname van de hoeveelheid eiwitten (in gram per dag).
Consumptie van:Quartiel 1
(laagste inname)
Quartiel 2Quartiel 3Quartiel 4
(hoogste inname)
Inname per 10 gram
Totaal eiwit
(model 1)
64 gram = 172 gram = 1.16 (0.92-1.45)79 gram = 1.45 (1.15-1.83)88 gram = 1.67 (1.29-2.16)1.33 (1.22-1.45)
Totaal eiwit
(model 2)
64 gram = 172 gram = 1.03 (0.82-1.29)79 gram = 1.20 (0.95-1.51)88 gram = 1.18 (0.91-1.53)1.16 (1.06-1.26)
Dierlijk eiwit
(model 1)
35 gram = 144 gram = 1.09 (0.87-1.36)52 gram = 1.31 (1.05-1.65)62 gram = 1.58 (1.23-2.04)1.28 (1.18-1.39)
Dierlijk eiwit
(model 2)
35 gram = 144 gram = 0.99 (0.79-1.23)52 gram = 1.11 (0.89-1.40)62 gram = 1.14 (0.88-1.47)1.13 (1.04-1.22)
Plantaardig eiwit
(model 1)
22 gram = 126 gram = 0.95 (0.78-1.16)29 gram = 1.03 (0.83-1.27)33 gram = 1.05 (0.80-1.37)0.97 (0.78-1.20
Plantaardig eiwit
(model 2)
22 gram = 126 gram = 0.99 (0.82-1.21)29 gram = 1.11 (0.89-1.38)33 gram = 1.15 (0.88-1.50)1.04 (0.83-1.29
Model 1: hierbij is rekening gehouden met het geslacht, leeftijd, verzadigd vet, enkelvoudig onverzadigd vet, meervoudig onverzadigd vet, cholesterol, vitamine E, magnesium, vezels, glycemische lading, alcohol inname, lichamelijke activiteit, bloeddruk, opleiding, en de familie geschiedenis van diabetes.
Model 2: hierbij is rekening gehouden met alle punten uit model 1, en met de BMI, en de middelomtrek.


Factoren die gevonden resultaten kunnen beïnvloeden.
De grootste hoeveelheid eiwitten halen we uit dierlijke producten. Mensen die meer eiwitten eten, zullen meestal ook meer dierlijke producten eten. En omdat vegetarische voeding vaak in verband wordt gebracht met een gezondere leefstijl (lager lichaamsgewicht, minder roken), kunnen de factoren van invloed zijn op het effect tussen eiwitten en diabetes. Met deze factoren kan rekening worden gehouden, door wiskundig te "corrigeren" voor de vervuilende/storende invloeden.

Resultaten.

  • In dit onderzoek werd behoorlijk gecorrigeerd voor invloeden die "gecorreleerd" zouden kunnen zijn aan de effecten tussen eiwitten en diabetes (zie model 1 + 2 van de tabel hierboven). De effecten, zoals deze in de samenvatting zijn beschreven, zijn gevonden nadat rekening was gehouden met de leeftijd en het geslacht. Maar in tegenstelling tot wat de auteurs suggereren, werden de effecten toch behoorlijk zwakker nadat rekening werd gehouden met andere factoren die deze effecten zouden kunnen beïnvloeden: Hoge consumptie van eiwitten verhoogde de kans met 67% en voor dierlijke eiwitten was dit 58%.
  • De effecten voor hoge vergeleken met lage consumptie werden niet "zwakker" nadat rekening was gehouden met de BMI en de middelomtrek van de deelnemers. Maar ze verdwenen bijna, en waren niet langer statistisch significant (P = 0.15 voor eiwit en; P = 0.22 voor dierlijk eiwit).
  • Nadat rekening was gehouden met de BMI en de middelomtrek van de deelnemers, waren de effecten - over de 4 verschillende quartielen van inname - bijna identiek tussen dierlijke- en plantaardige eiwitten.

Wat valt op aan de resultaten?

  • Effecten zijn gemeten over 4 verschillende hoeveelheden van inname (quartielen), en als "continu effect" per 10 g/dag. Persoonlijk heb ik altijd veel moeite met continue effecten, omdat ze zelden de resultaten weerspiegelen zoals deze zijn gevonden in de populatie over verschillende eenheden van consumptie.
    Figuur 1 en 2 geven dit duidelijk weer. We zien dat de risico's duidelijk harder stijgen indien wordt gekeken naar continue inname (per 10 gram/dag), dan indien wordt gekeken naar hoge vergeleken tot lage inname (over de 4 verschillende quartielen). In figuur 2 zit het meest extreme voorbeeld: Personen met een inname van 44 gram/dag hadden een risico van 0.99 (- 1%) vergeleken met personen met een inname van 35 gram/dag. Op basis van het voorspelde effect uit continue inname, zou het risico 1.12 (+ 12%) moeten zijn.
  • Effecten worden meestal gepresenteerd nadat rekening is gehouden met alle factoren die deze effecten zouden kunnen beïnvloeden. In dit geval dus ook nadat rekening is gehouden met de BMI en de middelomtrek. In deze studie zouden dan geen significante effecten zijn gevonden uit hoge vergekelen met lage consumptie van eiwitten.
    Toch hebben de onderzoekers een punt: In de conclusie van het artikel staat dat slanke personen (BMI < 25) een verhoogd risico op diabetes hadden door hoge consumptie van eiwitten, zelfs nadat rekening was gehouden met de BMI. Terwijl geen effect werd gevonden bij obese personen (BMI ≥ 25).


Figuur 1. Effect op diabetes door consumptie van dierlijke eiwitten. Zonder rekening te houden met de BMI en de middelomtrek
(op basis van model 1 v.d. tabel):



Figuur 2. Effect op diabetes door consumptie van dierlijke eiwitten. Rekening houdend met de BMI en de middelomtrek
(op basis van model 2 v.d. tabel):



Conclusie: Het Nederlandse deel van de EPIC-studie laat zien dat iedere 10 gram eiwitten extra per dag het risico op diabetes in deze populatie verhoogde. Maar er werden geen significante effecten gevonden, door personen met hoge consumptie te vergelijken met personen met lage consumptie. Een nadere analyse liet zien dat consumptie van eiwitten het risico op diabetes alleen verhoogde voor personen met een slank-normaal gewicht (BMI < 25).

Perspectief: Vraag is nu wat we met deze informatie moeten? De auteurs geven niet aan welke bronnen van eiwitten de kans op diabetes verhoogden. Een aantal eiwitbronnen zal waarschijnlijk verantwoordelijk zijn geweest voor het gevonden effect, terwijl andere bronnen waarschijnlijk geen effect hadden, of het risico op diabetes zelfs mogelijk verlaagden.
Het wordt tijd dat wetenschappers zich eens gaan richten op praktische informatie waar adviesorganen daadwerkelijk iets mee kunnen. Benoem dus a.u.b. de voedingsmiddelen die verantwoordelijk waren voor de gevonden effecten, en richt je minder op nutriënten!





|Referenties:
1) Volkskrant. Eiwitrijk dieet van Dr. Frank verhoogt kans op diabetes. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 19 maart, 2011.
2) Nu.nl. Eiwitrijk dieet vergroot kans op diabetes. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 19 maart, 2011.
3) Sluijs I. Dietary intake of total, animal, and vegetable protein and risk of type 2 diabetes in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC)-NL study. Diabetes Care. 2010 Jan;33(1):43-8. Link samenvattinng.
4) Sluijs I. Dietary intake of total, animal, and vegetable protein and risk of type 2 diabetes in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC)-NL study. Diabetes Care. 2010 Jan;33(1):43-8. Link volledige tekst.|