Nieuws over lichaamsbeweging/sport:

Het volgen van een dieet verlaagt mogelijk het "slechte" LDL-cholesterol. Sporten lijkt dit niet te doen.


Maandag, 30 januari 2012.

In het verleden hebben studies tegenstrijdige conclusies getrokken over effecten van het dieet, sporten, of de combinatie van beiden op het cholesterol. Een groep onderzoekers besloot daarom de bestaande gegevens uit gerandomiseerd onderzoek op een hoop te gooien. Na te hebben gezocht in de wetenschappelijke literatuur, vonden de onderzoekers 6 studies die 4 weken of langer duurden.
Het onderzoek liet zien dat het volgen van een dieet - al dan niet in combinatie met sporten - leidde tot een significante afname van de gehaltes aan triglyceriden, totaal cholesterol en "slecht" LDL-cholesterol. Mensen die sportten hadden alleen een verlaagd gehalte aan triglyceriden. Er werden geen significante effecten gevonden op het "goede" HDL-cholesterol.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 788 personen.

|Bron: Kelley GA. Comparison of aerobic exercise, diet or both on lipids and lipoproteins in adults: A meta-analysis of randomized controlled trials. Clin Nutr. 2011 Dec 9. [Epub ahead of print] Link.|


Mix van glucose-polymeren, fructose, en eiwitten verhoogt het uithoudingsverhogen het meest.


Vrijdag 26 augustus 2011.

Er is zeer veel onderzoek gedaan naar het effect van koolhydraat supplementatie op het uithoudingsvermogen. Voor het eerst gooiden wetenschappers alle resultaten uit deze onderzoeken op een hoop. Ze vonden 73 gerandomiseerde onderzoeken die aan hun criteria voldeden.
Supplementen met koolhydraten lieten een matige (+ 2%) tot sterkere (+ 6%) verbetering van de prestaties zien. De beste resultaten werden behaald met een 3-10% koolhydraat-plus-eiwit drank die 0,7 g/kg glucose polymeren (bijv. zetmeel), 0,2 g/kg fructose, en 0,2 g/kg eiwitten bevatte.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek.

|Bron: Vandenbogaerde TJ. Effects of acute carbohydrate supplementation on endurance performance: a meta-analysis. Sports Med. 2011 Sep 1;41(9):773-92. doi: 10.2165/11590520-000000000-00000. Link.|


Krachttraining bij ouderen. Timing inname eiwit is mogelijk niet belangrijk. Ook soort eiwit lijkt niet van invloed.


Donderdag, 5 mei 2011.

Wetenschappers wilden weten of er een verschil is in de mate van eiwitsynthese in de spieren van ouderen na inname van whey eiwit of caseïne, na een zware krachttraining. Verder wilden ze weten of de timing van inname van caseïne belangrijk is. 24 ouderen (gem. leeftijd 68 jaar) werden gerandomiseerd naar een van de 4 onderzoeksgroepen: caseïne inname voor de training, caseïne inname direct na de training, whey eiwit inname direct na de training, of een controle drank zonder calorieën. Na de training werd de mate van spiereiwit synthese gemeten gedurende 6 uur na de training.
Er werd geen verschil in eiwitsynthese gevonden tussen inname van caseïne of whey eiwit na de training. Ook werd geen verschil gevonden tussen caseïne inname voor de training en caseïne inname na de training.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 24 oudere mannen en vrouwen.

|Bron: Dideriksen KJ. Stimulation of muscle protein synthesis by whey and caseinate ingestion after resistance exercise in elderly individuals. Scand J Med Sci Sports. 2011 Apr 28. doi: 10.1111/j.1600-0838.2011.01318.x. Link.|


Extra inname van aminozuren vóór en tijdens een marathon heeft mogelijk geen effect op spierschade en spierpijn.


Donderdag 21 april 2011.

28 ervaren mannelijke lopers van een ultra-marathon werden ingedeeld in 2 groepen. De interventiegroep kreeg een totaal van 52,5 g aminozuren voor aanvang van- en gedurende een 100 km ultra-marathon. De andere groep diende als controle groep. Beide groepen waren vrij om tijdens de marathon voedsel en vloeistof te halen bij van een van de 17 hulpstations.
De atleten in de interventiegroep consumeerden iets meer vloeistof tijdens de marathon. Atleten in de interventiegroep consumeerden significant meer eiwitten vergeleken met de controle groep (79,9 tegen 26,7 g). De onderzoekers van het artikel stellen dat de energie inname, het energie verbruik, en de energiebalans niet verschilden tussen de twee groepen. Inderdaad werden geen significante verschillen gevonden, maar de energie inname van de interventiegroep was substantieel hoger (3.311 tegen 2.590 kcal.). Tevens lag de koolhydraat inname van de interventiegroep substantieel hoger (756 tegen 609 g).
De consumptie van aminozuren had geen invloed op het subjectieve gevoel van spierpijn. Ook werd geen effect gevonden op de hoeveelheid spierschade, gemeten via creatine kinase, ureum, en myoglobine.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 27 personen.

|Bron: Knechtle B. No effect of short-term amino acid supplementation on variables related to skeletal muscle damage in 100 km ultra-runners - a randomized controlled trial. J Int Sports Nutr. 2011 Apr 7;8(1):6. Link.|


Veel lichamelijke activiteit verlaagt mogelijk het risico op een beroerte.


Vrijdag, 29 oktober 2010.

Het is onduidelijk of lichamelijke activiteit beschermt tegen het risico op een beroerte doordat de resultaten van de diverse onderzoeken verschillen. Wetenschappers gooiden de resultaten van de verschillende studies op een hoop om naar het "gemiddelde" van de verschillende resultaten te kijken. In de literatuur vonden ze 13 studies die aan hun criteria voldeden.
Onder mannen zorgde matige lichamelijke activiteit voor een 12% verlaagd risico op een beroerte, en hoge lichamelijke activiteit voor een 19% verlaagd risico. Onder vrouwen had matige lichamelijke activiteit geen effect, maar verlaagde hoge lichamelijke activiteit het risico op een beroerte met 24%.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek.

|Bron: Diep L. Association of physical activity level and stroke outcomes in men and women: a meta-analysis. J Womens Health (Larchmt). 2010 Oct;19(10):1815-22. Link.|


Lichamelijke activiteit voor en tijdens de zwangerschap verlaagt mogelijk het risico op zwangerschapsdiabetes.


Vrijdag, 29 oktober 2010.

Zwangerschapsdiabetes is een van de meest voorkomende complicaties bij de zwangerschap, en wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op negatieve effecten op de gezondheid bij zowel de moeder, als de nakomeling. Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over het effect van lichamelijke activiteit op het risico op zwangerschapsdiabetes. Ze vonden 5 prospectieve, 2 patiënt-controle, en 2 dwarsdoorsnede onderzoeken.
Een hoge mate aan lichamelijke activiteit voor de zwangerschap werd in verband gebracht met een sterk verlaagd risico op zwangerschapsdiabetes (- 55%), en ook lichamelijke beweging tijdens de zwangerschap verlaagde het risico hierop (- 24%).


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van verschillende soorten onderzoek. | Onderzochte groep: 34.929 vrouwen.

|Bron: Tobias DK. Physical activity before and during pregnancy and risk of gestational diabetes mellitus: a meta-analysis. Diabetes Care. 2010 Sep 27. [Epub ahead of print] Link.|


Lichamelijke activiteit verlaagt mogelijk het risico op het afnemen van de cognitieve functies.


Vrijdag, 29 oktober 2010.

De mogelijke relatie tussen lichamelijke activiteit en cognitief functioneren is controversieel. Wetenschappers zochten in de literatuur naar prospectief onderzoek over deze relatie bij personen zonder dementie. Ze vonden 15 prospectieve onderzoeken (over 12 verschillende onderzoeksgroepen) die deze relatie onderzochten over een periode variërend van 1-12 jaar. Over deze periode werd een afname van de cognitieve functies gemeten bij 3.210 patiënten.
Zowel gematigde lichamelijke activiteit (- 35%) als hoge lichamelijke activiteit (- 38%) zorgde voor een significant verlaagd risico op het afnemen van de cognitieve functies.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 33.816 personen.

|Bron: Sofi F. Physical activity and risk of cognitive decline: a meta-analysis of prospective studies. J Intern Med. 2010 Aug 28. doi: 10.1111/j.1365-2796.2010.02281.x. Link.|


Lichamelijke activiteit beschermt mogelijk tegen afname van cognitieve functies.


15 september 2010.

Wetenschappers zochten in de literatuur naar studies over lichamelijke activiteit in relatie tot het risico op afname van cognitieve functies bij personen zonder dementie. Er werd informatie gevonden over 12 onderzoeksgroepen met in totaal 33.186 personen. Gedurende de periode dat deze personen werden geobserveerd, vertoonden 3.210 van hen afname van cognitieve functies.
Een hoog niveau van lichamelijke activiteit gaf een significante bescherming tegen afname van cognitieve functies (- 38%), maar ook een gematigd niveau beschermde hiertegen (- 35%).
Noot van de auteur: Het betreft hier weliswaar een literatuuroverzicht, maar het totaal aantal personen in de 12 cohorts (onderzoeksgroepen), was net zo groot als het aantal personen in één gemiddelde cohort. Dit betekent dat de onderzoeksgroepen bijzonder klein waren.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 33.186 personen.

|Bron: Sofi F. Physical activity and risk of cognitive decline: a meta-analysis of prospective studies. J Intern Med. 2010 Aug 28. doi: 10.1111/j.1365-2796.2010.02281.x. [Epub ahead of print] Link.|


Zorgt cholesterol uit het dieet voor meer spiermassa bij krachttraining?


Woensdag, 4 augustus 2010.

Op het moment is er weinig bekend over effecten van het dieet op de spiermassa bij krachttraining. 49 oudere mannen en vrouwen kregen gedurende 2 weken voorlichting over voeding. Daarna werden ze onderworpen aan 12 weken krachttraining op hoge intensiteit. Hierbij gebruikten ze een eiwitsupplement na de krachttraining.
De hoeveelheid cholesterol uit het dieet werd in direct verband gebracht met de winst in spiermassa en dit effect was onafhankelijk van onderlinge verschillen in eiwitinname. Cholesterol uit het dieet stond niet in verband met serum cholesterol.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 49 personen.

|Bron: Riechman SE. Statins and dietary and serum cholesterol are associated with increased lean mass following resistance training. J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2007 Oct;62(10):1164-71. Link.|


Samenstelling van het dieet heeft invloed op de lichaamssamenstelling na krachttraining.


Vrijdag, 23 juli 2010.

16 ongetrainde vrouwen met overgewicht deden 10 weken aan krachttraining. Hierbij werden ze gerandomiseerd naar een ketogeen dieet, of een regulier dieet. Het ketogene dieet bestond uit 6 en% koolhydraten, 66 en% vet, en 22 en% eiwitten. Het reguliere dieet bestond uit 41 en% koolhydraten, 34 en% vet, en 17 en% eiwitten.
Na 10 weken was het verschil in lichaamssamenstelling groot: Vrouwen op het ketogene dieet verloren 5,6 kg lichaamsgewicht, en dit bestond volledig uit vetmassa. Vrouwen op het reguliere dieet wonnen 0,8 kg lichaamsgewicht, terwijl ze 1,6 kg vetvrije massa wonnen.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 16 vrouwen.

|Bron: Jabekk PT. Resistance training in overweight women on a ketogenic diet conserved lean body mass while reducing body fat. Nutr Metab (Lond). 2010 Mar 2;7:17. Link.|


Is er een effect van vitamine D op spierkracht?


Dinsdag, 30 maart 2010.

Een verlaagde vitamine D status, zoals die vaak wordt gevonden bij ouderen, is in verband gebracht met spierzwakte en verminderde mobiliteit. 70 vrouwelijke geriatrische patiënten deden mee aan een gerandomiseerd onderzoek: Patiënten kregen óf 400 IE vitamine D + 500 mg Calcium, óf een placebo bestaande uit 500 mg Calcium per dag gedurende 6 maanden.
Aan het begin van de studie waren serum vitamine D waarden significant geassocieerd met lichaamskracht. Na 6 maanden werd een significant verschil in serum vitamine D waarden gevonden tussen de 2 onderzoeksgroepen. De significante verbetering van de vitamine D status, in de Vitamine D + Calcium-groep, zorgde niet voor een significant verschil in kracht en mobiliteit tussen de 2 verschillende onderzoeksgroepen.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 70 vrouwen.

|Bron: Janssen HC. Muscle strength and mobility in vitamin D-insufficient female geriatric patients: a randomized controlled trial on vitamin D and calcium supplementation. Aging Clin Exp Res. 2010 Feb;22(1):78-84. Link.|


Verhoogt arginine het uithoudingsvermogen van oudere mannen?


Maandag, 29 maart 2010.

16 oudere mannelijke fietsers werden onderverdeeld in 2 groepen: 1 groep kreeg gedurende 3 weken een supplement met arginine (5.2 g/dag) en antioxidanten voor het slapen gaan, de andere groep kreeg een placebo (maltodextrine). Mannen die het supplement gebruikten konden hun anaerobe drempel significant verhogen (+16.7%), maar de controle groep kon dit niet (1).
Opmerking van de auteur: Persoonlijk gaan bij mij alle alarmbelletjes rinkelen indien in de "Abstract" van het artikel, de producent van het supplement al meteen wordt vernoemd. In dit geval is dat Herbalife die in het verleden een wetenschappelijke onderbouwing niet zo belangrijk vond voor de promotie van haar product......... (2).


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 16 personen.

|Bronnen:
1) Chen S. Arginine and antioxidant supplement on performance in elderly male cyclists: a randomized controlled trial. J Int Soc Sports Nutr. 2010 Mar 23;7(1):13. [Epub ahead of print] Link.
2) Barrett S. The Dubious Promotion of Herbalife's Niteworks. Geraadpleegd op 29 maart 2010. Link.|


Mogelijk effect van lichaamsbeweging en voeding op cognitieve functies en dementie.


Woensdag, 4 november 2009.

Een stijgende hoeveelheid bewijs suggereert dat gezond gedrag mogelijk beschermend werkt tegen afname van cognitieve functies en dementie. Wetenschappers zochten in de literatuur naar onderzoek hierover bij personen van 65 jaar en ouder. Er werden 37 artikelen gevonden die aan de criteria voldeden.
Lichaamsbeweging in de vrije tijd verlaagde de kans op dementie, zelfs op een gemiddeld niveau. Roken verhoogde de kans op alzheimer. Matige consumptie van alchol beschermde tegen afname van cognitieve functies en tegen dementie, maar niet-drinkers en geregelde drinkers hadden een verhoogde kans op afname van cognitieve functies en dementie. Consumptie van groenten en vis verlaagde de kans op dementie, maar verzadigde vetten verhoogden de kans hierop.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: ? personen.

|Bron: Lee Y. Systematic review of health behavioral risks and cognitive health in older adults. Int Psychogeriatr. 2009 Nov 3:1-14. [Epub ahead of print] Link.|


Mogelijk beschermend effect van intensief hardlopen op niet fatale hartziekten.


Woensdag, 14 oktober 2009.

Bij een groep mannelijke hardlopers werd gekeken naar het effect van de afgelegde afstand in kilometers op het risico op coronaire hartziekten (CH). Na 7,7 jaar hadden zich 521 incidenten voorgedaan.
Per afgelegde kilometer per dag daalde de kans op niet fatale CH met 7% en de kans op angina met 10%. Het afleggen van meer dan 9 km/dag liet de kans op niet fatale CH dalen met 29% vergeleken met het afleggen van minder dan 3 km/dag.


Opzet onderzoek: Prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 35,402 mannen.

|Bron: Williams PT. Reductions in incident coronary heart disease risk above guideline physical activity levels in men. Atherossclerosis. 2009 Sep 16. [Epub ahead of print] Link.|


Mogelijk effect van BCAAs op het uithoudingsvermogen.


Donderdag, 8 oktober 2009.

Acht jonge mannen deden mee in een dubbel-blinde, placebo-gecontroleerde, gerandomiseerde studie. Ze kregen gedurende 6 dagen een BCAA drank (0.4% BCAA, 4% koolhydraat; 1500 ml/dag) of een iso-calorische placebo drank. Op de 7e dag moesten de mannen fietsen tot vermoeidheid. Op deze dag werd 15 min. voor de training 500 ml van de testdrank ingenomen. Plasma BCAAs en arginine waren hoger in de BCAA-groep, en de VO2max steeg significant in de BCAA-groep.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 8 getrainde mannen.

|Bron: Matsumoto K. Branched-chain amino acid supplementation increases the lactate threshold during an incremental exercise test in trained individuals. J Nutr Sci Vitaminol (Tokyo). 2009 Feb;55(1):52-8. Link.|


Mogelijk effect van kruiden op het uithoudingsvermogen.


Woensdag, 2 september 2009.

Een groep gezonde jonge mannen deed mee aan een onderzoek. Ze werden gerandomiseerd (willekeurig ingedeeld) in een van de volgende groepen: 1080 mg kruidenextract (rhodiola crenulata + ginkgo biloba) of een placebo gedurende 7 weken. Uithoudingsvermogen, cortisol en testosteron werden gemeten aan het begin en eind van het onderzoek.
Na 7 weken was de maximale zuurstofopname (VO2max) significant groter in de "kruidengroep" vergeleken met de opname aan het begin van het onderzoek, en vergeleken met de placebo groep. Na 7 weken bleek het serum cortisol onveranderd in de kruidengroep, terwijl dit significant verhoogd was in de placebo groep. De ratio testosteron:cortisol (een surrogaat voor overtraining en vermoeidheid) bleek ook onveranderd in de kruidengroep, terwijl dit significant daalde in de placebo groep.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 67 mannen.

|Bron: Zhang ZJ. Dietary supplement with a combination of Rhodiola crenulata and Ginkgo biloba enhances the endurance performance in healthy volunteers. chin J Integr Med. 2009 Jun;15(3):177-83. Link.|


Timing van gebruik eiwitsupplementen voor krachtsport.


Zaterdag, 15 augustus 2009.

Eiwitsupplementen worden veel door krachtsporters en bodybuilders gebruikt in de hoop dat deze zorgen voor meer spiermassa of kracht. Er wordt vaak aangeraden om deze supplementen vlak voor en/of na de training te nemen omdat dit zou zorgen voor een grote anabole response. Er is echter zeer weinig direct onderzoek gedaan om deze theorie te onderbouwen.
Mannen met ervaring in krachttraining kregen een eiwitsupplement a) in de ochtend en avond, of b) direct voor en direct na de training. Een derde groep kreeg geen eiwitsupplementen.
Na 10 weken werd een significante krachtstijging gevonden bij het bankdrukken en squaten. Maar er werd geen significant verschil in effect gevonden tussen de 3 onderzoeksgroepen onderling. In geen van de 3 groepen werd een verandering gevonden in massa of % lichaamsvet.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: 33 mannen.

|Bron: Hoffman JR. Effect of protein-supplement timing on strength, power, and body-composition changes in resistance-trained men. Int J Sport Nutr Exerc Metab. 2009 Apr;19(2):172-85. Link.|


Eccentrisch trainen op hoge intensiteit zorgt voor meer kracht en spiermassa.


Woensdag, 12 augustus 2009.

Onlangs is een literatuuroverzicht gepubliceerd waarin is gekeken naar het verschil tussen eccentrisch en concentrisch trainen. De auteurs vonden 20 gerandomiseerde studies die aan hun criteria voldeden.
Wanneer eccentrisch trainen werd gedaan op hogere intensiteit, vergeleken met concentrische training, stegen de totale kracht en eccentrische kracht in hogere mate. Deze toename aan kracht was vooral gerelateerd aan snelheid en spiercontractie. Eccentrisch trainen op hoge intensiteit bleek ook effectiever te zijn voor toename van spiermassa.


Opzet onderzoek: Literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek. | Onderzochte groep: ? personen.

|Bron: Roig M. The effects of eccentric versus concentric resistance training on muscle strength and mass in healthy adults: a systematic review with meta-analysis. Br J Sports Med. 2009 Aug;43(8):556-68. Link.|


Effect van een dieet laag in koolhydraten op training bij obese personen.


Zaterdag, 8 augustus 2009.

Zestig obese proefpersonen werden gedurende 8 weken op een dieet gezet waarbij het aantal calorieën 30% onder het onderhoudsniveau zat. Hierbij werden ze willekeurig ingedeeld in een dieet zeer laag in koolhydraten/hoog in vetten, of een conventioneel dieet hoog in koolhydraten/laag in vetten.
Na 8 weken bleek de laag-koolhydraatgroep significant meer gewicht (8,4%) te hebben verloren, dan de hoog-koolhydraatgroep (6,7%). De trainingscapaciteit en kracht daalden significant in beide groepen. De laag-koolhydraatgroep verbrandde meer vet tijdens de training, maar dit had geen negatief effect op de trainingscapaciteit en kracht vergeleken met de hoog-koolhydraatgroep.


Opzet onderzoek: Gerandomiseerd/prospectief onderzoek. | Onderzochte groep: 60 personen.

|Bron: Brinkworth GD. Effects of a Low Carbohydrate Weight Loss Diet on Exercise Capacity and Tolerance in Obese Subjects. Obesity (Silver Spring). 2009 Apr 9. [Epub ahead of print] Link.|