Linolzuur en hart- en vaatziekten. Deel 2: Geen duidelijk bewijs dat linolzuur gunstig is voor het cholesterol.

dag, maart 2012.

Achtergrond: In deel 1 van "linolzuur en hart- en vaatziekten" besprak ik de resultaten uit een recent overzichtsartikel waaruit bleek dat linolzuur mogelijk toch niet zo gezond zou zijn [1]. Hierbij ging ik in op de kritiek van het Voedingscentrum op dit artikel.
In deel 2 bespreek ik het positieve oordeel over een gezondheidsclaim m.b.t. linolzuur door de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA).

De EFSA stelt dat linolzuur het cholesterolgehalte gunstig beïnvloedt.
In 2009 heeft de EFSA een gezondheidsclaim over het effect van linolzuur op het cholesterol beoordeeld [2]. Het EFSA panel heeft gekeken naar wetenschappelijk onderzoek over het effect van linolzuur op het cholesterolgehalte. Aan de hand hiervan is besloten dat er een causale relatie bestaat tussen de inname van linolzuur en een verlaging van het cholesterolgehalte:

The food constituent that is the subject of the health claim is linoleic acid. The Panel considers that linoleic acid is sufficiently characterised.

The claimed effect is "blood cholesterol". The Panel considers that the maintenance of normal blood cholesterol concentrations is beneficial to human health.

On the basis of the data available, the Panel concludes that a cause and effect relationship has been established between the dietary intake of linoleic acid and the reduction of blood cholesterol concentrations.


Een "causale relatie" is nogal een uitspraak. Een dergelijke uitspraak gaat ervan uit dat met absolute zekerheid gezegd mag worden dat linolzuur het cholesterolgehalte verlaagt.
Om deze uitspraak te onderbouwen, verwijst de EFSA naar een wetenschappelijke publicatie uit 2003 [3]. Het gaat hier om een overzichtsartikel van 60 gecontroleerde onderzoeken. Volgens de EFSA laat het overzichtsartikel zien dat het vervangen van koolhydraten door meervoudig onverzadigde vetten het "slechte" (LDL-)cholesterol laat dalen:

In a meta-analysis of 60 randomised controlled clinical trials, polyunsaturated fatty acids (PUFA), mainly as LA, significantly reduced serum LDL-cholesterol concentrations. Replacing 1% of energy from carbohydrates with PUFA reduced LDL-cholesterol concentrations by 0.02 mmol/L (Mensink et al., 2003). The estimated change in the total/high-density lipoprotein (HDL) cholesterol ratio was -0.032. LA was the main source of PUFA in the studies.


De EFSA heeft niet gekeken naar het onafhankelijke effect van linolzuur op het cholesterolgehalte.
Om een uitspraak te kunnen doen over het effect van linolzuur, zou moeten worden gekeken wat linolzuur doet, indien het wordt toegevoegd aan het dieet. Hier was geen sprake van:

  • Koolhydraten werden vervangen door meervoudig onverzadigde vetten (behalve visolie vetzuren).
  • Meervoudig onverzadigd vet bestond uit de combinatie van linolzuur met alfa-linoleenzuur.

Het overzichtsartikel onderzocht het effect uit het vervangen van koolhydraten door zowel linolzuur als alfa-linoleenzuur. En niet het effect van linolzuur indien dit wordt toegevoegd aan het dieet. Dat beseft de EFSA gelukkig ook.


Is het effect van linolzuur op het cholesterolgehalte hetzelfde als het effect van alfa-linoleenzuur?
De EFSA stelt dat het effect van linolzuur en alfa-linoleenzuur op het cholesterolgehalte vergelijkbaar zijn. Hiervoor verwijst de organisatie naar het resultaat uit één enkel kleinschalig gerandomiseerd onderzoek.

Smaller amounts of alpha-linolenic acid were used in some of the studies, but the effects on lipoproteins of LA and alpha-linolenic acid are similar and the n-6/n-3 ratio of dietary PUFA does not affect the serum lipid profile (Goyens and Mensink, 2005).


In dit onderzoek werden 54 mannen en vrouwen onderverdeeld in 2 experimentele groepen, of een controle groep. Het verschil tussen deze groepen bestond uit de inname van meervoudig onverzadigde vetten:

De onderzoeksgroepen.
1) De controle groep consumeerde een standaard Hollands dieet met 8 energie% (en%) meervoudig onverzadigd vet (0,4 en% alfa-linolzuur en 7,3 en% linolzuur).
2) De laag linolzuur groep consumeerde minder linolzuur terwijl de inname van alfa-linoleenzuur constant bleef (0,4 en% alfa-linolzuur en 3,0 en% linolzuur).
3) De hoog alfa-linoleenzuur groep consumeerde net zoveel linolzuur als de controle groep terwijl de inname van alfa-linoleenzuur steeg (1,1 en% alfa-linolzuur en 7,1 en% linolzuur).

In groep 2 week alleen de inname van linolzuur af en in groep 3 week alleen de inname van alfa-linoleenzuur af. Wat het effect van deze groepen op het cholesterol was, is te zien in de tabel hiernaast.

Resultaten uit het onderzoek.
1) De controle groep Een gemiddelde Hollandse inname van alfa-linoleenzuur en linolzuur had geen significant effect op het cholesterol (+ 0,14 mmol/L) en het LDL-cholesterol (+ 0,10 mmol/L).
2) De laag linolzuur groep Een verminderde inname van linolzuur had geen significant effect op het cholesterol (+ 0,01 mmol/L) en het LDL-cholesterol (+ 0,03 mmol/L).
3) De hoog alfa-linoleenzuur/ Een verhoogde inname van alfa-linoleenzuur zorgde voor een significant verlaagd cholesterol (-0,26 mmol/L) en LDL-cholesterol (-0,22 mmol/L).

Ons wordt voorgespiegeld dat linolzuur het cholesterol laat dalen en dat dit komt door een daling van het LDL-cholesterol. Een daling van de linolzuur inname zou er dus voor moeten zorgen dat het totale cholesterol en het "slechte" LDL-cholesterol in deze groep hoger waren dan in de controle groep. Maar een daling van de linolzuur inname had geen effect op het cholesterol. Om het nog erger te maken waren het totale cholesterol en het LDL-cholesterol zelfs iets lager dan in de controle groep. Een verhoogde inname van alfa-linoleenzuur had wel een gunstig effect op het totale- en LDL-cholesterol.
Het onderzoek laat dus zien dat alfa-linoleenzuur gunstig is voor het cholesterolgehalte, maar dat linolzuur dit zeker niet is. Toch concludeert de EFSA dat alfa-linoleenzuur en linolzuur geen verschillend effect op het cholesterolgehalte hebben.

Mogelijk gaan ze hierbij mee in een opmerking van de onderzoekers. Een daling van de linolzuur inname had het cholesterolgehalte moeten laten stijgen. De daling van de linolzuur inname ging gepaard met een stijging in de inname van oliezuur (een enkelvoudig onverzadigd vet) en verzadigd vet. Op basis van resultaten uit het eerder genoemde overzichtsartikel [3] schatten ze dat de veranderingen in het cholesterol precies zo waren, als verwacht:

It has long been thought that LA lowered serum total and LDL cholesterol concentrations compared with OA. This conclusion was challenged by studies conducted in the late 1980s and 1990s, which demonstrated comparable effects of LA and OA on the serum lipoprotein profile. However, a recent meta-analysis indicated that LA may still lower LDL cholesterol compared with OA, although differences in effects are small. Our results from the control and the low-LA groups agree with these findings. When the low-LA diet was consumed, the decrease in LA was compensated by an increase in OA and a slight increase in SFA. Based on a recent meta-analysis, we calculated that consumption of the low-LA diet would decrease LDL cholesterol concentrations by 0.08 mmol/L compared with the control diet. Hence, the study findings concerning total LDL cholesterol concentrations are in line with expectations.
OA = oliezuur (een enkelvoudig onverzadigd vet).
LA = linolzuur.
SFA = verzadigd vet.


Bij de schattingen hebben deze auteurs dus de aanname gedaan dat het effect uit de som van linolzuur en alfa-linoleenzuur toe te schrijven is aan linolzuur. Dat staat echter nergens beschreven in het overzichtsartikel waar naar wordt verwezen.
In dit overzichtsartikel is overigens ook niet gekeken naar het effect uit het vervangen van linolzuur door oliezuur en verzadigd vet. De schattingen zijn dus gebaseerd op verwachte effecten + aannames. En niet op feitelijke waarnemingen.


Conclusie: De EFSA stelt dat er zeer overtuigend bewijs is dat linolzuur een gunstig effect heeft op het cholesterolgehalte. Het bewijs is zelfs zo overtuigend dat er niet aan kan worden getwijfeld. Daarom is een gezondheidsclaim hierover dan ook positief beoordeeld. Om dit te onderbouwen verwijst de EFSA naar onderzoek waarin is gekeken hoe het cholesterolgehalte wordt beïnvloed indien de inname van koolhydraten wordt vervangen door zowel linolzuur als alfa-linoleenzuur. Hoe je met absolute zekerheid kunt zeggen dat linolzuur gezond is als de inname van linolzuur en alfa-linoleenzuur tegelijkertijd stijgen, is mij een raadsel. Maar een kniesoor die daar op let.
Om hun standpunt kracht bij te zetten verwijzen de wetenschappers naar een klein onderzoekje waaruit moet blijken dat linolzuur en alfa-linoleenzuur hetzelfde effect hebben op het cholesterolgehalte. Er is echter één klein puntje dat over het hoofd werd gezien. Het onderzoek verwerpt de gestelde hypothese: alfa-linoleenzuur bleek een gunstig effect te hebben op het cholesterolgehalte, terwijl het cholesterolgehalte van mensen die minder linolzuur consumeerden er nog beter aan toe was dan het cholesterolgehalte van mensen die een standaard Hollandse voeding consumeerden. Op basis van een invalide berekening is echter geconcludeerd dat linolzuur toch net zo gunstig is voor het cholesterol als alfa-linoleenzuur: Wetenschappers hebben het verschil in werking tussen linolzuur en alfa-linoleenzuur verklaard door het effect uit de som van linolzuur en alfa-linoleenzuur toe te schrijven aan linolzuur.

Onderzoek laat zien dat koolhydraten mogelijk wel slechter voor het cholesterolgehalte zouden kunnen zijn dan meervoudig onverzadigde vetten. De vraag is, hoe relevant dit is voor het Nederlandse voedingspatroon. Het Voedingscentrum raadt namelijk niet aan om de inname van suiker te vervangen door linolzuur. Er wordt aangeraden om verzadigd vet te vervangen door linolzuur. Hierbij wordt niet verwezen naar studies waarin de inname van verzadigd vet is vervangen door linolzuur.
Hoe de EFSA in godsnaam de gezondheidsclaim positief heeft kunnen beoordelen, is mij een raadsel. In beide publicaties waar de EFSA naar verwijst, staat nergens beschreven dat linolzuur daadwerkelijk gunstig was voor het cholesterol. Alleen dat linolzuur eigenlijk goed had moeten zijn voor het cholesterol.



|Referenties:
[1] Hoenselaar R. Linolzuur en hart- en vaatziekten. Deel 1: Becel en het Voedingscentrum. 11 februari 2013. Link.
[2] EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies (NDA); Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to linoleic acid and maintenance of normal blood cholesterol concentrations (ID 489) pursuant to Article 13(1) of Regulation (EC) No 1924/2006 on request from the European Commission. EFSA Journal 2009; 7(9):1276. [12 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2009.1276. Beschikbaar op: Link.
[3] Mensink RP et al. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1146-55. Link.
[4] Goyens PL et al. The dietary alpha-linolenic acid to linoleic acid ratio does not affect the serum lipoprotein profile in humans. J Nutr. 2005 Dec;135(12):2799-804. Link.|