Linolzuur en hart- en vaatziekten. Deel 1: Becel en het Voedingscentrum.

Maandag, 11 februari 2013.

Achtergrond: "Omega-6 mogelijk ongezond" kopte het NOS-nieuws deze week [1]. Een nieuwe analyse van oude data zou laten zien dat hartpatiënten die verzadigde (dierlijke) vetten door plantaardige onverzadigde vetten met omega-6 vetzuren vervangen een grotere kans hebben te overlijden aan hart- en vaatziekten. Precies het tegenovergestelde van wat onze adviesorganen ons al die jaren hebben voorgehouden.
Het belangrijkste Omega-6 vetzuur in ons dieet is linolzuur. En linolzuur zit in onze margarines en halvarines. Het onderzoek suggereerde dus dat roomboter mogelijk gezonder zou kunnen zijn voor het hart dan margarines en halvarines. Het Voedingscentrum haastte zich met een reactie dat halvarine met linolzuur prima op onze boterham kan [2]. De kritiek van het Voedingscentrum op het gepubliceerde onderzoek ziet er als volgt uit:

Eén onderzoek is geen onderzoek
Het onderzoek uit het artikel is gedaan onder mensen die al een hartaanval hebben gehad, dus niet onder gezonde mensen. Daarnaast kregen ze veel meer omega-6 toegediend dan je gewoonlijk binnenkrijgt via smeersel op je brood. Dus je kan dit ene resultaat niet vertalen naar gezonde mensen. Linolzuur is in de eerste plaats een belangrijke bouwstof voor het lichaam en heeft een gunstig effect op het cholesterol.

Lekker smeren
We blijven dus adviseren om je brood te besmeren met halvarine. Let wel bij het kiezen van broodsmeersel op de hoeveelheid verzadigde vetten. Kies bij voorkeur voor halvarine en laat roomboter zo veel mogelijk staan. Op het etiket lees je meer over de samenstelling van het product.


Zoals gewoonlijk blinkt de reactie van het Voedingscentrum uit in afwezigheid van een onderbouwing voor dit standpunt. Resultaten uit een nieuwe publicatie worden verworpen. Je zou mogen verwachten dat het Voedingscentrum dan zou refereren aan een wetenschappelijke publicatie die laat zien dat linolzuur wel zorgt voor een verlaagt risico op hart-en vaatziekten. Zoals we gewend zijn, gebeurt dit niet.


Het wetenschappelijk onderzoek.

Opzet van het onderzoek.
Het onderzoek waar de NOS naar verwijst, is een zeer recente publicatie over behoorlijk oude onderzoeken [3]. Een van deze onderzoeksgroepen is opnieuw onder de loep genomen. En er is gekeken naar effecten die nog niet zijn beschreven in eerdere publicaties hierover. De onderzoeksgroep waar het om gaat is de "Sydney Diet Heart Study" (SDHS). Tussen 1966 en 1973 werden 426 mannen met bestaande coronaire hartziekten d.m.v. het lot verdeeld in een experimentele groep, of een controle groep. De experimentele groep werd geadviseerd de inname van meervoudig onverzadigd vet te verhogen tot 15 energie% en de inname van verzadigd vet te beperken tot minder dan 10 energie%. Om dit te bereiken kregen de mannen vloeibare saffloerolie en een margarine met saffloerolie erin uitgereikt. De inname van andere bronnen van vet werd beperkt (dierlijke vetten, margarines, dressing). Saffloerolie bevat helemaal geen Omega-3 vetzuren. De controle groep kreeg geen dieet instructies.

Resultaten van het onderzoek.
De hartpatiënten werden gemiddeld 39 maanden gevolgd. Tabel 1 laat het effect zien van de voedingsinterventie op de inname van macro-nutriënten. De inname van verzadigd vet (SFA), enkelvoudig onverzadigd vet (MUFA) en voedingscholesterol daalde significant. De inname van meervoudig onverzadigd vet (PUFA) steeg significant met 9,3 energie%. Het verschil in inname tussen de experimentele- en controle groep was 7 energie%.

Tabel 1. Effect van de voedingsinterventie op de inname van macro-nutriënten en voedingscholesterol.

Baseline = begin onderzoek. Follow-up = einde onderzoek.
Intervention = de experimentele groep. Control = de controle groep.
PUFA = meervoudig onverzadigd vet. SFA = verzadigd vet. PUFA:SFA ratio = de verhouding tussen meervoudig onverzadigd vet en verzadigd vet. MUFA = enkelvoudig onverzadigd vet.
Cijfers geven het de inname weer als % v.d. totale hoeveelheid energie.


Vergeleken met de controle groep hadden mannen in de experimentele groep een significant verhoogd risico op overlijden aan coronaire hartziekten (+ 74% risico) en totale hart- en vaatziekten (+ 70% risico).

Vervolgens keken de onderzoekers naar alle bestaande gerandomiseerde onderzoeken waarin de inname van verzadigd vet werd vervangen door Omega-6 vetzuren (linolzuur). In totaal is dit effect onderzocht in 3 onderzoeksgroepen. Het resultaat is te zien in het figuur hiernaast. Alle "Hazard ratios" waren hoger dan 1 (1,02 tot 4,64). Wat betekent dat er continu meer deelnemers overleden aan hart- en vaatziekten binnen de groepen die linolzuur dienden te consumeren dan binnen de groepen die meer verzadigd vet binnenkregen.
Gemiddeld steeg het risico met 27%, maar dit effect was net niet significant. Het risico steeg wel significant toen alleen werd gekeken naar het effect bij mannen (+ 38% risico [3 studies]), of naar het effect bij deelnemers met bestaande hartziekten (+ 80% risico [2 studies]).

Kregen de mannen in het onderzoek buitengewoon veel linolzuur binnen? Het meervoudig onverzadigde vet in saffloerolie bestaat voor 100% uit linolzuur [4]. Op basis van de aanname dat mannen 2.500 kcal. per dag consumeren, betekent dit dat mannen in de experimentele groep ongeveer 19 g meer linolzuur per dag consumeerden dan mannen in de controle groep. De online NEVO-Tabel laat hoeveelheden v.d. verschillende vetzuren zien per 100 g margarine [5]. Margarines met bestaande informatie over het aandeel linolzuur staan beschreven in tabel 2. Hieruit blijkt dat mannen die per dag 6 sneetjes brood besmeren met margarine al gauw zo'n 12 g extra linolzuur binnen kunnen krijgen. Dat is minder dan in het onderzoek, maar je komt wel een eind in de richting. Gebruik je dan ook nog eens een eetlepel vloeibare margarine om in te bakken, dan kom je nog iets hoger uit (14 g linolzuur/dag).

Tabel 2. Dagelijkse inname van linolzuur per 6 sneetjes brood besmeerd met margarine.
Soort margarineG vet/100 g product% linolzuur/totaal vetG linolzuur/100 g productG linolzuur/6 sneetjes brood (= 30 g margarine)
Margarine vloeibaar 80% vet < 17 g verz vet82,015,913,0n.v.t. (vloeibaar product)
Margarineproduct 60% vet < 17 g verz vet ongez60,054,032,49,7
Margarineproduct 70% vet < 17 g verz vet70,060,542,412,7
Margarineproduct kuipje Becel Dieet60,063,738,211,5


Conclusie: Tot nu toe zijn 3 gerandomiseerde onderzoeken uitgevoerd waarin is gepoogd de inname van verzadigd vet zoveel mogelijk te vervangen door Omega-6 vetzuren (linolzuur). In niet één enkel onderzoek leidde dit tot een verlaagd risico op coronaire hartziekten, of hart- en vaatziekten. Gemiddeld hadden deelnemers die meer linolzuur binnenkregen een niet-significant 27% verhoogd risico op overlijden aan hart- en vaatziekten. Dit risico steeg significant bij mannen en bij deelnemers met een verleden van coronaire hartziekten.
Het Voedingscentrum stelt dat "één onderzoek geen onderzoek is". Het artikel beschrijft echter de resultaten van 3 onderzoeken. Dat zijn alle gerandomiseerde onderzoeken over dit onderwerp tot nu toe. Over het algemeen wordt gerandomiseerd onderzoek gezien als de sterkste vorm van bewijs voor een effect. Indien een medicijn een dergelijk effect zou hebben op het risico op coronaire hartziekten, zou dit waarschijnlijk van de markt worden gehaald. Het Voedingscentrum komt echter met het omgekeerde advies: "blijf je boterham besmeren met halvarine". Een ander puntje van "kritiek" van het Voedingscentrum bestaat eruit dat het onderzoek zou zijn uitgevoerd bij mensen die een hartaanval hebben gehad. En dat de deelnemers veel meer linolzuur binnenkregen dan je gemiddeld binnenkrijgt met een broodsmeersel. Door het hele land raden diëtisten hartrevalidatie patiënten aan om margarines/halvarines te gebruiken als broodbeleg. Allemaal omdat het Voedingscentrum dit zegt! De hoeveelheid linolzuur in het onderzoek lag inderdaad redelijk hoog. Maar met 6 sneetjes becel dieet margarine op je brood, kom je een heel eind in die richting.
Ik ben erg benieuwd naar het wetenschappelijke bewijs van het Voedingscentrum waaruit blijkt dat linolzuur dan wèl het risico op coronaire hartziekten verlaagt.

Mijn mening: De onderzoeksgroepen zijn misschien te klein om te spreken over "overtuigend bewijs" dat linolzuur het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Maar om nou de tegenovergestelde conclusie te trekken.................



|Referenties:
[1] NOS nieuws. Omega-6 mogelijk ongezond. 6 februari 2013. Link.
[2] Voedingscentrum. Halvarine met linolzuur kan prima op je boterham. 7 februari 2013. Link.
[3] Ramsden CE. Use of dietary linoleic acid for secondary prevention of coronary heart disease and death: evaluation of recovered data from the Sydney Diet Heart Study and updated meta-analysis. BMJ. 2013 Feb 4;346:e8707. doi: 10.1136/bmj.e8707. Link.
[4] Nutrition data. Oil, vegetable safflower, salad or cooking, linoleic, (over 70%). Link.
[5] RIVM. NEVO-online versie 2011/3.0. Link.|