Plantensterolen in het bloed worden niet in verband gebracht met een verlaagd risico op hart- en vaatziekten.

Zaterdag, 18 augustus 2012.

Achtergrond: In deel 1 over plantensterolen liet ik zien dat er wel degelijk wetenschappelijk bewijs is dat plantensterolen het "slechte" LDL-cholesterol verlagen. Maar dat er geen onderzoek is waaruit blijkt dat dit ook daadwerkelijk leidt tot een verlaagd risico op hart- en vaatziekten (1). Dit komt doordat er tot nu toe nog geen onderzoek is gedaan naar het effect van inname van plantensterolen op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Er is echter wel onderzoek gedaan naar het effect van de hoeveelheid plantensterolen in het bloed en het ontstaan van hart- en vaatziekten. Dit jaar is een literatuuroverzicht hierover gepubliceerd (2). Wetenschappers zochten in de literatuur naar bestaand onderzoek over dit onderwerp. Ze vonden 15 onderzoeken waaraan 11.182 vrijwilligers hadden meegewerkt.

Het onderzoek: De wetenschappers keken naar 2 soorten plantensterolen: sitosterol en campesterol. Meer dan 90% van de plantensterolen in het dieet en in het bloed bestaat uit deze 2 soorten. De resultaten zijn te zien in de tabel hieronder. Sommige artikelen beschreven het effect van hoge- vergeleken met lage inname van plantensterolen. Dat staat in de tabel beschreven als "Absolute". Andere artikelen beschreven de verhouding tussen plantensterolen en het cholesterol. Dat staat in de tabel beschreven als "Ratio to Chol". Een aantal studies beschreef het risico voor hoge vergeleken met lage consumptie. Bovenin de tabel staat dit beschreven als het RR. In een aantal andere studies werd gekeken naar het verschil in bloedwaarden tussen personen met hart- en vaatziekten en gezonde deelnemers. Bovenin de tabel staat dit beschreven als de SMD. Tenslotte staat de "n" bovenin de tabel voor het aantal onderzoeken.






De resultaten: Indien plantensterolen het risico op hart- en vaatziekten zouden verlagen, zouden de cijfertjes die onder "RR" staan lager dan 1.00 moeten zijn. Drie van de vier keer is het cijfer echter hoger dan 1. Wat betekent dat er een minimaal verhoogd risico is gevonden. En indien plantensterolen het risico op hart- en vaatziekten zouden verlagen, zouden de cijfertjes die onder de "SMD" staan lager dan 0.00 moeten zijn. Maar in alle gevallen is het cijfer hoger dan een 0. Wat betekent dat deelnemers met hart- en vaatziekten iets meer plantensterolen in hun bloed hadden dan gezonde mensen. In 7 van de 8 deelonderzoeken pakte het effect op hart- en vaatziekten dus niet goed uit voor de plantensterolen. Slechts eenmaal neigde het voordeel naar de plantensterolen: Voor de verhouding tussen sitosterol en het cholesterol had het RR een waarde van 0.94. Maar de zgn. P-value die erachter staat, is 0.730. Wil een effect significant zijn, dan moet de P-value kleiner zijn dan 0.050. In geen enkel deelonderzoek bleken plantensterolen dus het risico op hart- en vaatziekten significant te verlagen.

Conclusie: Op basis van de huidige wetenschap zijn er totaal geen aanwijzingen dat grote hoeveelheden plantensterolen in het bloed het risico op hart- en vaatziekten verlagen.



|Referenties:
1) Hoenselaar R. Plantensterolen en het cholesterol. Deel 1: Becel pro activ. 14 juni 2012. Link.
2) Genser B. Plant sterols and cardiovascular disease: a systematic review and meta-analysis. Eur Heart J. 2012 Feb;33(4):444-51. Link.|