Over de auteur: Robert Hoenselaar

Waarom deze site?

Niet alle onderzoeken zijn wetenschappelijk gezien even betrouwbaar.
Nieuwsberichten in de media laten vaak tegenstrijdige effecten zien van voedingsmiddelen. Vandaag is bijvoorbeeld de consumptie van vlees of melk gezond, terwijl je morgen kunt lezen dat je er beter van af kunt blijven. Hoe weet u dan nog wat u moet doen?
Vaak komt dit doordat journalisten niet zijn opgeleid om resultaten uit wetenschappelijk onderzoek te kunnen interpreteren. Een onderzoek bij 50 ratten wordt met net zoveel overtuiging gepresenteerd als een onderzoek bij 100.000 mensen. Ook wetenschappers zijn niet altijd objectief. Zij zijn erbij gebaat om zoveel mogelijk aandacht op hun onderzoek te vestigen. Zelfs als de opzet van het onderzoek wetenschappelijk gezien nogal zwak is.

Waarom zijn bepaalde voedingsmiddelen van de ene op de andere dag opeens gezond of ongezond?
Meestal zijn daar geen aanwijzingen voor. Zoal ik al aangaf kan bijvoorbeeld vlees of melk opeens gezond of ongezond zijn omdat "nieuw onderzoek" dit laat zien. Wat de media (en helaas ook wetenschappers) vaak niet berichten, is dat de resultaten uit één bepaald onderzoek vaak zijn vooraf gegaan door resultaten uit misschien wel tientallen andere onderzoeken. In dat perspectief zou de media eigenlijk moeten berichten.

Het Voedingscentrum brengt toch al betrouwbare informatie over voeding?
Het Voedingscentrum beroept zich op "wetenschappelijk onderbouwde en onafhankelijke informatie" (1). Wat iemand betrouwbaar vindt, moet iedereen voor zich weten. Persoonlijk vind ik informatie betrouwbaar wanneer duidelijk wordt verwezen naar wetenschappelijke literatuur. En wanneer al het beschikbare onderzoek wordt gebruikt om tot een advies te komen. Het Voedingscentrum faalt volledig op het eerst punt. En wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar het effect van verzadigd vet op hart- en vaatziekten, lijkt het Voedingscentrum ook op het tweede punt te falen.

|Bron: 1) Voedingscentrum. Missie en visie. Geraadpleegd op 12 april 2012, van Link.|


Wat wil ik met mijn site bereiken?

Het doel van mijn site:
Tot recent was mijn voornaamste doel, het brengen van wetenschappelijk nieuws. Momenteel stel ik hogere eisen aan de informatie die ik breng. Ik wil niet de fouten maken die de media en het Voedingscentrum maken. Ik wil wetenschappelijk betrouwbare informatie geven aan de gemiddelde bezoeker van mijn site. Maar wil ook artsen, diëtisten, wetenschappers en andere werkers in de gezondheidszorg bereiken met mijn informatie. Volgens mij kan dat maar op één manier: door het beschrijven van onderzoeken waarin wetenschappers een overzicht geven van alle bestaande betrouwbare literatuur.
Dit betekent dat de informatie op mijn site langzaam zal worden vervangen en aangepast. Nieuwsberichten zullen voortaan zoveel mogelijk worden geweerd, of in het juiste perspectief worden geplaatst.

Mijn lange termijn doel:
Het is mijn wens om in de toekomst een Richtlijn Goede Voeding te publiceren, zoals ook door de Gezondheidsraad wordt gedaan (2). Ondanks de inspanningen van de Gezondheidsraad, schat ik dat zo'n 90% van al het beschikbare onderzoek over voedingsmiddelen niet wordt meegenomen bij de besluitvorming om tot een advies te komen. Verder worden effecten van veel voedingsmiddelen niet beschreven. Ik wil een richtlijn maken, waarin effecten van meer voedingsmiddelen worden beschreven. Hierbij wil ik tevens gebruikmaken van een grotere hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek om tot mijn adviezen te komen.

Betrouwbare literatuur:
De 2 meest betrouwbare vormen van onderzoek zijn gerandomiseerd onderzoek en prospectief (cohort) onderzoek (3). Gerandomiseerd onderzoek wordt bijna nooit uitgevoerd bij voedingsmiddelen. Dan blijft prospectief onderzoek over. In dit type onderzoek vullen grote groepen mensen gegevens in over hun gebruikelijke voeding. Vervolgens wordt na een aantal jaren gekeken welke ziekten in de onderzoeksgroep zijn ontstaan. De voeding wordt vervolgens gelinkt aan het risico op het ontstaan van deze ziekten, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met andere factoren.
Op mijn site geeft ik dus de resultaten weer van literatuuroverzichten van alle beschikbare resultaten uit prospectief onderzoek. Indien er bijvoorbeeld 14 onderzoeken zijn gedaan naar het effect van een voedingsmiddel op het risico op een ziekte, kunnen sommige studies een beschermend effect laten zien, terwijl sommige andere studies een negatief effect laten zien. Door naar het "gemiddelde" effect van deze 14 studies te kijken, kun je een betere indicatie geven van een mogelijk effect, dan door een paar willekeurige studies eruit te vissen. Doordat ik op deze manier werk, zal ik soms met informatie komen die maatschappelijk gevoelig ligt. Zoals bij het gebruik van alcohol.

|Bronnen:
2) Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr 2006/21. ISBN 90-5549-627-8. Link.
3) Sunny Downstate medical center. Guide to research methods. Geraadpleegd op 12 april 2012, van Link.|


Wie ben ik?

Over mij:
Ik ben een 38 jaar jonge man, met een levenslange interesse in de rol van voeding + supplementen bij het voorkomen/"behandelen" van verschillende chronische ziekten. In 2009, begon ik aan de opleiding Voeding & Diëtetiek. Momenteel ben ik 3e-jaars student.

Mijn Engelstalige site:
Deze interesse werd bovenmatig geprikkeld, toen ik las dat melk mogelijk de kans op darmkanker zou verlagen, maar tegelijkertijd ook mogelijk de kans op prostaatkanker zou verhogen. Dus hoe zat het nou? Was melk goed of slecht, neutraal, of alleen goed/slecht onder bepaalde omstandigheden?
Ik begon met het lezen van wetenschappelijke artikelen, om mijn honger naar kennis te stillen. Systematische literatuuroverzichten zijn vaak bijzonder geschikt om een redelijk beeld te krijgen van effecten zoals deze door de verschillenden onderzoeken zijn gevonden. Maar literatuuroverzichten geven zelden/nooit antwoord op de volgende vragen:

  • Welke specifieke voedingsmiddelen (bijv. broccoli, wortelen) zijn verantwoordelijk voor de gevonden effecten van de verschillende voedselgroepen (bijv. groenten)?
  • Hoeveel van deze voedingsmiddelen moet ik eten om een effect te bereiken? En betekent "geen effect bij hoge consumptie" ook meteen dat er geen effect verwacht kan worden bij middelmatige consumptie?
  • Kunnen effecten op de gezondheid worden verwacht bij alle subgroepen van de populatie (bijv. rokers/niet-rokers, mannen/vrouwen, mensen met een lage/hoge BMI)?

Om deze vragen te beantwoorden, ben ik mijn eigen literatuuroverzichten gaan schrijven. Deze zijn te zien op mijn Engelstalige website (4). Ik begon met het zoeken naar informatie over de relatie tussen voeding en kanker. Om de gevonden resultaten in het juiste perspectief te plaatsen, ben ik ook begonnen met het zoeken naar informatie over andere chronische ziekten (tot nu toe vooral hart- en vaatziekten), en mogelijke effecten op de totale levensduur. Tenslotte kan een bepaald voedingsmiddel het risico op een bepaalde ziekte verhogen, terwijl het tegelijkertijd het risico op ene andere ziekte verlaagt.

Mijn wetenschappelijke artikelen:
Op dit moment zijn 3 artikelen van mij gepubliceerd in een peer-reviewed tijdschrift. In deze artikelen beschrijf ik hoe wetenschappelijke adviesorganen de effecten van verzadigd vet op het risico op hart- en vaatziekten weergeven. Gerenomeerde Amerikaanse en Europese adviesorganen hebben de overgrote meerderheid van het beschikbare onderzoek weggelaten op tot een advisering te komen. Nog erger is het feit dat resultaten uit sommige bestaande onderzoeken verkeerd zijn beschreven (5-7).

|Bronnen:
4) Hoenselaar R. Canceranddiet.nl. Beschikbaar op Link.
5) Hoenselaar R. The importance of reducing SFA intake to limit CHD risk. Br J Nutr. 2012 Feb;107(3):450-1; author reply 452-4. Link.
6) Hoenselaar R. Saturated fat and cardiovascular disease: the discrepancy between the scientific literature and dietary advice. Nutrition. 2012 Feb;28(2):118-23. Link.
7) Hoenselaar R. Further response from Hoenselaar. Br J Nutr. 2012 Mar 1:1-4. [Epub ahead of print] Link.|


Belangen van de auteur.

Ik maak(te) en onderhoud mijn Engelstalige- en Nederlandstalige websites helemaal alleen. Dit heeft mij duizenden manuren aan tijd en honderden euro's aan geld gekost (bijv. aanvraag artikelen in buitenland). De websites leveren mij direct noch indirect iets op. Ik ontvang voor mijn websites geen subsidies, materialen, geld of andere "voordelen" wan wie dan ook. Ik heb geen aandelen. Ik neem geen geld of andere "voordelen" aan om de resultaten op mijn websites op wat voor manier dan ook te manipuleren.

De onderwerpen op mijn websites zijn gekozen op basis van persoonlijke interesse. Doordat ik in mijn vrije tijd werk, kan ik niet aangeven wanneer ik de literatuuroverzichten op mijn Engelstalige website aanvul. Soms bespreek ik de literatuuroverzichten, die zijn beschreven op mijn Engelstalige site, ook op de Nederlandstalige site voedingengezondheid.com.

Robert Hoenselaar (13 april 2012).