Paleo voeding: Is consumptie van tarwe een belangrijke oorzaak van chronische ziekten?

Zaterdag, 1 februari 2014.

Achtergrond: Nieuws over (on)gezonde voeding is onverminderd populair. Over de jaren heen zien we verschillende theorieën en diëten voorbij komen. Op dit moment is een van de belangrijkste trends het volgen van een paleo dieet. Oftewel, eten zoals onze voorouders aten. In lijn met de paleo gedachtegang is de huidige trend om geen graanproducten (o.a. brood, rijst en pasta's) te consumeren. Met name tarwe zou een zeer schadelijk gewas zijn.

Het idee achter het paleo dieet.
Onze vroege voorouders zouden vooral vlees, vis, eieren, noten, knolgewassen, groenten en fruit hebben gegeten. Het menselijk genoom zou zich vanaf 2 miljoen jaar geleden hebben aangepast aan deze voeding. Ongeveer 10.000 jaar geleden is de mens graanproducten gaan verbouwen en zijn we begonnen met het winnen van melk uit dieren. Een periode van 10.000 jaar is nogal kort en daarom zou het menselijke genoom zich niet hebben kunnen aanpassen aan deze verandering van het voedingspatroon. Het gevolg hiervan zou zijn dat chronische ziekten (o.a. hart- en vaatziekten, kanker en diabetes hun intrede hebben gedaan.

Laat wetenschappelijk onderzoek zien dat tarwe het risico op chronische ziekten verhoogt?
Voor zover ik weet, is er geen onderzoek gedaan naar het specifieke effect van tarwe op het risico op chronische ziekten. Er zijn wel onderzoeken gedaan naar het effect van volkoren- en bewerkte graanproducten op het risico op chronische ziekten. Analyses van enkele tientallen publicaties met honderdduizenden deelnemers laten zien dat mensen die veel volkoren graanproducten eten een verlaagd risico hebben op diabetes type 2 [1, 2], hart- en vaatziekten [2] en kanker van de dikke darm [3].
Wat opvalt, is dat het "beschermende" effect in alle afzonderlijke onderzoeken is gevonden.

Kritiek op het bestaande onderzoek.
Er wordt gesteld dat de algehele blootstelling aan tarwe/graanproducten via onze voeding zo hoog is, dat een veilige drempel is overschreden. De mens zou helemaal geen/heel weinig graanproducten mogen gebruiken. We eten met zijn allen al te veel en daarom hebben we al massaal last van de schadelijke effecten van tarwe/granen.
Deze theorie is niet waarschijnlijk: hoe hoger de blootstelling aan een schadelijke stof, hoe groter de kans wordt dat je er een negatief effect van ondervind. Het is dan onlogisch dat mensen die veel volkoren graanproducten gebruiken juist een lager risico hebben op een aantal chronische ziekten.

Zijn er onderzoeken waarin een deel van de mensen geen of heel weinig tarwe at?
Zoals gezegd, zijn er geen bestaande onderzoeken waarin is gekeken of mensen die veel tarwe eten een hoger risico hebben op chronische ziekten dan mensen die weinig tot geen tarwe eten. Toch is een dergelijke analyse mogelijk.

Wat heb ik gedaan?
De "Food and Agiculture Organization" (FAO) van de Verenigd Naties heeft een online database waarin per land voor een redelijk aantal voedingsmiddelen/voedselgroepen staat beschreven hoeveel de inwoners er gemiddeld per dag van consumeren. Deze zgn. "Food Supply" gegevens zijn beschikbaar voor 176 landen wereldwijd [4]. In deze gegevens zien we dat er landen zijn waar de inwoners dagelijks gemiddeld zeer weinig tarwe consumeren. In Burundi, Cambodja en de Democratische Volksrepubliek Laos ligt de dagelijkse beschikbaarheid op 4 tot 5 gram per dag. Dat is een theelepel tarwe.
Aan de andere kant, heeft de "World Health Organization" een uitgebreid rapport gepubliceerd waarin per land staat beschreven wat de sterftecijfers zijn door verschillende oorzaken [5]. Een belangrijke categorie is de "noncommunicable diseases" (niet-overdraagbare ziekten), oftewel chronische ziekten. De belangrijkste ziekten in deze categorie zijn hart- en vaatziekten, kanker, aandoeningen van de ademhalingswegen en diabetes. Hierbij is rekening gehouden met de leeftijd waarop mensen overlijden omdat uiteindelijk iedereen natuurlijk ergens aan overlijdt. Deze sterftecijfers zijn beschikbaar voor 193 landen wereldwijd.
De cijfers heb ik aan elkaar gekoppeld om te kijken of de sterfte aan chronische ziekten beduidend lager is in landen waar nauwelijks tarwe wordt gegeten. De cijfers gaan over het jaar 2008 omdat voor dat jaartal zowel consumptie- als sterftecijfers beschikbaar zijn.

Figuur 1. Wereldwijde beschikbaarheid/consumptie van tarwe in relatie tot overlijden door chronische ziekten (2008).

Resultaten.
We zien geen verschil in sterftecijfers tussen zeer hoge- en zeer lage consumptie van tarwe. Het risico te overlijden door chronische ziekten is net zo hoog in landen waar dagelijks 400-500 gram tarwe wordt geconsumeerd als in landen waar dagelijks slechts 4-5 gram wordt geconsumeerd.
Wat verder opvalt, is dat het figuur een soort V-vorm heeft. De sterftecijfers zijn het laagste in landen waar dagelijks zo'n 200-300 gram tarwe wordt geconsumeerd. De sterftecijfers zijn het hoogste in landen waar meer of juist minder wordt geconsumeerd.

Onbetrouwbare vorm van onderzoek?
Als u vindt dat vergelijkingen tussen landen geen betrouwbare informatie geven, heeft u gelijk. Een oneindige hoeveelheid factoren kan het risico op chronische ziekten beïnvloeden. Toch is er 1 ding dat het onderzoek wel laat zien, als we de aanname zouden doen dat tarwe het risico op chronische ziekten enorm verhoogt: dat er dan andere factoren zijn die nog in veel sterkere mate bijdragen aan dit risico dan de tarwe zelf.


Conclusies.
Deze cijfers onderbouwen de theorie dat tarwe een belangrijke oorzaak zou zijn van chronische ziekten niet. Het risico te overlijden aan chronische ziekten in landen met een zeer hoge- en zeer lage consumptie is vergelijkbaar. Als tarwe een belangrijke oorzaak zou zijn van chronische ziekten, is het logisch dat het risico op deze ziekten stijgt, naarmate de consumptie ervan toeneemt. Dat is niet aan de orde. De toename in consumptie van 4-5 gram tot ongeveer 200 gram gaat juist gepaard met lagere sterftecijfers.

De beschikbare cijfers staan nog veel meer analyses toe. Ik kan kijken naar de relatie met specifieke ziekten. Zo wordt consumptie van tarwe volgens sommigen in verband gebracht met ontstekingsreacties. Er zijn gegevens beschikbaar voor sterfte door ziekten die te maken hebben met ontstekingsreacties, zoals reumatoïde artritis en ontstekingsgerelateerde hartziekten. Ook kan ik kijken naar grote groepen andere voedingsmiddelen. Wordt vervolgd!

Wilt u meediscussiëren over dit onderwerp of heeft u er vragen over? Dan kunt u terecht op mijn blog: Klik.



|Referenties:
[1] Aune D et al. Whole grain and refined grain consumption and the risk of type 2 diabetes: a systematic review and dose-response meta-analysis of cohort studies. Eur J Epidemiol. 2013 Nov;28(11):845-58. doi: 10.1007/s10654-013-9852-5. Link.
[2] Ye EQ et al. Greater whole-grain intake is associated with lower risk of type 2 diabetes, cardiovascular disease, and weight gain. J Nutr. 2012 Jul;142(7):1304-13. doi: 10.3945/jn.111.155325. Link.
[3] Aune D et al. Dietary fibre, whole grains, and risk of colorectal cancer: systematic review and dose-response meta-analysis of prospective studies. BMJ. 2011 Nov 10;343:d6617. doi: 10.1136/bmj.d6617. Link.
[4] FAOSTAT. Food and Agriculture Organization of the United Nations. Beschikbaar op: Link.
[5] WHO. Disease and injury country estimates, 2008: By sex by country. Beschikbaar op: Link.|