Verzadigd vet en hartziekten: Het Amerikaanse IOM rapport uit 2005 verdraait de resultaten uit epidemiologisch onderzoek.

Maandag, 20 November 2009.

In 2005, heeft een commissie van het Amerikaanse "Institute of Medicine" (IOM) haar rapport gepresenteerd, waarin wordt geadviseerd hoeveel energie, koolhydraten, vezels, vetten, cholesterol, en eiwitten we binnen moeten krijgen. Hoofdstuk 8 gaat over vetten (1). Op pagina 422, vat het IOM haar bewijs samen over de relatie tussen verzadigd vet en hartziekten: Verzadigd vet verhoogt het totale- en LDL-cholesterol en het risico op hartziekten:

There is a positive linear trend between total saturated fatty acid intake and total and low density lipoprotein (LDL) cholesterol concentration and increased risk of coronary heart disease (CHD). A UL is not set for saturated fatty acids because any incremental increase in saturated fatty acid intake increases CHD risk.


De commissie geeft aan dat onderzoek heeft laten zien dat verzadigd vet zowel het 'slechte' LDL-cholesterol, als het 'goede' HDL-cholesterol verhoogt (pagina's 481, en 483 van het rapport, respectievelijk):

Several hundred studies have been conducted to assess the effect of saturated fatty acids on serum cholesterol concentration. In general, the higher the intake of saturated fatty acids, the higher the serum total and low density lipoprotein (LDL) cholesterol concentrations.

Although all fats will increase serum high density lipoprotein (HDL) cholesterol concentration relative to carbohydrate, the increase attributable to saturated fats is greater than that observed for monounsaturated and polyunsaturated fatty acids. Serum HDL cholesterol concentration increases by 0.011 to 0.013 mmol/L for each 1 percent increase in saturated fat.


De commissie geeft ook aan dat het LDl-cholesterol het risico op - en overlijden aan - hartziekten vehoogt (pagina 483 rapport)::

Similar to that observed for saturated fatty acid intake and LDL cholesterol concentration, there is a positive linear relationship between serum total and LDL cholesterol concentrations and risk of coronary heart disease (CHD) or mortality from CHD.


Maar het effect van het 'goede' HDL-cholesterol op hartziekten wordt niet besproken.

De commissie stelt dat de meeste epidemiologische studies hebben laten zien dat verzadigd vet het risico op hartziekten verhoogt (pagina 483 rapport)::

A number of epidemiological studies have reported an association between saturated fatty acid intake and risk of CHD. The majority of these studies have reported a positive relationship between saturated fatty acid intake and risk of CHD and CHD mortality (Goldbourt et al., 1993; Hu et al., 1997, 1999a, 1999c; Keys et al., 1980; McGee et al., 1984). Ascherio and coworkers (1996) concluded that the association between saturated fatty acid intake and risk of CHD was not strong; however, saturated fat and the predicted effects on blood cholesterol concentrations did affect risk. No association between saturated fatty acid intake and coronary deaths was observed in the Zutphen Study or the Alpha-Tocopherol, Beta-Carotene Cancer Prevention Study (Kromhout and de Lezenne Coulander, 1984; Pietinen et al., 1997).


Resultaten die volgens de IOM commissie zijn gevonden in epidemiologisch onderzoek, worden vergeleken met de daadwerkelijke resultaten, zoals die zijn beschreven in de artikelen waaraan wordt gerefereerd.

  • De commissie claimt dat verhoogde risico's op hartziekten zijn gevonden in 7 artikelen, maar hieronder ziet u dat er slechts in 2 artikelen verhoogde risico's zijn gevonden. Blijkbaar spreekt het IOM van een effect bij P-waarden van ≥ 0.32, terwijl een P-waarde van 0.09 (Kromhout D. 1984) wordt omschreven als "geen effect".
  • De commissie faalde een groot aantal andere epidemiologische studies te vinden, waarin geen effect van verzadigd vet op hartziekten werd gevonden (2).
  • Wat opvalt is de interpretatie van de resultaten uit 1 studie. Ascherio A (1996) vond geen effect van verzadigd vet op hartziekten (- 4%), maar op basis van het verwachte effect via het cholesterol, is er tóch een effect gevonden:

Epidemological studies over verzadigd vet in relatie tot hartziekten:
AuteurNaam onderzoeksgroep
(cohort)
Relatieve Risico volgens de IOM commissieRelatieve Risico volgens het originele artikel waar naar wordt verwezen
Hu FB (1999)The Nurses' Health StudyEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.RR = 1.00 (0.82-1.21; P = 0.60) voor 4:0-10:0 verzadigd vetzuren, en

RR = 1.04 (0.72-1.48; P = 0.47) voor 12:0-18:0 verzadigde vetzuren.
Hu FB (1999)The Nurses' Health StudyEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.RR = 1.34 (0.82-2.21; P = 0.32).
Hu FB (1997)The Nurses' Health StudyEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.RR = 1.07 (0.77-1.48; P = 0.37).
Ascherio A (1996)The Health Professionals Follow Up StudyAscherio en medewerkers (1996) concludeerden dat de relatie tussen de inname van verzadigd vet en het risico op hartziekten niet sterk was; maar het voorspelde effect van verzadigd vet op het serum cholesterol was wel van invloed op het risico.RR = 0.96 (0.73-1.27; P = 0.69).
Goldbourt U (1993)The Israeli Ischemic Heart Disease StudyEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.Overlijden aan hartziekten per 10.000 = 49 voor de groep met de hoogste consumptie- vs 61 voor de groep met de laagste consumptie.

Na correctie voor andere factoren, benaderde het RR de 1 (geen gegevens uit artikel beschikbaar).
McGee DL (1984)The Honolulu Heart ProgramEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.Een hoog energie % verzadigd vet verhoogde het risico op overlijden aan hartziekten (P = < 0.01).

Maar er werd geen significant effect gevonden tussen mensen die veel- en weinig verzadigd vet aten (Geen P-waarde uit artikel beschikbaar).
Keys A (1980)The Seven Countries StudyEen verhoogd risico op hartziekten en overlijden aan hartziekten.De gemiddelde inname over de gehele populatie, was sterk gecorreleerd aan overlijden aan hartziekten na 10 en 25 jaar.
Pietinen P (1997)The ATBC StudyGeen effect op het risico op overlijden aan hartziekten.RR = 0.93 (0.60-1.44; P = 0.91).
Kromhout D (1984)The Zutphen StudyGeen effect op het risico op overlijden aan hartziekten.Een niet-significant beschermend effect (P = 0.09).


Samenvatting. Het IOM 2005 rapport:

  • Stelt dat verzadigd vet zowel het 'slechte' LDL-cholesterol als het 'goede' HDL-cholesterol verhoogt. Er wordt ook gesteld dat het LDL-cholesterol het risico op hartziekten verhoogt, maar het effect van het HDL-cholesterol op hartziekten wordt niet besproken.
  • Stelt dat de meerderheid van de epidemiologische studies een verhoogd risico op hartziekten laten zien door inname van verzadigd vet. Verhoogde risico's zouden zijn gevonden in 7 artikelen. Maar indien we naar de oorspronkelijke artikelen kijken, zien we dat verhoogde risico's slechts in 2 artikelen zijn gevonden.
  • Negeerde de resultaten uit de meerderheid van de overige beschikbare epidemiologische studies, met tegenstrijdige resultaten.

Conclusie: De IOM/USDA commissie beschrijft de effecten van verzadigd vet op het 'slechte' LDL-cholesterol, en het 'goede' HDL-cholesterol. Maar vervolgens is alleen het verwachte effect van het LDL-cholesterol op hartziekten beschreven. Het effect van het HDL-cholesterol op hartziekten is niet meegenomen in het advies, en de keuze hiervoor is niet gemotiveerd. De claim dat de meerderheid van de epidemiologische studies laat zien dat verzadigd vet het risico op hartziekten verhoogt, is een regelrechte leugen. En studies met tegenstrijdige resultaten zijn niet beschreven.

Implicaties: Indien het effect van verzadigd effect op het 'goede' HDL-cholesterol zou zijn meegenomen bij het beoordelen van het bewijs voor een effect op hartziekten; en indien de resultaten uit epidemiologische studies, correct zouden zijn weergegeven; zou er geen bewijs zijn gevonden voor een effect van verzadigd vet op hart- en vaatziekten.



References:
1) Institute of Medicine. Chapter 8. Dietary fats: Total fat and fatty acids. Dietary Reference Intakes for Energy, Carbohydrate, Fiber, Fat, Fatty Acids, Cholesterol, Protein, and Amino Acids (Macronutrients) (2005). Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.
2) Consumption of dietary saturated fat and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.