De Europese Voedsel Veiligheids Autoriteit (EFSA) negeert het merendeel van de beschikbare studies over verzadigd vet in relatie tot hart- en vaatziekten.

De EFSA is de Europese Voedsel Veiligheids Autoriteit. EFSA zorgt voor onafhankelijk wetenschappelijk advies, en duidelijke communicatie op bestaande en opkomende risico's (1). In 2010, heeft een commissie van deze organisatie haar wetenschappelijke mening gegeven over aanbevolen referentie waarden voor vetten (2).
Op pagina 3 van het rapport, vat de commissie haar resultaten samen over de relatie tussen verzadigd vet consumptie en hart- en vaatziekten: Hogere inname van verzadigd vet, zorgt voor hogere concentraties van het 'slechte' LDL-cholesterol, vergeleken met koolhydraten. En interventie studies laten zien dat het vervangen van verzadigd vet door omega-6 meervoudig onverzadigd vet (linolzuur), het risico op hart- en vaatziekten laat afnemen:

There is a positive, dose-dependent relationship between the intake of a mixture of saturated fatty acids and blood low density lipoprotein (LDL) cholesterol concentrations, when compared to carbohydrates. There is also evidence from dietary intervention studies that decreasing the intakes of products rich in saturated fatty acids by replacement with products rich in n-6 polyunsaturated fatty acids (without changing total fat intake) decreased the number of cardiovascular events. As the relationship between saturated fatty acids intake and the increase in LDL cholesterol concentrations is continuous, no threshold of saturated fatty acids intake can be defined below which there is no adverse effect. Thus, also no Tolerable Upper Intake Level can be set.
The Panel concludes that saturated fatty acids intake should be as low as is possible within the context of a nutritionally adequate diet. Limiting the intake of saturated fatty acids should be considered when establishing nutrient goals and recommendations.


Op pagina 37 van het rapport, bevestigt de commissie het feit dat onderzoek heeft laten zien dat verzadigd vet zowel het 'slechte' LDL-cholesterol als het 'goede' HDL-cholesterol laat stijgen, zonder dat de onderlinge verhouding wordt beïnvloed (hiervoor wordt verwezen naar het artikel van Mensink RP [3]):

There is wide consensus that a mixture of SFA increases blood total, LDL and HDL cholesterol concentrations relative to carbohydrates. As a consequence, the total to HDL cholesterol ratio does not change. A mixture of dietary SFA also decreased fasting triacylglycerol concentrations.


Op pagina 46 van het rapport, beschrijft de commissie het bewijs uit interventie studies waaruit zou blijken dat het vervangen van verzadigd vet door omega-6 meervoudig onverzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten laat dalen. Dit bewijs bestaat uit een overzichtsartikel van 4 interventie studies. In 3 van de 4 studies werd een beschermend effect tegen het overlijden aan hart- en vaatziekten gevonden. In de 4e studie werd geen effect gevonden. Buiten dit overzichtsartikel werden er nog 3 extra studies gevonden. In niet een van deze 3 studies werd een effect gevonden. Geen referenties werden gegeven voor de laatste 3 studies:

A review of three dietary intervention studies has shown that decreasing the intakes of products rich in SFA plus cholesterol at the expense of products rich in linoleic acid and alpha-linolenic acid, and low in cholesterol, decreased the number of cardiovascular deaths (Sacks and Katan, 2002). No such effects were seen in a fourth study. Overall, these intervention trials strongly suggest that diet-induced changes in blood total cholesterol concentrations are causally related to changes in cardiovascular risk. Noteworthy, in these studies, total fat intake was hardly changed. In three other intervention trials, the reduction of total fat intake, in particular of saturated fat, and the increase in the consumption of carbohydrate-rich foods, did not significantly reduce the risk of cardiovascular disease. However, it cannot be excluded that the duration, compliance, and sample sizes may have been insufficient to demonstrate a reduction in coronary events.


De commissie verwijst naar een artikel van Frank Sacks en Martijn Katan (4). Dit artikel keek naar resultaten uit gerandomiseerd onderzoek waarin de effecten van vetten en koolhydraten op het cholesterol, en hart- en vaatziekten worden beschreven. Waar de EFSA commissie haar bewijs voor een relatie tussen verzadigd vet en het cholesterol, enkel en alleen baseert op het LDL-cholesterol, benadrukken de auteurs uit hun eigen bronvermelding het feit dat het belangrijk is om ook te kijken naar effecten op het HDL-cholesterol:

The causal relationship between total and low-density lipoprotein (LDL) cholesterol levels and CHD has been supported strongly by a consistent body of evidence from clinical trials and epidemiological studies. National health organizations advocate dietary changes that decrease intake of saturated and trans-unsaturated fat and cholesterol to prevent CHD.10 The rationale is to reduce LDL concentration. However, diets affect not only LDL but also high-density lipoprotein (HDL), triglycerides, which are independent lipid risk factors. Thus, assessment of the effects of diet on CHD should include consideration of the concomitant changes in HDL and triglycerides.


Zoals al is aangegeven door de EFSA commissie, hebben Sacks & Katan 4 interventie studies gevonden (5-8) in hun overzichtsartikel over het effect uit het vervangen van verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet. De resultaten kunt u zien in de tabel hieronder:




Zoals u kunt zien, daalden de serum cholesterol waarden in alle interventie studies, en ging dit gepaard met een afname van het risico op hart- en vaatziekten. Maar Sacks & Katan manipuleerden de gegevens op verschillende manieren:

  • Ze kozen ervoor om te kijken naar hartziekten in 3 studies, en om te kijken naar totale hart- en vaatziekten in een 4e studie. Maar 2 van de 3 eerstgenoemde studies gaven ook informatie over totale hart- en vaatziekten (The MRC soy oil study, en The Oslo Diet-Heart Study. Referentie 6, en 7, respectivelijk). Er werden geen significante effecten gevonden op totale hart- en vaatziekten in beide onderzoeken. Significante beschermende effecten werden eigenlijk dus maar gevonden in 2 van de 4 studies (The Los Angeles Veterans Study, en The Finnish Mental Hospital Study. Referentie 5, en 8, respectievelijk).
  • Beschikbare resultaten uit 4 gerandomiseerde onderzoeken werden genegeerd. Er werden geen significante effecten gevonden in deze onderzoeken. De resultaten uit deze onderzoeken kunt u op mijn Engelstalige site vinden (9).
  • Ze faalden om de werkelijke veranderingen - die optraden in de diëten van de experimentele groepen - te beschrijven. Alsmede andere verschillen tussen de experimentele groepen, en de controle groepen. Sacks & Katan stellen dat verzadigd vet werd vervangen door meervoudig onverzadigd vet in alle 4 de interventie studies uit hun overzichtsartikel. Maar zowel de inname van transvet als van cholesterol was lager in alle 4 de experimentele groepen uit hun studies. Het grote aantal verschillen tussen de experimentele-, en controle groepen met betrekking tot het dieet en andere factoren, kunt u op mijn Engelstalige site vinden (9).

Sacks & Katan benadrukken het feit dat de meeste interventie studies geen effect vonden op het totale risico op overlijden, ondanks het feit dat hart- en vaatziekten afnamen. Hun interpretatie van deze effecten is opvallend: Het verlaagde risico op overlijden aan hart- en vaatziekten wordt daadwerkelijk veroorzaakt door de experimentele diëten waarin o.a. de verzadigd vet inname werd verlaagd. Maar het hiermee gepaard gaande verhoogde risico op overlijden door andere oorzaken, berust consistent op toeval............... Sacks & Katan geven geen onderbouwing voor deze verregaande uitspraak::

However clear-cut these results appear, acceptance of the findings was hampered by the lack of reduction in total mortality. The significant reduction in deaths from cardiovascular causes, 48 deaths in the experimental diet group versus 70 in the control group, was partly mitigated by a higher number of deaths from noncardiovascular causes in the experimental compared with the control group, notably 7 versus 2 cancers and 4 versus 0 traumas, as well as from an uncertain cause in 32 versus 25 patients. Such imbalances in small numbers of noncardiovascular causes of deaths have occurred in many much larger studies, and it is recognized better now than before that these are usually the result of chance.


Op pagina 46, laat de EFSA commissie het resultaat zien van één enkele prospectieve cohort studie. Er werd geen relatie gevonden tussen de inname van verzadigd vet en beroertes:

In the Health Professional follow up study, no relationships between total fat intake or intake of SFA, cis-MUFA, and n-6 PUFA with risk of stroke have been reported (He et al., 2003).


Waarom koos de EFSA commissie ervoor om het resultaat uit deze ene prospectieve studie te beschrijven? En waarom werd niet beschreven dat de meeste - van de tientallen - beschikbare artikelen over prospectieve studies, geen effecten lieten zien van verzadigd vet op totale hart- en vaatziekten, hartziekten, en beroertes? (10)
Gebaseerd op deze gegevens, komt de commissie tot de volgende conclusie: Uit zowel interventie studies als prospectieve cohort studies, kan worden geconcludeerd dat de vetzuur samenstelling van het dieet een belangrijke factor is voor hart- en vaatziekten. Het verlagen van de verzadigd vet consumptie, verlaagt het risico op hart- en vaatziekten:

From intervention and epidemiological prospective cohort studies, it can be concluded that the fatty-acid composition of the diet is an important determinant of cardiovascular risk. Decreasing the intake of SFA and TFA, and increasing the intake of fish oil, lower cardiovascular risk.


Samenvatting. Het EFSA 2010 rapport:

  • Erkend het gegeven dat gerandomiseerd onderzoek laat zien dat verzadigd vet het 'slechte' LDL-cholesterol, en het 'goede' HDL-cholesterol verhoogt, zonder de onderlinge verhouding te verstoren. Maar kiest er vervolgens voor om het advies over hart- en vaatziekten alleen te baseren op veranderingen die verzadigd vet veroorzaakt op het LDL-cholesterol.
  • Koos ervoor om te kijken naar de resultaten van een niet-systematisch overzichtsartikel als bewijs dat het vervangen van verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten laat dalen. Dit ovezichtsartikel faalde te beschrijven waaruit de werkelijke verschillen bestonden tussen de experimentele groepen, en de controle groepen, op het gebied van het dieet en andere factoren. Tevens faalde het overzichtsartikel om de resultaten te beschrijven van studies met tegenstrijdige resultaten.
  • Negeerde de resultaten van bijna alle prospectieve cohort studies. Het merendeel van deze studies vond geen effect van verzadigd vet consumptie op hart- en vaatziekten, hartziekten, en beroertes.

Conclusie: De EFSA commissie heeft niet naar de resultaten van alle beschikbare studies gekeken bij het totstandkomen van haar aanbevelingen over de relatie tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten. Het effect van het HDL-cholesterol - veroorzaakt door verzadigd vet- op hartziekten werd genegeerd. Resultaten uit interventie onderzoek werden gebaseerd op een overzichtsartikel wat de beschikbare gegevens manipuleerde, en het merendeel van de beschikbare resultaten uit prospectief cohort onderzoek werd genegeerd.

Implicaties: Indien de EFSA commissie het effect van verzadigd vet op het 'goede' HDL-cholesterol zou meenemen; en indien naar de daadwerkelijke verschillen zou zijn gekeken, die optraden in de interventie studies waarbij verzadigd vet werd vervangen door meervoudig onverzadigd vet, zou er geen bewijs overblijven voor een effect van verzadigd vet op hart- en vaatziekten.



References:
1) About EFSA. Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.
2) EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition, and Allergies (NDA); Scientific Opinion on Dietary Reference Values for fats, including saturated fatty acids, polyunsaturated fatty acids, monounsaturated fatty acids, trans fatty acids, and cholesterol. EFSA Journal 2010; 8(3):1461. [107 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1461. Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.
3) Mensink RP. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1146-55. Full text
4) Sacks FM, Katan M. Randomized clinical trials on the effects of dietary fat and carbohydrate on plasma lipoproteins and cardiovascular disease. Am J Med. 2002 Dec 30;113 Suppl 9B:13S-24S. Abstract
5) Dayton S. A controlled clinical trial of a diet high in unsaturated fat in preventing complications of atherosclerosis. Circulation. 1969;40(suppl 2):1-63. Abstract
6) Leren P. The Oslo diet-heart study. Eleven-year report. Circulation. 1970 Nov;42(5):935-42. Full text
7) Report of a research committee to the medical research council. Controlled trial of soya-bean oil in myocardial infarction. Lancet. 1968 Sep 28;2(7570):693-9. Abstract
8) Turpeinen O. Dietary prevention of coronary heart disease: the Finnish Mental Hospital Study. Int J Epidemiol. 1979 Jun;8(2):99-118. Abstract
9) Randomized trials substituting polyunsaturated fat for saturated fat and their effect on coronary heart disease (CHD). A closer look. Canceranddiet.nl. Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.
10) Consumption of dietary saturated fat and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Available at: Link. Accessed on Februari 14, 2011.