Voedingscentrum: Vitamine D supplementen zorgen voor sterke botten. Of toch niet?

Woensdag, 29 December 2010.

Inleiding: Het Voedingscentrum stelt dat vitamine D goed is voor de botten. Voor het behoud van sterke botten wordt een aantal groepen geadviseerd om een vitamine D supplement te nemen (1). Zo stelt het Voedingscentrum dat ouderen extra vitamine D nodig hebben om de botafbraak te vertragen, en dat postmenopausale vrouwen een goede inneming nodig hebben op het risico op een heupfractuur zo laag mogelijk te houden (2). Tevens stelt het Voedingscentrum dat bij jonge kinderen een vitamine D tekort kan leiden tot minder sterke botten (3). De aanbevelingen van het Voedingscentrum over het gebruik van vitamine D supplementen lijken direct te zijn overgenomen uit het rapport van de Gezondheidsraad uit 2008.

De Gezondheidsraad is een wetenschappelijk adviesorgaan voor de regering/het parlement, en het Voedingscentrum. Dit adviesorgaan stelt dat vitamine D samen met calcium van belang is voor sterke botten. Ook stelt de raad dat een vitamine D-tekort voor komt bij verschillende lagen van de bevolking:

  • Personen met een donkere huidskleur.
  • Mensen die onvoldoende buitenkomen of een sluier dragen.
  • Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
  • Bewoners van verpleeg- en verzorgingstehuizen.
  • Jonge kinderen die geen vitamine D-supplement of flesvoeding krijgen.

Hierbij wordt gesuggereerd dat het aanvullen van een eventueel tekort onder deze bevolkingsgroepen, de kans op zwakke botten zou verlagen.

In 2008 heeft de Gezondheidsraad aanbevelingen gedaan over vitamine D in het rapport "Naar een toereikende inname van vitamine D". Ik zal nu in het kort het wetenschappelijke bewijs laten zien dat door de Gezondheidsraad zelf in dit rapport is besproken (4).


Wetenschappelijk bewijs:

In hoofdstuk 4 bespreekt de Gezondheidsraad de wetenschappelijke ontwikkelingen. Hier gaat het adviesorgaan in op onderzoek naar de relatie tussen vitamine D en de botdichtheid, vallen, en botbreuken. De Gezondheidsraad kijkt op 2 manieren naar vitamine D in relatie tot de botgezondheid:

  • Serum vitamine D (calcidiol) gehalten. Een verlaagde vitamine D status zou het risico op ziekten kunnen verhogen.
  • Vitamine D supplementen. Het verhogen van de vitamine D status zou het risico op ziekten kunnen verlagen.

De relatie met serum vitamine D en vitamine D supplementen is beschreven in tabel 1. Wetenschappelijk onderzoek wat geen effect laat zien, is niet gekleurd. Wetenschappelijk onderzoek wat een mogelijk beschermend effect laat zien door vitamine D, is groen gekleurd.

Tabel 1.
Groep:Bewijs op basis van serum vitamine D (serum calcidiol):Bewijs op basis van vitamine D supplementen:Advies Gezondheidsraad:
Zuigelingen & jonge kinderen:Botdichtheid: Een hoog serum calcidiolgehalte is niet eenduidig in verband gebracht met een hogere botdichtheid (blz. 47).Door invoering van vitamine D-suppletie is rachitis vrijwel verdwenen (blz. 46).Kinderen tot 4 jaar: 10 mcg per dag extra.
Pre- en peripuberale kinderen:Botdichtheid: Er zijn aanwijzingen dat een hoog serum calcidiolgehalte samenhangt met het bereiken van een hogere piekbotdichtheid (blz. 47).Botdichtheid: 2 interventie onderzoeken laten geen verschil in botdichtheid zien tussen groepen die 5-10 mcg vitamine D in combinatie met calcium ontvengen de groep die een placebo ontving.
Een derde onderzoek bij 10-17 jaar oude meisjes laat zien dat 50 mcg per dag de botdichtheid verbetert ten opzichte van een placebo, of gebruik van 5 mcg per dag. Maar er werd geen effect gevonden bij jongens (blz. 46-47).
Geen advies.
Zwangeren/lacterenden:Botdichtheid: Er is onvoldoende onderzoek naar het effect van het serum calcidiolgehalte op de botdichtheid (blz. 47).Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven: 10 mcg per dag extra.
Ouderen:Botdichtheid: Een hoog serum calcidiolgehalte hangt samen met een hogere botdichtheid (blz. 47).

Vallen: Een cohort onderzoek laat zien dat een laag calcidiolgehalte geassocieerd is met een verhoogd risico op herhaaldelijk vallen (blz. 50).

Botbreuken: Cohort onderzoeken laten geen consistent effect zien van serum calcidiolgehaltes op het risico op botbreuken (blz. 56).
Botdichtheid: 2 systematische literatuuroverzichten concluderen dat suppletie met alleen vitamine D geen effect heeft op de botdichtheid ten opzichte van een placebo bij postmenopausale vrouwen (blz. 45-46).

Vallen: Een systematisch literatuuroverzicht vindt geen significant effect van vitamine D ten opzichte van een placebo bij postmenopausale vrouwen (blz. 50).

Botbreuken: Een systematisch overzichtsartikel laat geen effect zien van vitamine D ten opzichte van een placebo (blz. 51).
Mannen vanaf 70 jaar: 10 mcg per dag extra.

Vrouwen vanaf 50 jaar: 10 mcg per dag extra.


We zien dat er aanwijzingen zijn dat een vitamine D tekort een negatieve invloed zou kunnen hebben op de botdichtheid bij pre- en peripuberale kinderen, en ouderen. Verder zien we dat er aanwijzingen zijn dat een vitamine D tekort een negatieve invloed zou kunnen hebben op vallen bij ouderen.
Maar wat verder opvalt is dat er geen enkel bewijs is dat het gebruik van een vitamine D supplement de mogelijke gevolgen van deze tekorten teniet zou doen. Er zijn verschillende literatuuroverzichten gemaakt over interventie onderzoek naar het gebruik van vitamine D supplementen - vergeleken met een placebo - in relatie tot de botdichtheid (pre- en peripuberale kinderen + ouderen), vallen (ouderen), en botbreuken (ouderen). Indien vitamine D wordt gebruikt zonder toegevoegde calcium, zijn de resultaten bijzonder consistent: Er is geen effect! Bij de combinatie van een vitamine D supplement met een calcium supplement zijn er overigens wel aanwijzingen dat er beschermende effecten gevonden kunnen worden bij ouderen.
Slechts één interventie onderzoek liet een beschermend effect zien (pre- en peripuberale kinderen). Maar dit was bij een veel hogere dosering vitamine D dan bij de 10 mcg per dag die wordt geadviseerd door de Gezondheidsraad.

De Gezondheidsraad adviseert ouderen met osteoporose, ouderen die in een verzorgings/verpleeghuis wonen, mensen vanaf 50 (vrouwen) of 70 (mannen) jaar die een donkere huidskleur hebben of onvoldoende buitenkomen, en gesluierde vrouwen vanaf 50 jaar om dagelijks 20 mcg extra vitamine D in te nemen. Maar stelt daarbij dat de calciuminname dan voldoende moet zijn. Dit advies wordt echter nauwelijks ondersteund door het wetenschappelijk bewijs dat de Gezondheidsraad in haar eigen rapport gebruikt. Een wetenschappelijk beter onderbouwd advies zou zijn om een calcium supplement toe te voegen aan het vitamine D supplement.

Zoals bij de inleiding al staat aangegeven maakt het voedingscentrum verschillende claims over het gebruik van vitamine D (supplementen) voor de botgezondheid. Gezien het feit dat de richtlijnen van het Voedingscentrum rechtstreeks zijn overgenomen uit het voorgenoemde rapport van de Gezondheidsraad, mag je aannemen dat het Voedingscentrum dit rapport heeft doorgelezen, en de feitelijke gegevens uit dit rapport op correcte wijze citeert.
In tabel 2. zien we de claims van het Voedingscentrum over het gebruik van vitamine D. Daarnaast zien we de feitelijke waarnemingen uit wetenschappelijk onderzoek, zoals deze in het rapport van de Gezondheidsraad zijn gepresenteerd. We zien duidelijk dat het voedingscentrum haar adviezen niet kan onderbouwen met de resultaten uit dit wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 2.
Effect volgens Voedingscentrum:Effect volgens Gezondheidsraad:
Ouderen hebben extra vitamine D nodig of de botafbraak te vertragen.2 systematische literatuuroverzichten concluderen dat suppletie met alleen vitamine D geen effect heeft op de botdichtheid ten opzichte van een placebo.
Postmenopausale vrouwen hebben vitamine D nodig om het risico op een heupfractuur zo laag mogelijk te houden.Een systematisch overzichtsartikel laat geen effect zien van vitamine D ten opzichte van een placebo.
Bij jonge kinderen kan een vitamine D tekort leiden tot minder sterke botten.Een hoog serum calcidiolgehalte is niet eenduidig in verband gebracht met een hogere botdichtheid bij zuigelingen en jonge kinderen.



Recente ontwikkelingen: Begin dit jaar is een literatuuroverzicht van gerandomiseerd onderzoek gepubliceerd naar het effect van vitamine D supplementen op het risico op botbreuken (5). Er werden 7 onderzoeken geïncludeerd waaraan 68.517 personen meededen. Het gebruik van vitamine D supplementen (zonder calcium) had geen significant effect op het risico op botbreuken (+ 1%) of heupfracturen (+ 9%).
Het gebruik van een vitamine D supplement in combinatie met een calcium supplement verlaagde wel het risico op een botbreuk (- 8%) of een heupfractuur (- 16%).

Conclusie: Het wetenschappelijke onderzoek uit het rapport van de Gezondheidsraad toont consistent aan dat het gebruik van vitamine D supplementen in de 10 mcg per dag dosering die wordt geadviseerd geen effect heeft op de botdichtheid, vallen, en het risico op botbreuken. Wel helpt vitamine D waarschijnlijk rachitis voorkomen bij kinderen.
Het toevoegen van een calcium supplement aan een vitamine D supplement heeft mogelijk wel een positief effect op de botgezondheid. Daarom is het advies van de Gezondheidsraad om vitamine D supplementen (zonder calcium) te gebruiken met de suggestie dat dit zou zorgen voor sterke botten niet alleen ongelukkig gekozen, maar ook wetenschappelijk ongefundeerd.
Het Voedingscentrum maakt het nog bonter: Dit stelt doodleuk dat een vitamine D supplement bij ouderen helpt de botafbraak te vertragen, en het risico op een heupfractuur te verlagen. Tevens wordt gesteld dat een vitamine D tekort bij kinderen kan leiden tot minder sterke botten. Deze 3 stellingen worden niet ondersteund of zelfs tegengesproken door het rapport van de Gezondheidsraad.

Over het Voedingscentrum: Ik ben diëtist in opleiding. Vanuit de opleiding mag het Voedingscentrum niet als wetenschappelijke bronvermelding worden gebruikt in onze opdrachten. Het Voedingscentrum blinkt namelijk uit in het ontbreken van referenties naar wetenschappelijk onderzoek om haar adviezen te ondersteunen. Als bezoeker van de website moet je er dus maar op vertrouwen dat de informatie betrouwbaar is. Het Voedingscentrum maakt niet duidelijk wat de gevolgde methodiek is om tot haar adviezen te komen: Worden alle beschikbare onderzoeken geraadpleegd, en wanneer is er sprake van bewijs voor een effect?
Het Voedingscentrum lijkt blindelings te vetrouwen op rapporten van de Gezondheidsraad zonder enige kritische noot te geven, en indien deze rapporten dan ook nog eens verkeerd worden geciteerd.................. Dit is trouwens niet de eerste keer: Ik heb al eerder laten zien dat het Voedingscentrum verkeerde conclusies trekt uit het rapport van de Gezondheidsraad over de relatie tussen verzadigd vet en hartziekten (6).




|Referenties:
1) Voedingscentrum. Nieuw vitamine D advies. Geraadpleegd op 29 december 2010. Link.
2) Voedingscentrum. vitamine D. Geraadpleegd op 29 december 2010. Link.
3) Voedingscentrum. vitamine D. Geraadpleegd op 29 december 2010. Link.
4) Gezondheidsraad. Naar een toereikende inname van vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2008; publicatienr. 2008/15. Link.
5) DIPART (Vitamin D Individual Patient Analysis of Randomized Trials) Group. Patient level pooled analysis of 68 500 patients from seven major vitamin D fracture trials in US and Europe. BMJ. Jan 12;340:b5463. doi: 10.1136/bmj.b5463. Link.
6) Hoenselaar R. Gerandomiseerd onderzoek: Het vervangen van verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet heeft geen effect op de levensduur. Voedingengezondheid.com. 4 oktober 2010. Link.|