Verzadigd vet en hartziekten: Het Voedingscentrum negeert de resultaten van de meerderheid van de beschikbare wetenschappelijke onderzoeken bij haar adviezen.

Het Voedingscentrum stelt dat verzadigd vet consumptie het risico op hart- en vaatziekten laat stijgen doordat het 'slechte' LDL-cholesterol wordt verhoogt (1):

Uit onderzoek blijkt dat het risico op hart- en vaatziekten stijgt naarmate er meer verzadigd vet en transvet in het eten zit. Dat komt doordat ze het 'slechte' LDL-cholesterol doen stijgen.


Ik heb het Voedingscentrum gevraagd waarom zij alleen kijken naar effecten van verzadigd vet op het LDL-cholesterol, terwijl een meta-analyse van gerandomiseerd onderzoek laat zien dat verzadigd vet ook van invloed is op het 'goede' HDL-cholesterol. Sterker nog: verzadigd vet laat het HDL-cholesterol nog meer stijgen dan onverzadigd vet (2). Het voedingscentum stelt dat kijken naar het LDL-cholesterol de enige internationaal geaccepteerde, en dus betrouwbare manier, is om het risico op hart- en vaatziekten te voorspellen. Maar men kon geen wetenschappelijke literatuur laten zien om deze theorie te onderbouwen.
Inderdaad negeren de verschillende internationale adviesorganen (3-5) het effect van verzadigd vet op het HDL-cholesterol allemaal. Maar niet één adviesorgaan motiveert deze keuze. Tevens wil dat wil nog niet zeggen dat deze keuze te verdedigen is. In 2007 werd een systematisch literatuuroverzicht gepubliceerd van 61 prospectieve studies waaruit bleek dat hogere HDL-cholesterol waarden de kans op overlijden aan hartziekten verlaagden (6):

Of various simple indices involving HDL cholesterol, the ratio total/HDL cholesterol was the strongest predictor of IHD mortality (40% more informative than non-HDL cholesterol and more than twice as informative as total cholesterol).

For HDL cholesterol, there was a strong negative (ie, inverse) association with IHD mortality in every age group, with no evidence of a threshold (at least within the range studied) beyond which higher HDL cholesterol was no longer associated with lower IHD mortality.


Ik heb het Voedingscentrum gevraagd waarom zij op de site niet zetten dat verzadigd vet tevens het 'goede' HDL-cholesterol verhoogt. Het antwoord daarop was dat zij de adviesboodschap niet te ingewikkeld wilden maken voor de bezoekers van de site.
Maar vervolgens stellen ze wel dat onverzadigd vet het 'slechte' LDL-cholesterol verlaagt, terwijl dit ook tegelijkertijd het HDL-cholesterol verhoogt (1):

In tegenstelling tot verzadigd vet en transvet heeft onverzadigd vet een gunstig effect op het cholesterolgehalte in het bloed. Onverzadigd vet (zowel enkelvoudig als meervoudig) verhoogt het 'goede' HDL-cholesterol. Bovendien verlaagt onverzadigd vet het 'slechte' LDL-cholesterol.


Vreemd, want zoals u kunt lezen werd er tegen mij gezegd dat kijken naar het LDL-cholesterol de enige internationaal geaccepteerde manier is om het risico op hart- en vaatziekten te voorspellen. Het op een transparante, consistente, en eerlijke manier brengen van informatie is blijkbaar niet nodig volgens het Voedingscentrum.
Het Voedingscentrum stelt dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten het risico op hart- en vaatziekten verlaagt (1):

Zolang het lichaamsgewicht niet toeneemt, heeft het vervangen van verzadigd vet en transvet door koolhydraten ook een gunstig effect op het risico van hart- en vaatziekten.


Ook dit is vreemd, want een meta-analyse van gerandomiseerd onderzoek laat zien dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten geen positief effect heeft op het cholesterol. Deze meta-analyse liet ook zien dat het vervangen van vette voedingsmiddelen (zoals boter, margarine, chocolade, en mayonnaise) door koolhydraten, juist een negatief effect heeft op de verhouding totaal:HDL cholesterol (2). Een meta-analyse van prospectief onderzoek laat zien dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten leidt tot een significant verhoogd risico op hartziekten (7). Het Voedingscentrum kon niet één enkel onderzoek laten zien dat deze resultaten tegenspreekt.


Welke wetenschappelijke literatuur gebruikt het Voedingscentrum om haar standpunten te onderbouwen?
Als directe bronnen verwijst het Voedingscentrum naar een pagina met referenties over wetenschappelijke literatuur (8). Voor wat betreft de relatie tussen verzadigd vet en cholesterol, gebruiken ze dezelfde meta-analyse als degene waarvan ik de resultaten al heb besproken (2). Het Voedingscentrum concludeert uit deze meta-analyse dat verzadigd vet het LDL-cholesterol verhoogt, en daarmee het risico op hart- en vaatziekten. Terwijl de auteurs van het artikel zèlf concluderen dat effecten op het cholesterol geen effecten op hart- en vaatziekten hoeven te voorspellen:

The effects of fats on these risk markers should not in themselves be considered to reflect changes in risk but should be confirmed by prospective observational studies or clinical trials.


Verder staan er nog 2 artikelen in de referentielijst van het Voedingscentrum (9, 10). Het gaat hier om zgn. prospectieve onderzoeken over de directe relatie tussen verzadigd vet en beroertes (9) of hartziekten (10). Ik heb totaal geen idee op basis waarvan het Voedingscentrum uitgerekend deze 2 studies heeft uitgekozen. Zelf heb ik namelijk gegevens over hartziekten gevonden uit 26 verschillende onderzoeksgroepen, en gegevens over beroertes uit 17 verschillende onderzoeksgroepen (11).
Het eerste van de twee artikelen - waar het Voedingscentrum aan refereert - laat zien dat er geen verband is tussen verzadigd vet consumptie en het risico op een beroerte:

These findings do not support associations between intake of total fat, cholesterol, or specific types of fat and risk of stroke in men.


Het tweede artikel laat zien dat verzadigd vet consumptie het risico op hartziekten niet significant verhoogde vergeleken met inname van koolhydraten:

Each increase of 5 percent of energy intake from saturated fat, as compared with equivalent energy intake from carbohydrates, was associated with a 17 percent increase in the risk of coronary disease (relative risk, 1.17; 95 percent confidence interval, 0.97 to 1.41; P=0.10).


Dus het tweede artikel is een duidelijke aanwijzing dat verzadigd vet consumptie het risico op hartziekten verhoogt?
Het artikel komt uit 1997. Acht jaar later is er nog een publicatie gekomen over dezelfde vrouwelijke onderzoeksgroep (12). Intussen hadden veel meer vrouwen hartziekten gekregen (1.766 vergeleken met 939). Dit artikel liet zien dat er totaal geen verband was tussen verzadigd vet en hartziekten. Maar dit artikel werd "over het hoofd gezien":

Intakes of saturated fat (RR = 0.97; 95% CI = 0.73-1.27; P = 0.93) and monounsaturated fat (RR = 0.82; 95% CI = 0.62-1.10; P = 0.19) were not statistically significant predictors of CHD when adjusted for nondietary and dietary risk factors.


En zoals ik al aangaf, liet een meta analyse uit 2009 van 11 prospectieve studies zien dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten het risico op hartziekten juist significant verhoogt (7). Dit heb ik al aangegeven bij het Voedingscentrum, maar hier werd totaal niet op ingegaan.


Conclusie: Het voedingscentrum vind het niet nodig om het Nederlandse publiek te laten zien dat verzadigd vet consumptie tevens het 'goede' HDL-cholesterol vehoogt. We zouden het gewoon niet begrijpen...... Ze stellen dat kijken naar het LDL-cholesterol de enige betrouwbare manier is om het risico op hart- en vaatziekten te voorspellen. Maar met hetzelfde gemak wordt gezegd dat onverzadigde vetten wèl het HDL-cholesterol verhogen. Het Voedingscentrum negeert resultaten uit de overgrote meerderheid van de beschikbare onderzoeken, en kiest in haar referentielijst nèt dat ene onderzoekje uit dat moet suggereren dat verzadigd vet het risico op hartziekten verhoogt. Dit terwijl je deze conclusie nooit zou kunnen trekken indien je naar de resultaten van alle beschikbare onderzoeken in de literatuur kijkt (13).

Implicaties: Indien het Voedingscentrum het effect van verzadigd vet op het 'goede' HDL-cholesterol meeneemt bij het beoordelen van het bewijs; en indien naar de resultaten van alle beschikbare prospectieve cohort studies wordt gekeken, blijft er geen bewijs over voor een effect van verzadigd vet op hart- en vaatziekten.



|Referenties:
1) Het Voedingscentrum. Vet en hart- en vaatziekten. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 17 februari 2011.
2) Mensink RP. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1146-55. Link.
3) EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition, and Allergies (NDA); Scientific Opinion on Dietary Reference Values for fats, including saturated fatty acids, polyunsaturated fatty acids, monounsaturated fatty acids, trans fatty acids, and cholesterol. EFSA Journal 2010; 8(3):1461. [107 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1461. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 14 februari, 2011.
4) Institute of Medicine. Chapter 8. Dietary Fats: Total Fat and Fatty Acids. Dietary Reference Intakes for Energy, Carbohydrate, Fiber, Fat, Fatty Acids, Cholesterol, Protein, and Amino Acids (Macronutrients) (2005). Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 14 februari, 2011.
5) US Department of Agriculture and US Department of Health and Human Services. Report of the Dietary Guidelines Advisory Committee on the dietary guidelines for Americans, 2010. June 15, 2010. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 13 februari, 2011.
6) Prospective Studies Collaboration. Blood cholesterol and vascular mortality by age, sex, and blood pressure: a meta-analysis of individual data from 61 prospective studies with 55,000 vascular deaths. Lancet. 2007 Dec 1;370(9602):1829-39. Link.
7) Jakobsen MU. Major types of dietary fat and risk of coronary heart disease: a pooled analysis of 11 cohort studies. Am J Clin Nutr. 2009 May;89(5):1425-32. Link.
8) Voedingscentrum. Eten en gezondheid. Voedingsstoffen. Vetten. Meer informatie. 18 april 2008. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op 18 februari, 2011.
9) He K. Dietary fat intake and risk of stroke in male US healthcare professionals: 14 year prospective cohort study. BMJ. 2003 Oct 4;327(7418):777-82. Link.
10) Hu FB. Dietary fat intake and the risk of coronary heart disease in women. N Engl J Med. 1997 Nov 20;337(21):1491-9. Link.
11) Hoenselaar R. Consumption of dietary saturated fat and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op: 18 februari, 2011.
12) Oh K. Dietary fat intake and risk of coronary heart disease in women: 20 years of follow-up of the nurses' health study. Am J Epidemiol. 2005 Apr 1;161(7):672-9. Link.
13) Hoenselaar R. Dietary fat, dietary cholesterol, and cardiovascular disease. Canceranddiet.nl. Beschikbaar op: Link. Geraadpleegd op: 18 februari, 2011.|