Zuivel, melk & hart- en vaatziekten.

Zondag, 11 Juli 2009.

Wat zegt het voedingscentrum over zuivel?

Zuivel staat in één van de vakken van de "Schijf van Vijf". Het Voedingscentrum stelt dat zuivel een belangrijke bron is van calcium, vitamine B2, fosfor en kalium, vitamine B12, magnsesium en zink.
Het Voedingscentrum raadt het gebruik aan van "bij voorkeur" magere zuivelproducten. De motivatie hiervoor is dat magere zuivelproducten minder verzadigd vet bevatten dan de volle zuivelproducten. Verder stelt het Voedingscentrum dat het beperken van verzadigd vet belangrijk is met het oog op het risico op hart- en vaatziekten (1).

Conclusie: Het Voedingscentrum raadt het gebruik van magere zuivelproducten aan omdat zuivel verzadigd vet bevat en verzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten zou verhogen. Wat verder opvalt is dat Het Voedingscentrum de diverse zuivelproducten "degradeert" tot een som van nutriënten; en vervolgens adviezen geeft op basis van mogelijke effecten van deze nutriënten. Hierbij negeert het Voedingscentrum een grote hoeveelheid onderzoek over de daadwerkelijke relatie tussen zuivelproducten en tot hart- en vaatziekten.



Wat zegt de wetenschap over de relatie tussen verzadigde vetten en hart- en vaatziekten?

Eerder heb ik op deze site al beschreven hoe de huidige richtlijnen over de relatie tussen vetten en het cholesterol, en de daaruit voortvloeiende effecten op hart- en vaatziekten gebaseerd zijn op totaal uit het verband getrokken aannames.En dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat mensen die veel verzadigd vet eten een hogere kans hebben op hart- en vaatziekten (2, 3). Daarom zal ik niet verder op dit onderwerp ingaan.



Wat zegt de wetenschap over de relatie tussen melk, zuivel en hart- en vaatziekten?

Is er gerandomiseerd onderzoek over de relatie tussen zuivel(producten) en hart- en vaatziekten?
Er bestaat geen gerandomiseerd onderzoek over de relatie tussen zuivel(producten) en hart- en vaatziekten. Er bestaat wel interventie onderzoek waarbij personen werden gerandomiseerd naar zuivelproducten met weinig vet i.p.v. veel vet (bijv. 4, 5), maar het vet in zuivel was nooit de enige variabele die veranderde: Het onderzoek hield ook verandering in van andere variabelen. Zo werd bijv. aangeraden om andere soorten vlees te consumeren, en bepaalde soorten olie toe te voegen.

Wat zegt prospectief onderzoek?
Indien gerandomiseerd onderzoek niet beschikbaar is, bestaat de meest betrouwbare vorm van bewijs uit gegevens van prospectief (= cohort) onderzoek (6). Bij voorkeur in de vorm van een systematisch opgesteld literatuuronderzoek. In de laatste paar jaren zijn enkele van dit soort literatuuroverzichten gepubliceerd:

  • Een literatuuroverzicht liet geen effect zien van melkconsumptie op hartziekten, gebaseerd op de "Bradford Hill Criteria" voor een causaal verband (7).
  • Een ander literatuuroverzicht liet zien dat er geen consistent bewijs is dat consumptie van zuivelproducten in verband gebracht kan worden met hartziekten (8).
  • Maar het meest recente literatuuroverzicht laat zien dat hoge consumptie van melk/zuivel een klein, maar significant beschermend effect geeft tegen hartziekten (9).

De resultaten van het meest recente literatuuroverzicht zijn niet gebaseerd op al het beschikbare bewijs!
Het meest recente literatuuroverzicht over de relatie tussen zuivel & melk en hartziekten, liet een significant beschermend effect zien door hoge inname van melk & zuivel (-8% risico). Er werd nauwelijks een effect gevonden binnen elk van de individuele studies in dit literatuuroverzicht, maar toen alle gegevens op een hoop gegooid werden, liet de "meta-analyse" een beschermend effect zien (9).
Zelf heb ik ook een literatuuroverzicht geschreven over de relatie tussen hart- en vaatziekten en zuivel(producten). In 4 van de studies in mijn eigen overzicht kwam een verhoogd risico op hartziekten voor door hoge consumptie van zuivel (10-13). Effecten in deze 4 studies zijn als volgt:

  • Fraser GE (1994) Een niet-significant verhoogd risico: RH = 1.33 (P = < 0.07).
  • Kelemen LE (2005) Een significant verhoogd risico: RR = 1.41 (1.07-1.87; P = 0.02).
  • Knekt P (1994) Een significant verhoogd risico: Geen RR beschikbaar (P = < 0.001).
  • Buckland G (2009) Een significant verhoogd risico: HR = 1.51 (1.21-1.89; P = < 0.001).

De eerste 2 onderzoeken zijn ook gevonden door de auteur van het literatuuroverzicht (9), maar ze werden buitengesloten uit de uiteindelijke analyse door een gebrek aan gedetailleerde informatie (Fraser GE), of doordat koolhydraten werden vervangen door zuivel (Kelemen LE).
Het 3e onderzoek werd niet beschreven of gebruikt, mogelijk doordat het precieze effect niet werd beschreven (Knekt P). En de 4e studie werd niet gebruikt (Buckland G), waarschijnlijk omdat deze is gepubliceerd nadat het literatuuroverzicht klaar was.

Conclusie: 2 v.d. 3 recente literatuuroverzichten over de relatie tussen melk/zuivel en hartziekten lieten geen effect zien op deze ziekte. Het meest recente overzicht mist gegevens van maar liefst 4 studies waarin allemaal een verhoogd risico op hartziekten is gevonden. Er zijn dan wel plausibele redenen waarom gegevens van deze 4 studies niet zijn gebruikt, maar het toevoegen van de resultaten van de studies aan de analyse zou er waarschijnlijk toe leiden dat het beschermende effect uit de meta-analyse zou verdwijnen.


Mijn eigen literatuuroverzicht over de relatie tussen zuivel, melk en hart- en vaatziekten.

Ik zal in het kort beschrijven hoe ik tot de resultaten in het literatuuroverzicht ben gekomen. De precieze werkwijze, resultaten, en conclusies heb ik in het Engels beschreven (14).

Doelen: Ik wilde een overzicht maken over al het prospectieve onderzoek betreffende zuivel, en zuivelproducten in relatie met totale hart- en vaatziekten, hartziekten, en beroertes. Verder wilde ik alle informatie toevoegen over het effect van vet uit zuivel in relatie tot voorgenoemde ziekten.
Bron: Ik heb gezocht in de Pubmed Database aan de hand van een behoorlijk uitgebreide zoekterm en aan de hand van een methodiek die elders beschreven is (15). Engelstalige studies werden inbegrepen en referentielijsten werden nagekeken om de kans te verkleinen dat ik bestaande artikelen over het hoofd zou zien.
Resultaat: Ik vond 50 artikelen die informatie gaven over 29 verschillende onderzoeksgroepen. Geen enkel artikel heb ik buiten de analyse gehouden.
Conclusie: Ik vond zwak bewijs dat zuivel de kans op hartziekten, en de kans op overlijden aan hartziekten zou kunnen verhogen. Het bewijs voor de kans op hartziekten werd gevonden voor mannen en bij een gemiddelde consumptiehoeveelheid (237-405 g zuivel per dag). Maar ik vond ook aanwijzingen dat zuivel beschermd tegen een beroerte (alle vormen van een beroerte bij elkaar), en tegen een beroerte in de vorm van een herseninfarct. Deze effecten werden gevonden bij een relatief lage consumptie (≥ 128-296 mg calcium uit zuivel per dag).
Ook vond in aanwijzingen dat melk consumptie beschermd tegen de kans op overlijden aan een beroerte indien het ≥ 4-5 x per week wordt gedronken. Wat verder opviel was dat hoge consumptie van kaas mogelijk beschermd tegen de kans op een herseninfarct, en dat hoge consumptie van room misschien een beschermend effect geeft bij mannen indien de resultaten voor hartziekten en beroerten op een hoop worden gegooid.
Ik vond geen aanwijzingen dat consumptie van boter de kans op hartziekten verhoogt vergeleken met margarine, maar voor een beroerte ligt dit mogelijk anders. Margarine beschermd vrouwen mogelijk tegen de kans op overlijden aan een beroerte indien dit 4-7 x per week wordt geconsumeerd. Terwijl ik matig bewijs vond dat boter de kans op een hersenbloeding zou kunnen verhogen.
Er zijn geen aanwijzingen dat de hoeveelheid vet uit zuivel, melk, of kaas van invloed is op de relatie tussen deze voedingsmiddelen en hartziekten of beroertes. Maar er zijn wel aanwijzingen dat de gevonden effecten afhankelijk zijn van de etniciteit. Al het bewijs voor verhoogde risico's op voorgenoemde ziekten werd gevonden onder Europese en Noord-Amerikaanse populaties. Beschermende effecten van zuivel en melk werden gevonden onder Aziatische populaties, en beschermende effecten van kaas en room werden gevonden onder Europese en Noord-Amerikaanse populaties.
Perspectief: De meeste effecten werden (bijna) alleen gevonden onder Aziatische óf onder Europese/Noord-Amerikaanse populaties. Hierbij kwam dat sommige effecten werden gevonden bij matige consumptiehoeveelheden en niet voor beide sexen. Er was zeer weinig informatie beschikbaar over de relatie met totale hart- en vaatziekten, en al het "bewijs" voor effecten bleef beperkt tot specifieke ziektebeelden (hartziekten, beroerten, of specifieke soorten beroerten).
Het huidige bewijs dient dan ook in dit perspectief gezien te worden: Een effect op één specifiek ziektebeeld zou kunnen worden "geneutraliseerd" door een effect op een ander specifiek ziektebeeld, waardoor het effect op totale hart- en vaatziekten 0 is.
De huidige kennis uit de literatuur volstaat niet om wetenschappelijk onderbouwde adviezen over de relatie tussen (vetten uit) zuivel en hart- en vaatziekten te geven, vooral voor Amerikaanse en Europese populaties: Alhoewel enkele aanwijzingen werden gevonden voor mogelijke risico's door consumptie van zuivel, werden er geen risico's gevonden door de consumptie van specifieke zuivelproducten. Opvallend is dat er aanwijzingen zijn voor mogelijke beschermende effecten van enkele zuivelproducten die relatief veel verzadigd vet bevatten (kaas en room).


Samenvatting.

Het Voedingscentrum raadt het gebruik aan van magere zuivelproducten omdat volle zuivelproducten de kans op hart- en vaatziekten zouden verhogen. Wat hierbij opvalt is dat het Voedingscentum bij de onderbouwing voor deze stelling al het wetenschappelijke bewijs over de relatie tussen zuivelproducten en hart-en vaatziekten volkomen negeert.

Twee van de drie meest recente literatuuroverzichten over de relatie tussen zuivel en/of melk, en hartziekten concluderen dat er geen bewijs is voor een relatie. De derde stelt na een "meta-analyse" dat hoge consumptie van zuivel en melk de kans op hartziekten verlaagt. Feit is echter dat een verhoogd risico tussen zuivel en hartziekten is gevonden in 4 studies, en dat alle 4 die studies niet meegenomen zijn in de meta-analyse.

Indien je al het relevante wetenschappelijke bewijs over de relatie tussen zuivel en hart- en vaatziekten bekijkt, zie je dat er inconsistente aanwijzingen zijn dat consumptie van zuivelproducten de kans op hart- en vaatziekten zou beïnvloeden: Effecten verschillen tussen de verschillende zuivelproducten, en verschillen tussen Aziatische en Westerse populaties. Tevens zijn er geen consistente verschillen tussen magere- en volle zuivelproducten, melk, en kaas. Met de huidige kennis is de aanbeveling om te kiezen voor magere zuivelproducten niet gerechtvaardigd met het oog op effecten op hart- en vaatziekten.



|Referenties:
1) Het Voedingscentrum. Zuivel. Hoe gezond is het? Geraadpleegd op 9 juli 2010. Link.
2) Voedingengezondheid.com. Effecten van koolhydraten en vetten op het cholesterol. Link.
3) Voedingengezondheid.com. Geen effect verzadigd vet op hart- en vaatziekten. Link.
4) No author listed. Controlled trial of soya-bean oil in myocardial infarction. Lancet. 1968 Sep 28;2(7570):693-9. Link.
5) Frantz ID Jr, Dawson EA, Ashman PL, Gatewood LC, Bartsch GE, Kuba K. Test of effect of lipid lowering by diet on cardiovascular risk. The Minnesota Coronary Survey. Arteriosclerosis. 1989 Jan-Feb;9(1):129-35. Link.
6) Sunny Downstate Medical Center. Guide to Research Methods. The Evidence Pyramid. Link.
7) Mente A, de Koning L, Shannon HS, Anand SS. A systematic review of the evidence supporting a causal link between dietary factors and coronary heart disease. Arch Intern Med. 2009 Apr 13;169(7):659-69. Link.
8) Gibson RA, Makrides M, Smithers LG, Voevodin LG, Voevodin M, Sinclair AJ. The effect of dairy foods on CHD: a systematic review of prospective cohort studies. Br J Nutr. 2009 Nov;102(9):1267-75. Link.
9) Elwood PC, Pickering JE, Givens DI, Gallacher JE. The Consumption of Milk and Dairy Foods and the Incidence of Vascular Disease and Diabetes: An Overview of the Evidence. Lipids. 2010 Apr 16. [Epub ahead of print] Link.
10) Fraser GE. Diet and coronary heart disease: beyond dietary fats and low-density-lipoprotein cholesterol. Am J Clin Nutr. 1994 May;59(5 Suppl):1117S-1123S. Link.
11 Kelemen LE, Kushi LH, Jacobs DR Jr, Cerhan JR. Associations of dietary protein with disease and mortality in a prospective study of postmenopausal women. Am J Epidemiol. 2005 Feb 1;161(3):239-49. Link.
12) Knekt P, Reunanen A, Järvinen R, Seppänen R, Heliövaara M, Aromaa A. Antioxidant vitamin intake and coronary mortality in a longitudinal population study. Am J Epidemiol. 1994 Jun 15;139(12):1180-9. Link.
13) Buckland G, González CA, Agudo A, Vilardell M, Berenguer A, Amiano P. Adherence to the Mediterranean diet and risk of coronary heart disease in the Spanish EPIC Cohort Study. Am J Epidemiol. 2009 Dec 15;170(12):1518-29. Link.
14) Hoenselaar R. Canceranddiet.nl. Dairy, milk & cardiovascular disease (CVD). Geraadpleegd op 10 juli 2010. Link.
15) Hoenselaar R. Canceranddiet.nl. Methodology. Link.|